PARASHAT KÓRACH

KORACH (NUMERI 16:1 – 18:32)

De lezing van deze week gaat over de revolte van Korach en zijn volgelingen tegen het priesterschap van Aharon en zijn zonen. Maar wat was het eigenlijke oogmerk van Korach? Van de ene kant was zijn protest gericht tegen de gehele instelling van het priesterschap of op zijn minst tegen de inhoudend speciale status en van de andere kant gezien is het duidelijk, volgens de beschrijving, dat hij zelf ambitie had voor het Hoge Priesterschap. Hoe moeten wij dit ogenschijnlijk tegenstrijdig streven begrijpen? Dit is het centrale thema van deze analytische lezing.

Deze analyses hebben tevens als resultaat dat wij twee andere complexen kunnen begrijpen: waarom is “Korach”, de naam van een aanzetter tot rebellie, voor eeuwig aan een Thora gedeelte gegeven en waarom bevat deze Thoralezing, zulk twee ogenschijnlijke tegengestelden thema’s: Korach’s rebellie en het schenken van de ” vier en twintig giften van Priesterschap” aan Aharon.

THEMA’S EN TEGENSTELLINGEN

Elk van de 53 Lezingen van de Vijf Boeken van Mozes hebben een centraal thema, dat door elk vers voert, van het eerste tot het laatste, suggererend naar wat de naam in zich draagt. ( Supra, p.10)

Het verbindende motief is zo sterk, dat de thematische link tussen de eerste en de laatste versen van de lezing sterker zijn dan tussen het einde van de lezing en het begin van de volgende, ondanks dat het ogenschijnlijk zelfs continueert met de zelfde beschrijving.

In feite geeft een onderbreking tussen twee lezingen aan dat er zoiets als een discontinuïteit is tussen hen beide en soms gaat het zo ver als ware het tegenstelling : zo als we zien aan het einde van de lezing Beha’alótcha, waar Miriam werd gestraft voor haar kwaadaardig geroddel tegen Mozes; en het begin van Shalach Lecha, waar de verkenners, voordat ze werden uitgezonden naar Israël, die bestraffing ( van Miriam ) zagen en er geen acht op sloegen, om uiteindelijk de zonde bij hun terugkomst te herhalen. (Rashi, aan begin van Shalach Lecha )

Vanuit dat oogpunt gezien schijnt deze algemene regel geen betrekking te hebben op de Thoralezing van Korach, die begint met de beschuldiging van Korach en zijn volgelingen tegen Aharon en het priesterschap : en eindigt met het geven van G’D van de “vier en twintig Giften van Priesterschap”.

De initiale beschuldiging en de ultieme bekrachtiging staan ogenschijnlijk als elkaars tegenpolen, toch is het bovengenoemde slechts de uitkomst van het eerstgenoemde.

Eerder moeten we zoeken naar de weg waarin de “Giften van Priesterschap” een integraal deel zijn van het verhaal van Korach.

Want de Thoralezing wordt genoemd bij zijn naam, en dat is de kern van de lezing. Maar het zoeken wordt bemoeilijkt door dit probleem: de rebellie van Korach was een oppositie tegen het priesterschap, zoals het lag onder de leiding van Aharon, terwijl de “vier en twintig giften “, zoals Rashi zegt, een wijze van bevestiging zijn door, “schriftelijke opname en bezegeling in het Gerechtshof “, van het priesterschap aan hem.

DE NAAM KORACH

Er is nog een bijkomend probleem. Hoe komt het dat de Thoralezing �berhaupt Korach genoemd werd? Want, op het vers ( Spreuken 10,7 ) “De naam van de zondaar zal weg teren” becommentarieert de Talmoed (Joma, 38b ), Hun namen zullen verteren, omdat men weigert ze verder bij naam te noemen ( de zondaars ).”

Als wij de zondaars niet meer bij naam aanhalen in een normale conversatie, is het des te logischer om niet één van hen naar een Thoralezing te noemen, want dit is een manier om een naam te vereeuwigen. En er is geen reddende deugd in Korach, want ondanks dat, zo zegt Rashi ons, berouwden zijn zonen, maar hijzelf niet. In de naam zelf is geen verwijzing naar rechtschapenheid: het betekent zoiets als, zoals de Midrash uitlegt ( Jalkoet Shimeoni, Re’eh, Remez 891 ) een staat van niet verbondenheid, het heeft de bijbetekenis van het maken van verdeling, creëert een tra tussen twee fracties waar even daarvoor eenheid heerste.

De Rambam schreef ( eind Hilchot Chanoeka, Sefer Gittin 59b; Sifri 6,26 ), dat de Thora was gegeven om vrede te stichten in de wereld.

Hoe kan dan een gedeelte genoemd worden door een naam die diversiteit suggereert?

KORACH’S AANSPRAAK

En tenslotte, er is een duidelijke inconsistentie in de claim die Korach maakte. Aan de ene kant keerde hij zich tegen de gehele institutie van het priesterschap, of op ze minst tegen haar speciale status, want zegt hij, ( Numeri 16,3 ) ” Jullie gaan te ver! Want de hele gemeenschap, zij allen, zijn gewijd en in hun midden is de Eeuwige. Waarom verheffen jullie je dan boven de gemeente van de Eeuwige?” En van de andere kant was het schijnbaar Korach en zijn volgelingen er om te doen het priesterschap voor zichzelf op te eisen, zoals Mozes expliciet tegen hen zegt ( Numeri 16,10 ).

Een van de verklaringen is dat zij het priesterschap niet wilden afschaffen, maar eerder, dat het niet alleen beperkt was aan Aharon.

Zij wilden velen Hoge Priesters, zij streefden er na om opgenomen te worden in deze rang. Maar het is zondermeer duidelijk vanuit Rashi’s commentaar ( Numeri 16,7 ) dat, Korach het Hogepriesterschap nastreefde voor hemzelf, hij was er van overtuigd dat na de nodige procedures die de aanklagers moesten ondergaan, hij de meest waardige persoon voor het Hogepriesterschap zou zijn. Maar als hij deze ambitie had, waarom zegt hij dan, “Waarom verheffen jullie je zelf?” want hij had toch reden om te zien dat het priesterschap werd verheven?

HET FIRMAMENT DAT DE WATEREN VERDEELT

De openingswoorden van onze lezing, “En Korach nam”, is vertaald in de Targoem ( Aramese vertaling van de Thora ) als “En Korach deelde,” en in het boek Noam Elimelech, vergelijkt Rabbi Elimelech van Liszensk Koroch’s verdeeldheid met het firmament welke G’D creëerde op de tweede dag om de hogere en de lagere wateren te verdelen. Wat is de analoog? Één van de verschillen tussen de priesters en de rest van de kinderen van Israël was dat de priesters onttrokken waren van wereldse zaken en geheel opgingen in hun taak van het in dienst staan van het heilige. En in het bijzonder de Hoge Priester ( waar hoofdzakelijk Korach’s beschuldiging aan waren gericht ) waar over staat geschreven ( Leviticus 21,12 ) dat hij niet mag heen gaan uit het Heiligdom.

Ondanks dit was hij zeer betrokken met de rest van het volk, hij oefende over iedereen zijn invloed uit en bracht hen nader tot zijn eigen niveau van heiligheid.

Dat werd gesymboliseerd door het aansteken van de zevenarmen van de Menora. ( zie Parashat Beha’alótcha ) Aharon’s unieke eigenschap was “Groot”of oneindige Liefde, en hij bracht het volk nader tot deze dienst.

Maar Korach zag dit niet. Hij zag alleen de separatie tussen priester en volk. En vanuit deze visie, zag hij juist zoals de priesters hun speciale taak hadden, zo ook had het volk een taak in het verheffen van G’D’s wil in de praktische wereld, welke inderdaad in zijn geheel het doel is van de Thora. Gezien vanuit een gesepareerde entiteit, had het volk op z’n minst net zoveel recht om te eren en te verheffen als de priesters.

En dit verwijdert de inconsistentie van zijn claim. Zijn streven was het priesterschap, maar als een dienst ver weg van het volk. Vandaar zijn beschuldiging, ” Waarom verheffen jullie je zelf? ”

In zijn ogen, waren de twee groepen volkomen verschillend en had elk zijn eigen status.

Op deze manier was Korach als het firmament: zijn claim was om het volk te separeren, zoals de wateren en de verbinding tussen het Heiligdom en de gewone wereld te verbreken.

SCHEIDING EN VREDE

Op de tweede dag van de schepping lezen wij dat G’D niet zegt ” en het was Goed.” De Rabbijnen leggen uit (Genesis Rabba 4,6. Zohar, deel 1, 46a ) omdat scheiding ( het firmament ) was gecreëerd op die dag.

Het was niet eerder dan op de derde dag dat deze uitspraak werd gedaan en herhaald, eenmaal voor de schepping van die dag en eenmaal voor het firmament ( Genesis Rabba, idem Rashi, Genesis 1, 7.), welke werden gelouterd en gezegend. ( Or HaThora, Genesis 34a, Zohar, idem )

Dus leren we dat in de G’ddelijke ordening een scheiding moet zijn tussen hemelse en aardse zaken, maar dat zijn vervolmaking ligt, in hun hereniging. En net zoals op de derde dag, zo is het ook in het derde millennium Thora gegeven om hemel en aarde samen te brengen, om G’Ds afdaling en Israëls opstijging te verenigen.( Exodus Rabba 12,3. Tanchoema, Vaera, 15. )

Het zelfde is van toepassing op de kinderen van Israël. Ofschoon er enigen zijn die geheel betrokken worden in de dienst aan het heilige: ” ga niet heen uit het Heiligdom”, en diegene wiens dienst is in de praktische: ( “In al je wegen moet je Hem kennen”, Spreuken, 3,6 ); de ene moet niet gesepareerd worden van de andere, maar de eerste moet de laatste leiden, op de wijze van Aharon, voortdurend dichter tot G’D.

En juist als het werk van de tweede dag was vervolmaakt op de derde, zo veroorloofde G’D de scheiding veroorzaakt door Korach, zodat het zijn vervulling zou bereiken in de “vieren en twintig Giften van het Priesterschap”. Want het priesterschap was gevestigd als een eeuwigdurend verbond, wat niet tot stand gekomen zou zijn zonder de voorafgaande rebellie van Korach. Dit is de relatie tussen het begin en het einde van de Thoralezing.

Het meningsverschil, wat op het eerste gezicht het tegenovergestelde zou zijn van het verbond van het priesterschap, was in feite het eerste vereiste.

En daarom is de naam van Korach vereeuwigd door naamgeving aan een Thoralezing. Zelfs, ofschoon Korach scheiding representeert en Thora vrede, komt de vrede en de vereniging die de Thora toont niet enkel als een resultaat van scheiding, maar door het medium van scheiding. Door het erkennen en respecteren van verschillen tussen het één en het andere, personen, volkeren en tussen deze verschillen harmonie aanbrengen, dat brengt pas ware eenheid. Ofschoon er hemel en aarde is, brengt eredienst en dienst hen samen, tot aan het tijdstip dat G’D zelf in ons midden zal verblijven.

Geef een reactie