PARASHAT JITRO

Jitro (Exodus 18:1 – 20:23)

Deze parasha is gedoneerd door Seree Cohen ter nagedachtenis aan haar vader Israel Zwi ben Baroech HaCohen

“Ik ben van nature een goed mens. Ik wil anderen helpen; dat is waar het op aan komt. Laat me me in eerste instantie concentreren op wat goed is voor mijn medemens. Daarna kan ik me gaan bezighouden met wat goed voor G’D is.”

Dit is geen recent argument. Integendeel, we horen het vele keren opnieuw door heel onze geschiedenis. Ondanks dit, heeft het Judaïsme, vanaf haar prilste begin deze benadering niet geaccepteerd. Op de Berg Sanaï, toen G’D ons de Tien Geboden gaf, deelde Hij hen in twee groepen: De eerste vier geboden gericht op onze relatie met G’D: alleen Hem te dienen, geen afgoderij, niet zomaar Zijn naam te bezigen en om Shabbat te houden. De zes overige houden zich bezig met de relatie van onze medemens: eren van onze vader en moeder, niet moorden, niet stelen, geen echtbreuk, geen valse getuigenis tegen je naaste, niet begeren het bezit van je naaste. De twee groepen zijn samen gegeven, maar de geboden tussen G’D en mens kwamen het eerst. Waarom? Omdat wij zelf niet altijd zeker kunnen zijn dat we goede mensen zijn. We hebben een objectieve normbepaling nodig voor ons gedrag.

Een persoon kan zeer goede intenties hebben en toch, door zijn handels wijze, iemand ernstig schaden.

Hoe is dat mogelijk? Immers “liefde bedekt alle onvolkomenheden”, en eigenliefde is de krachtigste vorm van liefde die er is. Omdat een persoon zo ingenomen is met zichzelf, wat hij graag wil en wat hij denkt dat goed is, verliest hij het zicht op wat er gebeurt met betrekking tot de andere persoon. Zelfs, ondanks het feit dat hij de andere persoon schaad, denkt hij dat hij goed doet. Meer dan een generatie geleden was deze thesis in contradictie met alle logica. Maar heden ten dage zijn we getuigen met wat er gebeurt als de nood voor G’ddelijke normen worden genegeerd. Bij het begin van de negentiende eeuw was Duitsland het toonbeeld van civilisatie, de meester van de wetenschap, cultuur, filosofie en ethiek, en als een natie wees zij op de succesvolle inzet van de mens om zichzelf te verbeteren.

En toch bedreef deze natie afschuwelijke misdaden en wreedheden die een onuitwisbaar stempel gedrukt hebben op deze eeuw en de gehele geschiedenis van de mensheid en dat allemaal in de naam van de menselijke vooruitgang.

Bovendien, was het niet alleen de doorsnee bevolking die deze daden ondersteunde, maar grotendeels ook de kampioenen van wetenschap en cultuur. Kortom, de overweldigende meerderheid collaboreerde. De menselijke wil en neiging, overgelaten aan zichzelf, beseft niet de beweegkracht van zijn handelingen en hun consequenties. Om die redenen geeft de Thora ons objectieve normen van gerechtigheid en goedheid. Een persoon moet hen ondersteunen, niet omdat hij denkt dat zij nuttig zijn, waardevol of voordelig, maar omdat HIJ het wil, G’D’s wet, onveranderlijk en standvastig, waar niet mee te sjoemelen valt. Want de Thora leidt ons niet alleen tot spirituele ontwikkeling en verbondenheid met G’D, maar ook tot menselijke groei en geavanceerde intermenselijke relaties.

Het geven van de Thora was een keerpunt in de spirituele historie van de wereld: G’D openbaarde zich aan de mens en gaf hem gedragslijnen. Daar deze gedragslijnen G’ddelijk zijn, zijn zij, net zoals G’D, onveranderlijk.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie