PARASHAT KI TEESÉE

Wanneer je uittrekt                       Deuteronomium. 21:10 – 25:19

Gebaseerd Op Likoetei Thora p. 36a, En Derech Mitzvotecha p.208

Gevangen Zielen

Wanneer je tegen je vijanden ten strijde trekt, de Eeuwige, je G’D, ze in je macht zal hebben gegeven en je er krijgsgevangenen bij gemaakt hebt en je ziet onder de gevangenen een heel mooie vrouw, je wordt verliefd op haar en je wilt haar als vrouw hebben, breng haar dan je huis binnen. Ze moet haar hoofd kaal scheren, haar nagels laten groeien [knippen], de kleding die ze bij haar gevangenneming droeg, afleggen en dan moet ze bij jou thuis blijven zitten en een volle maand om haar vader en moeder wenen. Eerst dan mag je bij haar komen om haar, als man te bezitten en kan ze je vrouw worden. (Deuteronomium. 21:10-13)

[De Talmoed (Jevamot 48a) citeert een meningsverschil tussen Rabbi Eliezer en Rabbi Akiva met betrekking tot de betekenis van “laat haar nagels groeien.”Volgens Rabbi Akiva, opinie geciteerd door Rashi, betekent dit “laat haar nagels groeien”zodat zij afstotelijk wordt. Volgens Rabbi Eliezer, opinie geciteerd door Chizkoeni, betekent dit “haar nagels knippen.” De Ma’amar [verhandeling] schijnt de laatste menig te volgen.]

Zo begin t ons Thoragedeelte. Dit essay bestudeert de diepere en persoonlijke betekenis van “een verschijning van een heel mooie vrouw” en het innerlijke belang van haar hoofd kaal te scheren en het knippen van haar nagels”. [Op het letterlijke niveau, behandelt deze gedragscode de onvermijdelijke gebeurtenis gedurende de oorlog van een verlangen van een soldaat om een gevangen genomen vrouw te huwen. De Thora staat hem met tegenzin toe om dit te doen. Maar zij moet eerst een proces ondergaan dat hem hopelijk ontmoedigt haar te huwen. Als hij haar toch wil huwen, moet aan haar volle rechten worden verleend zoals elke andere getrouwde vrouw.

De ziel van een mens is opgebouwd uit twee bestanddelen: een die buiten en boven het lichaam blijft en een die gekleed is in een lichaam. Het eerste aspect ondergaat niet het proces van G’ddelijke verhulling waar het tweede aspect onderhevig aan is. Dus het blijft afzijdig en op afstand van het lichaam en is niet onderhevig aan het vervormde beeld van de werkelijkheid. Dit deel van de ziel wordt mazal genoemd, als in het gezegde, “Ofschoon hij het niet ziet, zijn mazal ziet het.”

De Talmoed in Meggila 3a, citeert een vers van Daniel 10:7-1, Daniel kan het alleen zien, maar de mensen die met hem waren niet;doch een grote angst overviel hen en zij zochten dekking.

De Talmoed identificeerde degene die met Daniel waren als Chaggia, Zecharia en Malachi, die ofschoon zelf profeten, niet op het niveau waren van Daniel en daarom niet konden zien wat hij zag. De Talmoed vraagt vervolgens: als zij het niet zagen, waarom waren zij dan bang? En de Talmoed antwoordt: Hoewel zij het niet zagen, hun mazals zagen het. Ravina becommentarieert: Leer hier uit dat wanneer iemand angstig wordt (zonder speciale reden,), ondanks dat hij het niet ziet, het is omdat zijn mazal het ziet.

Met andere woorden, ondanks het feit dat iemand zich niet bewust is van zijn mazal, is hij beïnvloed door wat zijn mazal ervaart. Dus als zijn mazal bang is, zal de persoon bang zijn. Als de mazal geïnspireerd is, zal de persoon zich plotseling op onverklaarbare wijze geïnspireerd voelen. De mazal daarom, vanwege zijn superieure visie, begeleid de persoon door bepaalde situaties, en beweegt hem wegen te gaan die hem ten dienste zijn om zijn uiteindelijk doel te kunnen bereiken.

Dus de Baal Shem Tov verklaart de bedoeling van de “bas-kol”, “Hemelse Stem” die verschillende afkondigingen voortbrengt. Maar als niemand hen hoort, wat voor zin hebben ze dan? Het antwoord is: jij kan het niet horen, maar je mazal wel.

Het wordt mazal genoemd, een woord dat “vloeiend kan”inhouden, aangezien de energie van de mazal naar het aspect van de ziel vloeit dat woont in een lichaam.

Aan het mazal aspect van de ziel wordt gerefereerd als yefat to’ar, “mooie verschijning.” Schoonheid wordt voortgebracht door samen komen van  verschillende elementen. Één kleur creëert geen schoonheid. Het is de convergentie van variërende kleuren die schoonheid creëert. Evenzo verkrijgt de mazal zijn energie van een aantal G’ddelijke elementen en is daarom gerelateerd aan de Sefira van Tiferet, die de fusie van Chesed en Gevoera is.

Aan de ziel wordt vaak gerefereerd aan Jacob, die de fusie representeert van Abraham en Izaak, goedhartigheid en strengheid.

Het aspect van de ziel, dat woont in een lichaam, wordt “een vrouw van prachtige verschijning” genoemd, betekenend dat het de ontvanger van de schoonheid is van het hogere aspect van de ziel.

[In Kabbala symboliseert een vrouw ontvangen, terwijl een man geven symboliseert. (Dit wordt weergegeven in het proces van voortplanting, waarin de vrouw ontvangt van de man.)

Vandaar dat aan haar wordt gerefereerd als een vrouw in gevangenschap, aangezien het het lagere aspect van de ziel is, bij wijze van spreken, gevangen gehouden door de mentale en emotionele ketening van het lichamelijke perspectief.

Dus wanneer iemand “haar verlangt” en waarlijk wenst om de gevangen ziel te bevrijden van haar gevangenschap, moet hij “haar hoofd scheren”en “haar nagels knippen”.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie