Parashat Ki Tiessá

Wanneer je opneemt (Exodus 30:11 – 34:35)

RABBI JIZCHAK LURIA

VAN DE GESCHRIFTEN VAN DE ARI

Een van de onderwerpen waar over gesproken wordt in de Parasha van deze week, gaat over de preparatie van de speciale olie die werd gebruikt in het Tabernakel en de Tempel voor het zalven van de Tempelvoorwerpen en de priesters. De ingrediënten voor dit mengsel waren “uitgelezen specerijen en kruiden: vijfhonderd shekel (een bepaald gewicht) uitgedropen myrrhehars, geurige kaneel, de helft daarvan, tweehonderd vijftig en specerijriet tweehonderd vijftig en kassia, vijfhonderd volgens de shekel van het Heiligdom, ook nog een hien olijfolie. (Exodus. 30:23,24) De hoeveelheid myrrhe en kaneel die werd gebruikt in de vermenging waren uit het zelfde gewicht van vijfhonderd, maar de kaneel moest worden uitgewogen op dat moment van de helft, van het gewicht van tweehonderd vijftig.

De mystieke betekenis van de zalvingolie is als volgt: Zoals we weten werd er vijfhonderd shekel pure myrrhe gebruikt, en het werd op dat moment gewogen. Vijfhonderd shekel geurige kaneel werd eveneens gebruikt, maar werd gewogen per tweehonderd vijftig shekel, zoals de tekst zegt. Echter alleen van kassia werd tweehonderd vijftig shekel gebruikt.

De reden voor dit alles is, dat alle specerijen manifestaties zijn van de G’ddelijk naam Elo-hiem, en zoals we behoren te weten, er zijn drie [taalgebruiken van] Elo-hiem: soms geeft het de sefira van bina aan, in andere gelegenheden de sefira van gevoera, en in weer andere momenten de sefira van malchoet.

De Bijbel gebruikt vele namen voor G’D. Dit is omdat elke naam een verwijzing is naar G’D als Hij zichzelf manifesteert door een specifieke eigenschap. Deze eigenschappen worden in Kabbala Sefirot genoemd; elke sefira is geassocieerd met een specifieke naam van G’D.

In het algemeen kan de naam Elo-hiem naast de naam Havayah worden geplaatst en wordt beschouwd als een structuur door welke Havayah wordt weergegeven. Zodoende is er geschreven: “Want zoals de zon en zijn schild, zijn Havayah [en] Elo-hiem”. (Psalm 84:12) In elk van de drie gevallen die hier worden genoemd, handelt de sefira met welke naam Elo-hiem wordt geïdentificeerd, als een secondair, en verkrijgt aanvulling van en naar andere sefira. Bina is de tweede sefira van het intellect, welke ontwikkelt en focust, de intense maar kortstondig flits van inzicht, welke chochma is, de eerste sefira van het intellect. Alhoewel het een zelfstandig vermogen is van de ziel, handelt het volgens het materiaal waar het in wordt voorzien door chochma.

Idem, gevoera is de tweede sefira van de emoties, welke de intensiteit van de eerste sefira van de emotie, chesed, limiteert. Hier opnieuw, gevoera is een zelfstandig vermogen, maar zijn functie is om te reageren op het handelen van chesed.

Uiteindelijk is malchoet het voertuig door welke de emoties tezamen zichzelf uitdrukken. Dus ondanks dat het ook een zelfstandig vermogen is van de ziel, dient het om de inhoudelijkheid van de emoties die het verkrijgt, uit te drukken. We zien dus dat in elke toestand deze sefirot fungeren en handelen als dragers, of filters voor anderen, meer “bijdragende sefirot”, en deze gemeenschappelijkheid is de basis voor het geassocieerd zijn met de naam Elo-hiem.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie