PARASHAT KÓRACH

Korach

Numeri. 16:1 – 18:32

Rabbi Shimon bar Jochai

Het geven van dank in harde tijden

Zohar. p. 176b

Rabbi Jehoeda opent zijn verhandeling met [een vers van waar Elihoe, de jongste onder de vrienden van Job, zijn woorden van troost over het rouwen van Job begint door te zeggen:] “Luister, wijzen, naar mijn woorden, jullie die alles weten, hoor wat ik zeg.” (Job 34:2)

Kom en zie wat is geschreven: “En hij [Elihoe] ontstak in woede tegen Jobs drie vrienden, omdat ze niets tegen Job wisten aan te voeren [ aangaande Jobs beklag tegen G’D] en hem toch schuldig verklaarden [omdat hij bleef doorgaan met het verkeerd begrijpen van de tragische gebeurtenissen die hem overkwamen en G’D daarom verwijten maakte”]. (Job. 32:3) Zij zeiden woorden van troost tot Job, maar dit verlichte zijn rouwen niet. Hier leren wij van dat hij die een huis van een rouwende binnengaat om de rouwende te troosten van te voren moet weten welke woorden hij zal gaan zeggen [zodat zij gepast zullen zijn en troostend voor de rouwende]. Per slot van rekening zeiden Jobs vrienden troostvolle [en wijze] dingen, maar zij waren niet [wijs genoeg om te weten hoe] ze hem konden troosten. Om een rouwende te troosten moet je dingen zeggen die hem dankbaar maken [ten aanzien van G’D] voor dat wat hij heeft.

Dit is niet gemakkelijk om te doen omdat een rouwende zich wanhopig voelt, lijdt en in pijn is. Daarom moet men zijn gevoel van eigenwaarde versterken en zijn vermogen loven om de pijn en het lijden te accepteren met liefde.

Door dit te doen, wordt de rouwende aangemoedigd de wrede gevolgen met liefde te accepteren en dankbaarheid te betuigen aan G’D, de Heilige.

Als een rouwende zich er toe kan brengen om dankbaarheid te schenken voor zijn toestand, dan kan hij terugkeren naar de realiteit zoals die is, gearrangeerd door een liefdevolle G’D. Rouwen is een emotionele staat van vorming. Door het leed in rechtvaardigheid te accepteren, wordt de treurende zelf gerechtvaardigd en gerectificeerd.

Wat is er geschreven? “En Elihoe wachtte met spreken tot Job, omdat zij [zijn andere vrienden] ouder in dagen waren dan hij [maar niet in wijsheid] (Jop. 32:4).

Het woord voor “wachtte” gebruikt in het vers wordt ook gebruikt in het vers “Onze ziel wacht voor de Eeuwige; Hij is onze hulp en ons schild”. (Psalm. 33:2) Net zoals dat vers een specifieke vorm van “wachten” aanduidt, verwachting, op handen zijnde redding, zo gebruikt onze tekst het woord “wachten” om het gevolg van Elihoe’s woorden te beschrijven en hem aan te moedigen om voorwaarts te kijken naar betere dagen en zijn persoonlijke verlossing. Dat hij slaagt wordt aangetoond door Job’s respons.

Want Job betuigt vervolgens dank aan G’D, de Heilige, geprezen zij Hij, en accepteert voor zichzelf het recht welke het Hemelse Hof heeft uitgevaardigd.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie