PARASHAT HA’AZINOE

 Neig het oor   Deuteronomium. 32:1 – 32:52

 

Rabbi Schneur Zalman van Liadi

 

“Als druppels op jong groen; Als regendruppels op het gras”, “Ki’si’eeriem alei deshe v’chirviem alei eisef”  (Deuteronomium. 32:2)

 

Een les in Bijbels Hebreeuws.

 Deshe en eisev betekenen beide gras. Se’eeriem en  r’viviem betekenen beide regendruppels.

 De Arizal   verklaart preciezer, en dus is er geschreven in Shoroshiem, “Het Boek van de Oorsprong”, dat deshe  verwijst naar jong ontluikend gras net beginnend zich te vertonen in de grond, terwijl eisev verwijst naar volgroeide sprieten. Se’eeriem verwijst naar een zeer lichte spray, dun als haar, sei’ar, en r’viviem verwijst naar dikke regendruppels. Lichte druppeltjes helpen de jonge sprietjes groeien; volle regendruppels cultiveren het volgroeide gras.

 Deshe en eisev worden voor het eerst genoemd in Genesis, (1:11), ten opzichte van de Schepping als G’D zegt, “Laat de aarde deshe voortbrengen, eisev zaaddragende gewassen, vruchtbomen…”Zodat het verschil tussen

Deshe en eisev kan worden gezien als het verschil tussen vegetatie dat geen zaad draagt (deshe) en vegetatie dat zaad draagt (eisev), zie Zohar I, 19a).

 De Zohar I, 18b zegt dat deshe en eisev twee typen van engelen zijn.

 [Engelen zijn de spirituele antecedenten van vegetatie. Net zoals vegetatie groeit van klein naar groot, zo groeien engelen in gestalte wanneer zij zich bezig houden ,met het vervullen van een G’ddelijke opdracht. (Zie Mi Chamocha 5629.)]

 Er zijn engelen die iedere dag gemaakt en niet over gaan naar de volgende en er zijn engelen die gecreëerd zijn tijdens de zes dagen van de Schepping en blijven bestaan tot op de dag van vandaag. Aan deze twee typen wordt gerefereerd in een van de ochtendgebeden wanneer we spreken van G’D als Hij die “dienende engelen creëert en wiens dienende engelen allen staan aan de hoogten van het universum…” De eerste verwijzing naar engelen verwijst naar het type dat niet overgaat naar de volgende dag, G’D creëerde hen – tegenwoordige tijd – op een dagelijkse basis. De tweede referentie verwijst naar de engelen die blijven bestaan op de hoogten van het universum voortdurend.

 De Tzemach Tzedek voegt hieraan toe: De Zohar past deze interpretatie van deshe ook op het woord chatzier toe, zoals het vers (Psalmen 104:14), “ U bent het die gras voor het vee laat opkomen en eisev ter bewerking door de mens.” We zien dat eisev is geassocieerd met een hoger niveau van G’ddelijke dienst, het niveau van “bewerking door de mens”. Zie ook Bereishiet 19a, Teroema 171a, Vayikra 12a en Pinchas 217a.

 Klaarblijkelijk, deshe, dat geen zaad draagt, met andere woorden, heeft geen duurzaamheid, refereert aan de engelen die terugkeren naar het niets. Eisev, wat zaad draagt, met andere woorden bezit permanentie, refereert aan die engelen die in existentie blijven. (Zie Zohar  ibid)

SHABBAT SHALOM

 

 

               

 

  

 

     

Geef een reactie