PARASHAT JITRO

Jitro, Exodus 18:1-20:23

Jitro, de priester van Midjan en de schoonvader van Mozes, hoorde alles wat de Almachtige gedaan had voor Mozes en voor zijn volk Israel en hoe de Almachtige Israel uit Egypte had geleid (Ex. 18, 1). Toen hij het nieuws vernam, trok Yitro Mozes in de woestijn tegemoet. Hij begroette hem en prees hem om zijn prachtige verwezenlijkingen.

Alhoewel Jitro tot de familie behoorde, de bevrijder van de Israelieten was immers zijn schoonzoon, toch is hij de eerste buitenstaander die gunstig reageert op Israels roemvolle optocht. Zijn bezoek op dit tijdstip was uitermate belangrijk omdat het het tegendeel bewees van wat velen aannamen: ''de hele wereld is tegen ons”.

Jitro was niet de enige en zelfs niet de eerste die als buitenstaander hoorde ''over alles wat de Almachtige voor Mozes en zijn volk Israel had gedaan”. Het nieuws van de wonderbaarlijke gebeurtenissen had zich zeker overal verspreid en ''krantekoppen” gehaald, zelfs buiten het land Midjan. ledereen moet hebben gehoord over de buitengewone slavenopstand in Egypte welke leidde tot vrijheid. De Tora onderlijnt dat Jitro niet enkel de buitenstaander is die het nieuws ,''hoorde”, maar ook dat hij het nieuws gunstig interpreteert en er gunstig op reageert.

De rabbijnen in de midrash leggen uit dat het niet enkel belangrijk is wat men hoort maar ook hoe men het hoort. ''Iemand hoort en wint”, zo zeggen ze, ''iemand anders hoort en verliest”. In het Lied van de Zee wordt ons verhaald (Ex. 15, 4) dat de ''volkeren hoorden”: ze vernamen hetzelfde nieuws dat ook Jitro bereikte, en ''ze beefden… schrik beving de inwoners van Filistea”.

Ook Amaleq, aan de rand van de woestijn, hoorde het nieuws. Wat was zijn reaktie? Amaleq ''kwam en viel Israel aan in Refidiem” (Ex. 17, 8).

Jitro vormt de uitzondering. Hij verheugde zich niet enkel met Israel tijdens een van diens mooiste uren, maar was, zoals de 'I'almoed duidelijk maakt, de eerste om de Almachtige te loven. En Jitro zei: ''Gezegend zij de Almachtige die u bevrijd heeft uit de hand van Egypte en van Farao”. Vele vrome joden van vandaag die vaak de zin “baroech ha-Shem” (gezegend zij de Almachtige) gebruiken, zijn er zich wellicht niet van bewust dat het de niet-jood Jitro was die deze uitdrukking heeft gevormd.

Mozes en de zijnen bleven niet ondankbaar tegenover Yitro die vriendelijke woorden tot hen richtte in een wereld vol dreigende ''Amaleqs en volkeren die ''beven” en ''gegrepen worden door angst” bij het zien van de overwinning van Israel. Jitro werd gevierd als eregast op een feestelijke maaltijd welke te zijner ere werd aangericht (18,12). Een niet gemakkelijke taak voor de restaurateurs, gezien de omstandigheden in de woestijn en het feit dat het manna het enige beschikbare voedsel was.

Jitro toonde zijn genegenheid tegenover Israel niet enkel door hen te loven voor wat hij over hen had gehoord. Als een echte vriend uitte hij ook opbouwende kritiek ten aanzien van de wijze waarop Mozes de rechtsadministratie ter hand nam.

In zijn overenthousiasme voor wet en gerechtigheid, scheen Mozes zich in een administratieve warboel gewerkt te hebben, zodat het volk de eigen leraar om de tuin kon leiden, die zichzelf niet spaarde waar en wanneer men ook een beroep op hem deed.

Het was Jitro, Mozes' schoonvader, de buitenstaander, die zich ervan bewust werd dat dit een ondraaglijke toestand zou worden. Openlijk richt hij zich tot Mozes: ''je doet niet goed wat je doet. Het is te vermoeiend zowel voor jou als voor de mensen die staan te wachten. Het is te zwaar voor je, dit kun je alleen niet aan” (Ex. 18, 18-19).

Jitro leverde niet enkel kritiek. Hij gaf ook waardevolle raad om het bestaande systeem te hervormen. Zijn plan was een pleidooi voor de overdracht van gezag aan bekwame mannen. Hij stelde Mozes voor dat alleen ''iedere belangrijke (gadol) zaak” aan hem zou worden voorgelegd, terwijl de ''minder belangrijke (qaton) zaken” zouden worden afgehandeld door zorgvuldig uitgekozen rechters. ,Het zou voor jou een verlichting betekenen als ze de last met je dragen” (Ex. 18, 22).

De Tora vertelt ons dat Mozes de suggesties van zijn schoonvader overnam. Hij gaf toe dat hij als de gevierde leider en leraar een en ander kon leren van de wereld buiten zijn kamp.

Rabbi Chaim ben Atar, de grote achttiende-eeuwse mystieker die Marokko voor Jeroeshalajiem verliet waar hij zijn beroemde kommentaar op de Tora 'Or ha-chaim schreef, zegt dat Jitro met zijn bezoek aan de Israelieten in de woestijn een bijzonder doel voor ogen had. Hij zou ons namelijk hebben willen leren dat alhoewel de Tora een alomvattende verzamelplaats van wijsheid is, er ook dingen zijn waarin niet-joden beter zijn dan joden. Bijvoorbeeld de bekwaamheid om een goede bureaukratische administratie op te zetten.

De grootheid van Mozes moet ook hierin worden gezien dat hij, in onderscheid met vele leiders die raadgevers uitnodigen om hen te adviseren en vervolgens hun rapporten wegklasseren, Jitro's plan aandachtig beluistert en onmiddellijk uitvoert.

''Mozes ging in op de raad van zijn schoonvader en deed alles zoals hij gezegd had. Hij koos uit heel Israel bekwame mannen en stelde hen aan het hoofd van het volk – leiders over honderd, leiders over vijftig en leiders over tien”. Als we de berekening maken komen we aan 78.600 leiders voor een bevolking van 600.000, een leger van bureaukraten.

Mozes bracht echter een belangrijke wijziging aan in Jitro's plan. Als we de tekst zorgvuldig lezen (Ex. 18, 22.26), dan wordt duidelijk dat Jitro aan Mozes voorstelde enkel de belangrijke wetszaken af te handelen waarmee een grote som was gemoeid (davar gadol), terwijl hij de zaken waar minder geld mee gemocid was (davar qaton) zou kunnen delegeren aan lagere gerechtshoven. Mozes verordende echter (Ex. 18, 26) dat alle moeilijke gevallen (ha-davar ba-qashe) aan hem zouden worden voorgelegd, of het gaat om honderdduizend shekel of om een proeta.

In onderscheid met Jitro, de priester van Midjan, was Mozes de mening toegedaan dat bij het nastreven van gerechtigheid het niet zozeer gaat om de grootte van de betreffende geldsom, dan wel om het principe dat moet worden hooggehouden.

Geef een reactie