PARASHAT MAS’ÉE

 Reizen     Numeri. 33:1 – 36:13

 

 

Het Bevrijden van de Gevangen Vonken

 

Rabbi Chaim Ben Moshe ibn Attar

 

Ohr HaChaim

 

 

 

“Dit zijn de reizen van de Kinderen van Israel die onder leiding van Mozes en Aaron uit Egypte waren getrokken in hun stamverbanden.” (Numeri. 33:1)

 

 

Ons vers kan worden begrepen wanneer we in aanmerking nemen wat de Zohar II, 157 te zeggen heeft over het doel van de Israëlitische trektocht door de woestijn: het was bedoeld om de Israëlieten in staat te stellen afzonderlijke vonken van heiligheid te zoeken en die te bevrijden uit hun gevangenschap. Deze “vonken” waren gevangen door de spirituele negatieve krachten die hun verblijf hadden in de woestijn. G’D leidde de Israëlieten door plaatsen zodat hun heiligheid als een magneet zou werken om “verloren”vonken van heiligheid aan te trekken.

 

De enige manier waarop dit bereikt kon worden was door middel van absolute heiligheid, met andere woorden, een combinatie van de heiligheid van Israël, de Shechina en de Heilige Thora. Het verlangt de aanwezigheid van 600.000 zielen die hun oorsprong hebben in heilige domeinen. Mozes verenigde deze 600.000 individuele heilige zielen, hij wordt gezien als de boom van waar uit al deze takken voortkomen. (Jesaja. 63:11)       

In een gezamenlijke inspanning waren deze krachten van heiligheid in staat om de krachten van onzuiverheid te overwinnen, die vele van deze verloren vonken van heiligheid gevangen hielden.

De Patriarchen misten deze “compleetheid” die was toegekend aan de aanwezigheid van 600.000 zielen.

 

Volgens de Zohar konden deze “vonken” worden veroverd zolang als de Israëlieten actief reisden en niet daar waar zij legerden; dit had de Thora in gedachten tijdens het schrijven van “dit zijn de reizen”. Het woord “dit” [in het Hebreeuws, “eleh”] is inderdaad in scherp contrast met de andere reizen ooit beschreven waar dan ook, omdat er nooit te voren reizen hadden plaatsgevonden die werden begeleid door zo vele elementen van heiligheid.

 

Hoewel het waar is dat de Patriarchen ook werden beschreven als reizende en zij ook verloren vonken van heiligheid hebben bevrijd gedurende hun omzwervingen, is wat deze individuen hebben bereikt niet te vergelijken met wat het Joodse Volk als geheel in dit verband heeft volbracht. De Thora zelf beschrijft de verheven aard van deze reizen door te benadrukken dat zij plaatsvonden als een nasleep van de Uittocht uit Egypte, met andere woorden, nadat de Israëlieten waren gezuiverd in de Uittocht van Egypte. Dit stelde hen in staat om de vonken van heiligheid waar ze die ook zouden tegen komen konden afzonderen.

 

Niet alleen dat, maar de Thora beschrijft deze reizen als plaatsgevonden hebbend als “letzivotam”, als complete eenheid, de Shechina rustte op deze 600.000 heilige zielen. We hebben herhaaldelijk geschreven dat de definitie van volledigheid, compleetheid, niet van toepassing is op minder dan 600.000 dergelijke zielen.

 

De reden dat G’D de Thora niet aan de Patriarchen gaf was gelegen in hun geringe aantal. Zij misten deze “compleetheid” die gebaseerd was op de aanwezigheid van 600.000 zielen die hun oorsprong hadden in een heilig domein (vergelijk Mechilta Jitro), zodat zij konden worden beschreven als “tseva’ot”, “G’D’s strijders”. Pas toen de Israëlieten in de woestijn waren voldeden zij aan alle noodzakelijke voorwaarden om de taak te vervullen in de voor hen geplande reizen. De Thora voegt er ook de frase aan toe onder leiding van Mozes en Aaron”, zij intermedieerden tussen de Shechina en al de andere elementen van heiligheid die nodig waren om het Volk te verenigen tot één geheel van heiligheid.

 

SHABBAT SHALOM         

 

  

        

Geef een reactie