PARASHAT KI TEETSÉE

Wanneer je uitstrekt        Deuteronomium. 21:10 – 25:19

 

De sfeer van wat is geoorloofd.

 

 Verschillende categorieën van oorlog

 

 “Wanneer je tegen je vijanden ten strijde trekt, Havayah; jullie Elokiem, ze je in handen zal hebben gegeven en je er krijgsgevangenen bij gemaakt hebt……

 

 Rashi verklaart dat dit vers spreekt van een Milchemet Reshoet, een oorlog die niet verplicht is als gevolg van een direct G’ddelijk bevel, echter toelaatbaar is om te worden gestreden.

 

 Existentie is verdeeld in drie domeinen: 1) een plaats van heiligheid 2) een plaats van onzuiverheid 3) een plaats van Reshoet  (wat is geoorloofd).

 

 In de plaats van heiligheid is geen behoefte voor het maken van herstel en verbetering. Een plaats van onzuiverheid daarentegen kan niet worden gezuiverd. Het is bijvoorbeeld verkeerd om aan een persoon te zeggen dat hij voedsel eet, dat niet geoorloofd is te eten in het belang van de Hemel. Men is verplicht om zichzelf te distantiëren van verboden items.

 

 Reshoet representeert noch een plaats van heiligheid noch een plaats van onzuiverheid. Het is de sfeer van het aardse wiens oorsprong de Kelipat Noga is, het bestaan tussen deze twee sferen. Men heeft de vrije keuze om dingen te gebruiken die op het moment neutraal zijn. Hoe men verkiest deze spirituele neutrale objecten te gebruiken, zal de onmiddellijk plaats hetzij in de sfeer van heiligheid of in de sfeer onzuiverheid bepalen, afhangend van de intentie van de persoon (Peri Chacham, Baal Sulam).

 

 Voorbeelden hiervan uit het dagelijks leven zijn: de kost verdienen (door een beroep); naar de dokter gaan voor genezing en ander alledaagse activiteiten die deel uitmaken van het algemeen functioneren van de samenleving. Zij zijn niet opgenomen in de opgesomde mitswot. De sfeer van het geoorloofde houdt in al het natuurlijke die een persoon gebruikt gedurende zijn leven. Deze activiteiten zijn in de sfeer van het toegestane, dat wil zeggen, zij bevatten noch mitzwa evenmin zonde, ofschoon het mogelijk is om ook deze sfeer te heiligen.

 

 Het bovenstaand vers verenigt schijnbaar twee tegenstrijdige Namen van G’D: Havayah, representerend de openbaring van heiligheid, en Elokiem representerend Zijn restrictie die de existentie van natuur- gescheiden van Heiligheid- toestaat. Het woord Ha’teva, betekent, “de natuur”, numeriek gelijk aan Elokiem. Volgens de Heilige Ari, geeft Gematria de “achterkant” of het externe aspect van een woord weer, de zijde van verhulling, aangezien zijn relatie tot andere woorden alleen door middel van een mathematisch verband mogelijk is, terwijl het woord zelf het innerlijke niveau representeert, de zijde van openbaring.

 

 Door persoonlijk succes toe te schrijven aan de Almachtige en niet aan eigen vermogen, dus wanneer natuur (Elokiem) wordt toegeschreven aan G’D, de Schepper (Havayah), openbaart  men daardoor de innerlijke natuur en verenigt men de twee G’ddelijke Namen, Havayah en Elokiem. Het resultaat is dat men de plaats van Heiligheid heeft uitgebreid en zelfs zijn domein heeft vergroot binnen de sfeer van het toelaatbare. Maar als, G’D verhoede, men het tegenovergestelde doet, en al zijn succes toeschrijft aan zijn eigen vermogens “het vermogen van zijn eigen macht”, breidt men daardoor de plaats van onzuiverheid uit, die dan zelfs in de plaats van Reshoet zal heersen.

 

 De innerlijke betekenis van het bovenstaande vers  “Wanneer je tegen je vijanden ten strijde trekt…..”, wanneer je zelfs de sfeer van Heiligheid uitbreidt tot in de gebied van het toegestane, (en zoals Rashi verklaart: dit vers refereert aan een oorlog van Reshoet), “Havayah, jullie Elokiem, zal ze in je handen geven….. “Wanneer je zult zegevieren, zal je de twee Namen Havayah en Elokiem verenigen. Dit vers in het bijzonder gebruikt de woorden “in je handen”, aangezien de handen van een mens hun vrije keuze symboliseren.

 

SHABBAT SHALOM 

 

 

 

 

 

Geef een reactie