PARASHAT EMOR

Zeg (Leviticus. 21:1 – 24:23)

RABBI SHIMON BAR JOCHAI
ZOHAR P. 96b

Rebbe Shimon zegt dat het gerst offer, gebracht door de sota [de van ontrouw verdachte vrouw], een verwijzing was naar:

“Een meel offer voor jaloersheid, een meel offer dat als herinnering moet dienen, dat misdrijf in herinnering brengt.” (Numeri. 5:15)

Het woord “jaloersheid” [in het Hebreeuws, “kinaot“] in dat vers, is geschreven zonder de letter vav omdat de sefira van malchoet, welke eveneens zo genoemd wordt, in een verwaarloosde staat is. Zij mist de overvloedigheid van yasod, dit wordt aangegeven door het ontbreken van de vav. Het zelfde stam woord, “kina“, is ook gebruikt in het geval van Pinchas, die de prins van de stam Shimon doodde, wegens overspel met een Moabitische prinses. Pinchas werd gezegend met eeuwig priesterschap, “……omdat hij jaloers [of vurig] was voor zijn G’D”.

Aangetekend moet worden dat de twee woorden, jaloers en vurig, zeer dicht bij elkaar staan. In het Engels b.v. verschillen alleen de twee eerste letters, j en z, van jealous en zealous, en zelfs fonetisch zijn deze letters gelijk aan elkaar.

Jaloersheid [in het Hebreeuws, “Kina“] is een eigenschap van de sefira van yasod [welke de sefira van seksualiteit is] en al wie ontrouw zijn aan het verbond met Israël, sporen de krachten van yesod die hem jaloerse ijveraars brengt. Dit wordt bedoeld bij de frase in de Talmoed (Sanhedrin 81b) “Zeloten mogen hem straffen”.

Kom en zie. Het gerst [veevoeder] dat van de Omer was [gersten offer verzameld van de velden op de tweede dag van Pesach en overgegeven aan de Tempel] was wat zij gebruikte voor haar offer. Het werd platgedrukt en vermalen onder de molensteen, en vervolgens werd een isaron verzameld [antieke inhoudsmaat] en 13 keer gezift door een zeef.

Dertien is het aantal G’ddelijke eigenschappen van Barmhartigheid. Door het ziftproces werd het gerst gezuiverd van kaf en ander omhulsel, m.a.w verontreiniging en bezoedeling van het fysieke en het spirituele.

Dit wordt bedoeld bij de frase die wordt gebruikt voor de opdracht om de Omer te tellen, “Zeven volledige weken moeten het zijn” (Leviticus. 23:15).

Het woord “volledig” verwijst naar de completering van de zuivering van de sefira van malchoet gedurende de periode tussen Pesach en Shawoeot, Tijdens deze periode is zij gezuiverd van de aanhangselen van alle krachten die haar bezoedelden, en al de zeven sefirot van Zeir Anpin, welke elk afzonderlijk zeven sefirot omvatten, zijn geteld. Dit verheft het bewustzijn in alle 49 facetten van malchoet, en dient als een voorbereiding voor het 50e niveau, welke het ontvangen van de Thora is.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie