PARASHAT EMÓR

Zeg (Leviticus 21:1 – 24:23)

Zohar, blz..93a
Door : Rabbi Shimon bar Jochai

De parasha van deze week bevat de mitzwa om de heiligheid van G’D te proclameren, temidden van het volk Israël. We vervullen dit gebod in de herhaling van shemoné-‘esré, 18e tiende gebed door de voorlezer bij de “kedoesha” in het ochtend en in het middaggebed.

“Ontwijdt Mijn heilige Naam niet, want geheiligd wil Ik worden temidden van de Kinderen van Jisraël, Ik, de Eeuwige, die jullie heiligt.” (leviticus. 22:32)
De opdracht om Hem elke dag te heiligen is om Zijn heiligheid te verheffen van een lage [fysieke sfeer] naar een hogere [spirituele sfeer], op de zelfde wijze als de engelen] boven.

Het is een fundamentele doctrine van de Zohar dat het uitvoeren van mitzwot, met de juiste intenties in deze fysieke wereld, een antwoord teweeg brengt in de spirituele wereld. Dus, om op een fysiek niveau bewust te worden van heiligheid, moet het van boven nederwaarts gebracht worden. Het woord voor “heilig” in het Hebreeuws is “kodesh” en impliceert dat Hij is gesepareerd uit het mondaine en verheven is, op een zuivere en eerbiedige wijze.

De Zohar zal ons nu duidelijk maken, hoe heiligheid neder gebracht kan worden.
De eerste stap, hier beneden is, het verzamelen van een minjan, een gebedsgroep van tenminste tien personen, zodat hier beneden een handeling kan worden gecreëerd die een reactie van boven veroorzaakt. Elk lid van deze minjan correspondeert met één van de tien sefirot.
Samen vormen zij hier beneden een eenheid die waardig is om G’D te heiligen en evenredig is aan de wijze van de Engelen boven.

De heiligheid van G’D is verheven totdat het de hoogte bereikt van de voorvaderen en hun zonen. Dit is het geheim achter de woorden “Ik wil geheiligd worden te midden van de kinderen van Israël” [Geheiligd] boven en beneden, boven in drie niveaus en beneden.

De vaders van het Joodse Volk zijn Abraham, Izaak, Ja’akov. Zij representeren de drie sefirot van chesed, gevoera en tiferet. Hun “zonen” zijn de drie sefirot daaronder, netzach, hod, en jasod. De eerste drie zijn de intellectuele sefirot, chochma, bina en da’at. Onder hen de drie “vaders” en daaronder de “zonen”.
De laatste sefirot is malchoet, en het staat alleen om de abondantie te ontvangen van de geordende negen sefirot daarboven.

Het Kedoesha [gebed] is op vele en verschillende plaatsen reeds uitgelegd, maar zal nu worden verklaard als volgt. Zoals boven alles, allesomvattende heiligheid is [de drie sefirot van chochma, bina en da’at die de bron zijn van heiligheid], zo is er ook heiligheid in de middelste triade de sefirot en heiligheid beneden [in de lagere triade]. Allen zijn in de niet te verklaren serie van drie.

De hoogste heiligheid is een mysterie, vandaar daalt het neer om de heiligheid in de middelste en de lagere niveaus te heiligen. Deze drie niveaus zijn een eenheid.

De essentie van de drie intellectuele sefirot is chochma. Dit wordt weergegeven in het vers “U creëert alles met Uw wijsheid”(Psalm 104:24).
Juist zoals ons eigen denkproces niet kenbaar is aan anderen, tenzij openlijk weergegeven, zo is ook de wijsheid van G’D geïsoleerd en heilig. Deze wijsheid kan neerwaarts worden gebracht, in de sefirot hier beneden, dit is in feite het integrale deel van het Kedoesha gebed, zoals we nu zullen zien.
Dit neerwaarts brengen van het derde niveau van de sefirot verklaart ook waarom wij het woord “heilig / kadosh” drie keer herhalen in het Kedoesha gebed, we zeggen namelijk: “Heilig, Heilig, Heilig is de Eeuwige-Tsewaot, heel de aarde is vol van Zijn Majesteit”.

De eerste “Heilig” verwijst naar het aspect van het hoogste [chochma] dat het hoogste is van alle niveaus [de eerste sefirot]. Ondanks dat het een verborgen niveau is wordt er geroepen “heilig/kadosh” het is de bron vanwaar heiligheid wordt verspreid. en neerschijnt in een tengere verbogen baan naar het middelste niveau, waar het de letter vav [in het Hebreeuwse woord “kodesh”] verlicht, waardoor het wordt uitgesproken als “kadosh”.

De Hebreeuwse letter vav heeft een numerieke waarde van zes en het representeert de zes richtingen, boven, beneden, noord, zuid, oost en west. De Arizal beschrijft in Shaar HaKavonot de meditatieve intentie voor het Kedoesha gebed. Hij verklaart dat G’D wordt geheiligd door Israël, en Hij, op zijn beurt, hen heiligt.
Dit proces begint met de bewuste elevatie van de letter vav, welke tiferet representeert, de middelste sefira welke alle andere op het emotionele niveau verbindt met het woord “kodesh”.

In de naam Havaya, representeert de letter hei de sefira van Machoet. Dit symboliseert de fysieke aanwezigheid van het goddelijke. De drievoudige herhaling van het woord “kadosh”, met de bovengenoemde intenties, heeft nu geresulteerd in het neerwaarts brengen van heiligheid / kedoesha, in deze fysieke wereld. Dit wordt zeer precies uitgedrukt aan het einde van het gebed met de woorden “…..heel de aarde is vol van Zijn Majesteit”.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie