PARASHAT JITHRO

Jithro                Exodus. 18:1 – 20:23

 

Rabbi Shimon bar Jochai

 

Zohar, p. 69a

 

Een ontzagwekkend gedrag

 

“En Jithro, de priester van Midjan, de schoonvader van Mozes, hoorde alles wat G’D voor Mozes en Zijn volk Israël had gedaan.” (Exodus. 18:1)

 

[Om dit vers te verklaren citeert Rabbi Elazar:] “Ik zal daarom dank betuigen onder de volkeren aan U, G’D, en lof zingen ter ere van UW Naam.” (Psalm. 18:50) Koning David zei dit indertijd met G’ddelijke Inspiratie toen hij zag dat het eerbetoon aan G’D niet was zoals het zou moeten zijn en Hij niet het passende respect ontving in de wereld, uitgezonderd van diegenen [bekeerlingen vanuit] de rest van de volkeren.

 

Als je nu zegt dat de Heilige, Geprezen zij Hij, alleen wordt geëerd in deze wereld voor het belang van Israël, zou dit zeker correct zijn. Dit omdat [de zielen van] Israël het basisvuur vormen dat licht laat schijnen.

 

De zielen van Israël zijn het basisvuur die de sefira van Malchoet verlichten. Door hun positieve handelingen verhogen zij het spirituele licht dat in deze wereld schijnt.

 

Maar wanneer de andere volkeren van de wereld komen en dank betuigen en zichzelf binden aan de glorie van de Heilige Geprezen zij Hij, dan versterkt dit het basisvuur. Het schijnt over al Zijn werken in één licht [met Israël] en de Heilige, Geprezen zij Hij, regeert verheven boven en onder. Het was op deze wijze dat vrees en ontzag voor de Heilige, Geprezen zij Hij, over hen kwam [toen zij (de andere volkeren) hoorden wat Hij teweeg had gebracht in Egypte en bij de doortocht door de Rode Zee]. Toen Jithro, die de hoge priester was van de andere goden, kwam om zich te bekeren, was de glorie van de Heilige, Geprezen zij Hij, gesterkt en heerste over alles. Dit omdat de hele wereld op zijn grondvesten schudde toen zij hoorden van de machtige daden en handelingen van de Heilige, Geprezen zij Hij, en zij keken allen naar Jithro die een wijs man was  en de hoogst verantwoordelijke voor alle vormen van heidense verering in de wereld. Toen zij zagen dat hij [naar Mozes] kwam en zich bekeerde tot het eren van de Heilige, Geprezen zij Hij, en verklaarde: “Nu weet ik dat G’D, de Eeuwige groter is dan alle andere goden” (Exodus. 18:11), distantieerden zij zich van de aanbidding van hun godheden en beseften dat deze geen enkele vorm van essentie bevatten.

 

Toen werd de glorie van de heilige naam van de Heilige, Geprezen zij Hij,versterkt in alle richtingen. En dit is de reden dat deze wekelijkse Thoralezing wordt genoemd bij

de naam Jithro en er mee begint.

 

Jithro was één van de drie adviseurs van Pharao. De andere twee waren Job en Bilaam.  De allereerste was Jithro omdat er geen vorm van verering van heidense godheden was, waarvan hij niet op de hoogte was. Hij kende de precieze wijze van aanbidding en het dienen van elke godheid afzonderlijk. Bilaam was magiër en kende allerlei wijzen van tovenarij, hetzij door magische daden dan wel door formules.

 

Job was een meester van vrees (ontzag eerbied angst), deze vrees was de essentie van zijn verering. Deze [vrees is waardevol] omdat iemand niet in staat is licht neer te halen van boven, van de sfeer van Heiligheid noch van de Andere Zijde, zonder dat de verering in vrees is. Het hart en de wil moeten worden geleid door vrees en dan, met een gebroken hart, kan het hogere licht worden neergehaald en het verlangde effect bereikt.

 

Hier wordt ons een algemene regel in de spirituele wereld geleerd. Als iemand niet bidt of mediteert met vrees, krijgt hij geen innerlijk respons. Dit verklaart waarom vele mensen zich niet kunnen relateren aan een georganiseerde godsdienst. Zij weten niet hoe te focussen op waar het om gaat. Alleen wanneer dit is begrepen kan men verder gaan naar een appreciatie van waar het om gaat. Dit is het mysterie van het herverbinden met de eigen spirituele oorsprong en het bevatten van de G’ddelijke realiteit. Zo bereikte Abraham bijvoorbeeld dit niveau door meditatie op de ontzagwekkende macht van G’D als Schepper en ondersteuner van het universum.

 

Iemand kan zicht niet hechten aan de spirituele zijde tenzij hij zijn hart en wil plaatst in de sfeer van vrees. [door dit niet te doen] ontvangt hij alleen maar een miniem begrip van allerlei krachten die extern zijn aan het heilige. Meer nog is deze [mentale staat vereist] ten aanzien van hogere, heilige spirituele niveaus. Dit vereist nog grotere vrees en wilskracht.

 

SHABBAT SHALOM    

Geef een reactie