PARASHAT EMÓR

ZEG (LEVITICUS 21:1 – 24:23)

DE DAG VOLGEND OP DE SHABBAT

In de Thoralezing van Emór wordt de opdracht gegeven voor het Tellen van de Omer: “En je zult voor jullie zelf tellen vanaf de dag na de Shabbat, van de dag dat jullie de schoof (“Omer”), bestemd voor de zijdelingse bewegingen gebracht hebben; zeven volle weken moeten het zijn”.( Leviticus. 23:15 )

De Talmoed ( Menachot 65a ) zegt dat de sekte van de Boethusians het woord Shabbat interpreteert als zijnde de zevende dag van de week, in plaats van “de rustdag van Pesach”. Met als consequentie dat de Omertelling altijd op Zondag begint. Er was een aanzienlijk debat, waarbij de Rabbijnen veel schriftelijke bewijzen moesten ten toon spreiden, om aan te tonen dat de interpretatie van de Boethusians verkeerd was. Maar een dringende vraag ontstaat hier: Waarom geeft de Thora zoveel ruimte voor een discutabele situatie, in plaats door duidelijk te stellen,”de dag na Pesach”?

DRIE MAANDEN

In Exodus 3:12, zegt G’D tegen Mozes, “als je het volk uit Egypte zult hebben gevoerd, zullen jullie G’D op deze berg dienen.” M.a.w., Doel van de uittocht van Egypte was het Geven van de Thora.

Tussen deze twee gebeurtenissen, de Uittocht, en de Openbaring op de Sinaï, kwam de zeven weken van de Omer. Deze zeven weken waren nodig voor de overgang tussen het begin en de voltooiing van de verlossing. Drie maanden waren gemoeid in dit proces: Niesan, in welke de uittocht plaats vond, Ijar, welke geheel werd opgenomen met het Tellen van de Omer, Siewan, in welke de Thora werd gegeven. Alleen deze drie maanden zijn expliciet genoemd in de context van de verlossing. Over Niesan is geschreven: ” de maand van het voorjaar,……want daarin ben je uit Egypte getrokken” ( Exodus 23:15 ). Van Ijar,”de tweede maand ….. vanaf hun uittocht uit Egypte”( Numeri 1:1 ). En van Siewan, ” in de derde maand sinds de uittocht van de Kinderen van Israël uit het land Egypte ” ( Exodus 19:1 ). Alle drie zijn genoemd omdat elk een integraal onderdeel vormen van de verlossing.

DE DRIE VOEDSELSOORTEN

Pesach verwijst naar het eten van Matza. De Omer naar een bepaalde maat van gerst. En Shavoeot ( Wekenfeest) heeft het speciale offer van de twee gebakken gistbroden van fijn meel. Dit oogt problematisch, omdat alleen twee meeloffers geen tarwe behielden: De Omer en het offer van een vrouw die verdacht werd van ontrouw. Beiden bestonden uit gerst. In het geval van de vrouw geeft de Talmoed een reden: Haar offer moest bestaan uit voedsel dat aan dieren werd gevoederd als vernedering voor haar immoreel gedrag ( “Haar gedrag was als een dier, daarvoor moest zij voedsel brengen wat bestemd was voor dieren”). Maar waarom bestond de Omer uit diervoeder? Op Pesach is het ons verboden om gegist voedsel te eten, omdat gist, gerezen symbolisch is voor de inclinatie van hoogmoed en arrogantie. Zoals gist het deeg laat rijzen, zo blaast hoogmoed de mens op tot arrogantie. Maar waarom dan is het ons toegestaan om het de rest van het jaar te eten, en bovendien verplicht ( in de Tempel ) het te doen op Shavoeot.

“TREK MIJ UIT; WIJ WILLEN U VOLGEN”

In Hooglied ( 1:4 ) is een vers, “trek mij uit, wij willen u volgen; de koning heeft mij binnen zijn kamers gebracht.” De Kabbalisten zien deze drie frasen als een verwijzing naar de drie fasen van de uittocht van Egypte. “Trek mij uit” is de uittocht. “Wij willen u volgen” is de Omertelling. “De Koning heeft mij binnen zijn kamers gebracht” is het Geven van de Thora. “Trek mij uit” is passivum—-het refereert naar het uithalen van de Israëlieten door G’D. Eveneens is het enkelvoud. Daarentegen is “Wij willen u volgen” actief en in het meervoud. De Zohar legt uit dat bij het beëindigen van hun slavernij, de Israëlieten waren geassimileerd tot de heidense gewoonten van hun overheersers. Zij verdienden geen verlossing. Zij moesten worden gegrepen en uit hun gevangenschap getrokken worden op initiatief van G’D. Daar zij er niet innerlijk op voorbereid waren, veranderde deze onverwachte openbaring hen innerlijk niet wezenlijk.

En ofschoon hun “G’ddelijke ziel” reageerde, bleef hun “dierlijke ziel” onveranderlijk. Alleen een deel van hun wezen ontving de openbaring, maar de andere, het potentieel van kwaad, bleef. Inderdaad, zegt Rabbie Sneur Zalman van Liadi, dit is waarom de Israëlieten zijn beschreven als zijnde ontvlucht van Egypte. ( Exodus 14:5 ) Zij ontvluchten van het kwaad in hun zelf. Nu kunnen wij de frase begrijpen “Trek mij uit”. Ten eerste, wanneer wij een object in bezit nemen, verandert dit niet het subject zelf, het verandert alleen van eigenaar: in ons geval, in de handen van Farao naar de handen van G’D. Israël in zichzelf bleef onveranderd. Ten tweede was het passief. De uitneming van Egypte werd bereikt door Hemelse hand, niet door een spontane handeling van de Israëlieten. Ten derde, het was enkelvoud. De openbaring van deze plotselinge interventie van G’D had alleen op een kant van hun wezen een effect. Hun geest reageerde, hun fysieke gevoelens niet.

INTELLECT EN GEVOEL

Het doel van een openbaring is dat zowel de geest en fysieke natuur van de mens zal veranderen. Zoals Rabbie Schneur Zalman het uitdrukt, als de mens puur voor het geestelijke was bestemd, dan benodigde hij geen lichaam. De essentie van een religieus leven in deze wereld is om elk menselijk aspect binnen G’Ds werk te brengen : In de woorden van de Talmoed : ” En je zult G’D lief hebben met heel je hart, dat betekent, met beide inclinaties.”

Deze wisselwerking verheft niet alleen de fysieke kant van de mens, maar evenzo zijn spiritueel leven door de drang en energie van de fysieke passie toe te voegen. De mens als een intellectueel wezen is emotieloos : zijn emoties en verlangens zijn gematigd door de rationele controle die hij er over uitvoert.

Maar dierlijke ongehinderd ( instinctmatige ) energie, is letterlijk in een dier en in de instinctieve drang van de mens, zeer krachtvol.

“Er is veel groei door de kracht van de os ( Spreuken 14:4 ).

Wanneer het dierlijke in de mens niet langer in strijd met zijn geest is, maar er aan gesublimeerd, is al zijn gepassioneerde intensiteit overgebracht naar het leven van heiligheid. Dit is waarom de Omer van gerst was, voedsel voor dieren. Omdat dit een werkperiode was, om de “dierlijke ziel” van de Israëlieten te transformeren, die onaangetast was gebleven tijdens de openbaring in Egypte. Hoe is dit gedaan? Door meditatie. Meditatie over de natuur van G’D wekt liefde en vrees.

Als eerste, wanneer iemand weet dat rebellie, arrogantie, dierlijke halsstarrigheid nog steeds een kracht in hem zelf is, moet hij er van weg “vluchten”. Dit is de periode van onderdrukking. Maar wanneer iemand eenmaal het “Egypte” van verleidingen heeft verlaten, komt er een tijd van meditatie en sublimatie, wanneer de twee kanten van de mens niet langer strijd voeren om dominantie en de geest heerst en de fysieke natuur zijn energie transformeert. Aldus schrijft Salomon, “Wij zullen u volgen” Wij zullen volgen, omdat onze dienst is opgewekt door deze nieuwe bron van energie. Wij zullen volgen, omdat wij, niet G’D, het initiatief nemen. En “wij”in het meervoud omdat beide zijden van onze natuur zijn betrokken in de inspanning om te reiken naar de richting van G’D, elk elkaar stimulans gevend.

DE LAATSTE FASE

Er is nog een verdere fase. Bij de uittocht was er de G’ddelijke roep. Gedurende de Omer was er de menselijke respons. Maar bij het Geven van de Thora was er de laatste zelfverloochening van de mens in het gezicht van G’D. Hoewel hij zichzelf in negen en veertig dagen transformeerde, was hij nog altijd een zelf, nog steeds gebruik makend van zijn macht en vertrouwend op zich zelf. Maar aan de Sinaï, in aangezicht van G’D, “Met elk afzonderlijk woord dat voort kwam uit de mond van de Heilige, geprezen zij Hij, vertrokken de zielen van Israël” ( Talmoed Shabbat 88b ). Zij waren leeg : de enige realiteit was G’D. Daarom is het dat wij op Pesach geen gegist voedsel eten. In het begin, wanneer arrogantie en verlangens hun macht verduurzamen, moeten zij onderdrukt en verwijderd worden. Zij kunnen niet rationeel bestreden worden, want zij kunnen de geest ondermijnen: “Zij zijn wijs in het doen van kwaad”( Jeremia 4:22 ). In de fase van de Omer, gebruiken wij ons verstand om onze emoties te herleiden. We gebruiken de gist in onszelf om onszelf te veranderen. En wanneer we in de laatste fase, op het hoogtepunt van Shavoeot, ons als persoon totaal openstellen tegenover G’D, ja dan zijn we verplicht om het gist te gebruiken, waardoor wij elk deel van ons wezen tot een geleider maken om het licht van G’D te kanaliseren.

ELKE DAG

De rabbijnen zeggen, ” In elke generatie en elke dag, is een persoon verplicht om zichzelf die dag te zien uitgaan van Egypte” ( Talmoed Pesachiem 116b; Tanja hfst. 47 ).

Dus elk van de drie fases van de Exodus zijn componenten van de dagelijkse taak. Bij het begin van onze gebeden zeggen wij, ” Ik betuig erkentelijkheid aan U……( het Mode Ani gebed ). Deze erkentelijkheid is de overgave aan G’D, voorafgaand aan begrip. Het is de Niesan van de dag, de individuele Exodus. Daarna volgt de DankPsalmen ( Pesoeke-Dezimra ) en het Shema-Jisraël met zijn bijbehorende zegeningen. Dit zijn de gebeden van meditatie en bewustwording. “Hoor, Israël” de eerste zin van het Shema, betekent “bewustwording”. Door deze meditatie worden de emoties opgewekt en de liefde voor G’D met “heel je hart, heel je ziel en alles waartoe je bij machte bent”. Dit is de dagelijkse equivalent voor de maand Ijar en de Omertelling. Maar dit representeert tot nu toe alleen maar de strijd tegen de dierlijke helft van iemands wezen( bittoel ha-jesh ).

Wat nog te wachten staat is de laatste opheffing van eigenrealiteit ( bittoel bi- metzioet ) welke komt tijdens de Amida ( Smemoné-esré, het oorspronkelijke uit achttien zegeningen bestaande hoofdgebed ), “zoals een slaaf voor zijn meester” we hebben geen zelf meer om tegen te praten. We hebben geen eigen spraak meer. We zeggen, “Heer, open mijn lippen en mijn mond zal lof over U verkondigen.”Dit is de Siewan van de dag, het moment wanneer wij geconfronteerd worden, net zoals de Israëlieten aan de Sinaï, met heersende en alomtegenwoordige G’D.

NA DE SHABBAT

Nu hopelijk, kunnen we realiseren waarom het Thoravers aan het begin van deze verhandeling zegt “Vanaf de dag na de Shabbat” in plaats van”………. na Pesach.”Het vereist al de aanwezige spirituele reserves, om de omvorming van de “dierlijke ziel” te bewerkstelligen.

Om de”dierlijke ziel” om te vormen wordt alle aanwezige spirituele energie vereist. Om de Israëlieten uit hun verankerde onzuiverheid te brengen, was meer nodig dan een “engel” als afgezant, het benodigde G’D zelf, in al Zijn Glorie en Essentie. Als dat het waarlijk ontsnappen is van het kwaad, dan is het des te meer voor het omvormen van het kwaad tot in het goede. Het benodigd een spirituele bron, in staat om binnen te dringen tot in het hart van het kwaad zonder zelf te worden aangetast. Shabbat is een bron van intense spiritualiteit. Het is de apex van de week. Maar het behoort tot de week, dus tot tijd en eindigheid.”Vanaf de dag na de Shabbat”refereert het aan het niveau boven de Shabbat, boven tijd : Een openbaring hoger dan deze Wereld.

Om de negen en veertig dagen van de Omer te tellen, dat is, elke emotie, die we voelen, omvormen tot heiligheid, moeten wij ons blijvend inspannen voor “Vanaf de dag na de Shabbat”—het licht van G’D van boven deze Wereld.

Geef een reactie