PARASHAT KI TISA

Wanneer je opneemt Exodus. 30:11 – 34:35

Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar, pagina 188b

Parashat Ki Tisa vermeldt de bouw van het Tabernakel in de woestijn. Deze tent was het symbool van het na zijn van G’D met Zijn volk, en in vele opzichten was deze glorieuze periode een vooruitblik op de uiteindelijke verlossing.

Rebbe Jossi en Rebbe Chiya, bediscussieerden Thora tijdens hun gezamenlijke reis en stonden stil bij dit bovengenoemde onderwerp en ook bij de lange Verbanning waarin het Joodse Volk zich nog steeds in bevond.
Rabbi Jossi zei [tegen Rabbi Chiya] alles wat je hebt gezegd [over de extensieperiode van de Verbanning] is juist. Niettemin, welke middelen stelt Israël in staat om deze verbanning te kunnen doorstaan?
Het zijn alle beloftes die de Heilige, geprezen zij Hij, hun heeft beloofd.
We hebben geleerd, dat wanneer zij synagogen en studiehuizen binnengaan en al deze woorden van steun en troost [van de Profeten] lezen, dat dit hun harten verblijdt en hen in staat stelt om het lijden en de ellende die over hun komt, te verdragen.

Rabbi Chiya, het hier mee eens zijnde, antwoordde, “Zeker is dit het geval, maar alles hangt af van terugkeer naar de spirituele bron / teshoewa. Maar als je nu zou zeggen dat we, nu op dit moment, heel Israël zouden kunnen stimuleren om in zijn geheel teshoewa te doen [om zodoende de uiteindelijke verlossing te bespoedigen] kunnen we dat niet. Wat is de reden dat we dat niet kunnen doen? Het is omdat er is geschreven:
Wanneer dan al deze dingen, de zegen en de vloek die ik je heb voorgehouden, over je zijn gekomen en je onder alle volken waarheen de Eeuwige, je G’D, je uitgewezen heeft, je het ter harte neemt en wanneer jij, met je kinderen, van ganser harte en met heel je ziel, terugkeert tot de Eeuwige, je G’D, en aan Zijn roep gehoor geeft.” (Deuteronomium. 30:1,2)

Vervolgens staat er geschreven: “Al zijn zij onder jou die uitgestoten zijn ook aan het eind van de hemel, dan zal de Eeuwige je G’D, je vandaar verzamelen en zal Hij je daar vandaan halen.” (Ibid. 4)

Tot aan het plaatsvinden van al deze dingen, zullen zij niet in staat zijn om zichzelf aan te sporen in het doen van teshoewa.

Rabbi Jossi voert aan “Hoe geblokkeerd zijn alle wegen en paden [die leiden naar teshoewa] voor alle zonen van de verbanning. Als er aan hun geen opening is gelaten [om de verlossing te bespoedigen], en als dat zo is, dat zij in verbanning blijven, zoals zij waren in elke en iedere generatie, willen zij evenmin lijden onder het juk van de verbanning, en wachten op haar beloning.”
Zij zullen de Thorawetten opgeven en assimileren met de andere volkeren.

[Rabbi Jossi] opent zijn verklarende verhandeling [over dit fenomeen] met het volgende vers: “Zoals een zwangere vrouw, als zij nadert tot het baren, smarten heeft, en schreeuwt in haar weeën, zo zijn wij geweest, o G’D vanwege Uw aangezicht.” (Jesaja. 26:7).
Waarom [zijn we gelijk] een zwangere vrouw? Het is normaal voor een zwangere vrouw om te bevallen na negen maanden. Niettemin zijn er situaties waarbij vrouwen eerder bevallen dan negen maanden. Nu, alle baringsweeën met het bijbehorend leed en pijn voor een zwangere vrouw, wordt gezien voor haar als het hebben van een zwangerschap van negen maanden.
Het zelfde geldt voor Israël, omdat zij de verbanning hebben ervaren als zij teshoewa doen, wordt het hun aangerekend alsof zij alle verwijten en berispingen, die de Thora beschrijft, hebben geleden. Nota bene, [leed en pijn] vanaf de eerste dag van de verbanning.

Gezien het lijden, voortgebracht op het Joodse Volk door verbanning, zou het absoluut zeker zijn, dat teshoewa de verlossing naderbij brengen.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie