PARASHAT KI TAVÓ

Als je komt     Deuteronomium. 26:1 – 29:8

Werken met de realiteit

Via het Land Israël zelf, verbinden we meer direct met G’D.

En wanneer je dan in het Land dat G’D, je G’D, je als erfgoed geeft, gekomen bent, het in bezit genomen zult hebben en er zult wonen,

De uitdrukking “En wanneer je dan…..” is een van vreugde. (Midrash Berehiet Rabba 42)

Het begrip van “komen in het land” verwijst naar de neerdaling van de ziel in het lichaam. Deze neerdaling is nogal drastisch, in de zin dat de ziel haar spirituele verblijfplaats verlaat en zichzelf terug vindt in een uitdagende overweldigende omgeving van regelementen en wetten die G’ddelijkheid verhuld.Nochtans is deze neerdaling uiteindelijk een vreugdevolle gebeurtenis, een “die G’D”, je G’D, je geeft, omdat het ware doel van de neerdaling het omhooggaan, het oprijzen brengt. (Likoeté Sichot, vol. 9, p. 357)

moet je van het eerste van alle vruchten van de bodem nemen die je binnen brengt van het Land dat G’D, je G’D, je geeft en die in een mand doen, dan moet je gaan naar de plaats, die G’D, zal uitkiezen om daar Zijn Naam te vestigen.  (Deuteronomium. 26:1-2)

Het woord voor “land”, Hebreeuws “eretz”, is verwant aan het woord voor “wil”, Hebreeuws “radzon”  dienaangaande zet de Baal Shem Tov dit vers uiteen als volgt:

 “Wanneer je in het Land gekomen bent….” Wanneer je er in slaagt om je wil op een lijn te brengen met de wil van G’D…

 “…dat G’D je geeft als erfgoed”: dit is een G’ddelijke gift, een ingeboren bevoegdheid, gegeven door G’D aan iedere Jood…

“…in bezit genomen zult hebben” is jouw missie, als een opdracht om dit te integreren in je dagelijkse leven, zodat jouw wil wordt vervangen door G’D’s Wil, niet om je te scheiden van de realiteit, maar veeleer om te werken binnen de werkelijkheid om het te rectificeren.

“….moet je van het eerste van alle vruchten…. en die in een mand doen….”: Met andere woorden, je moet garanderen dat je verhoogt bewustzijn  (in Kabbalistische terminologie: (“Licht”) wordt gekleed in de gepaste wijze van expressie: (“vat”).

 “….dan moet je gaan naar de plaats, die G’D, zal uitkiezen…”: Wees gewaar dat als je reist van plaats naar plaats, je dit niet doet op eigen kracht maar het veeleer de G’ddelijke Voorzienigheid is die je bewegingen arrangeertomdat waar G’ddelijke Voorzienigheid je heen leidt je G’ddelijk bewustzijn verspreidt.

 

 De connectie tussen geïntegreerde G’ddelijke inspiratie in het dagelijks leven en gewaar zijn dat onze voetstappen worden geleid door G’D is die van  waarlijk onze G’ddelijke inspiratie hebben geïntegreerde in ons het dagelijks leven.  Waar we  dan ook gaan, zullen we noodzakelijker wijs ( ipso facto) bewustzijn van G’D verspreiden.

In de terminologie van Kabbala: het feit dat ons wordt opgedragen om de gekozen vruchten van de gekozen plaatsen in het Heilige Land te brengen verwijzen naar G’D’s wens dat we het hoogst gekozen Licht kenbaar maken in de vaten. Maar het hoogste Licht is oneindig en kan niet worden bevat (met andere woorden, worden uitgedrukt) in vaten. Hoe is dit dan mogelijk? Alleen door het vermogen op te roepen van G’D’s essentie, welke de definitie  van “eindig en “oneindig” overtreft en waar alles mogelijk is.

Dit wordt aangegeven in de frase “….  en die in een mand doen, dan moet je gaan naar de plaats, die G’D, zal uitkiezen om daar Zijn Naam te vestigen.”

Alleen G’D’s essentie heeft de mogelijkheid van ware vrije keuze, alleen G’D Zelf kan zo iets doen.

SHABBAT SHALOM  

Geef een reactie