PARASHAT KI TEETSÉE

Wanneer je uittrekt (Deuteronomium. 21:10 – 25:19)

RABBI JITZAK LURIA

Van de Geschriften van de Ari

In deze parasha, beginnen de wetten met betrekking tot scheiding met de woorden, "Wanneer een man een vrouw neemt en een huwelijkse relatie met haar aangaat…..(Deuteronomium. 24:1) De verloving en huwelijkswetten, zijn van deze passage afgeleid. In Joods Recht is, "verloving" (kidoeshien) niet zomaar een verloving, maar eerder een wettelijke bindende relatie die een zogenaamde huwelijkse band vestigt tussen het verlovende paar. De huwelijkse band is pas volledig gerealiseerd wanneer nesoe’ien, huwelijk, plaatsvindt en wanneer het paar de eerste huwelijkse relatie heeft.

Weet dat, wanneer een man zich verloofd met een vrouw, een bepaalde bezieling van de geest van de echtgenoot op haar rust. Deze [bezieling] is een omringend licht.

Er zijn twee wijzen van "licht," of spirituele energieën. Omringend licht welk niet binnen dringt in het operatieve bewustzijn van de entiteit, het omringt alleen. Het dient eerder als een bron van inspiratie en/of bescherming. Daarentegen, informeert het "innerlijke" licht het bewustzijn van de entiteit, het dringt het bewustzijn binnen, en vernieuwt zijn eigenaars zienswijze, het verandert zijn of haar wijze van leven.

Als eenmaal het omringend licht, van zijn geest, op haar is neergedaald, kan hij een volledige huwelijkse relatie met haar aangaan. Dit verschaft aan haar een bijkomend niveau van zijn geest, een innerlijk licht.

"Volledige"huwelijks relatie impliceert de eenwording, niet alleen lichamelijk, maar ook van de eenwording van de twee zielen van het paar. Dus volledige eenwording is niet mogelijk zonder het lichamelijke.  Maar het ideaal is dat twee wijzen van eenwording elkaar aanvullen, versterken en verbeteren.  Daarom, hoe intiem het paar ook wordt door verloving, een volledige spirituele eenwording wordt pas mogelijk nadat hun huwelijk is verwerkelijkt.

De verloving moet daarom vooraf gaan aan het huwelijk, want de innerlijke geest kan niet in haar binnentreden totdat de omringende geest van deze zelfde innerlijke geest eerst in haar binnentreedt.

Opmerkelijk is het gebruik van het werkwoord "binnentreden" zowel voor de omringende geest als voor de innerlijke geest. Dit is omdat de "omringende" geest niet het fysieke van de entiteit, waaraan het is gegeven, omringd, dit is alleen maar metaforisch. Het is een aanwezigheid binnenin de entiteit als een interne geest, maar aangezien het niet het bewustzijn van de entiteit informeert, is het altijd "op afstand".

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie