PARASHAT EMÒR

Zeg (Leviticus 21:1 – 24:23)

De omertelling is een voorbereiding op het geven van de Thora. Om die reden, meteen na de 49 dagen van de omer, vieren we Shavoe’ot (Wekenfeest), de feestelijke viering van de gebeurtenis op de Berg Sinaï.

Het verband tussen Shavoe’ot en de omertelling benadrukt het feit dat beide relateren naar elke Jood afzonderlijk. De Talmoed (Menachot 65b) beklemtoont dat de omertelling rust op elke individuele Jood ( in contrast met de Smemita en Jowel [Shabbatjaar en Jubeljaar], die worden geteld door het Joodse gerechtshof ).

Op een vergelijkbare manier is het ten aanzien van het geven van de Thora, de openbaring was niet enkel voor het Joodse Volk als een geheel, maar voor elk individuele Jood afzonderlijk. Dit is weergegeven in het vers: “Anochie HaShem E-lokecha” “Ik ben de Eeuwige, je G’D (Exodus 20,2), welke de enkelvoudige vorm van de term “jullie” gebruikt, want G’D geeft de Thora als het ware aan elke individuele Jood afzonderlijk. Hij maakt tegen ieder persoon afzonderlijk duidelijk, de verplichting om Thora te leren, en om de 613 mitswot in acht te nemen. Hij legt deze verplichting op vanuit de naam E-lokiem, welke associeert met G’D’s vermogen als “De Meester van sterkte en macht” (Shoelchan Aroech, Orach Chajiem 5:1)

Baserend op de connectie tussen de omertelling en Shavoe’ot, legt de Alte Rebbe (Rabbi Shneur Zalman van Liadi 1745-1812) de ogenschijnlijke contradictie uit tussen het gebod: “ Tot de dag volgend op de zevende week moeten jullie vijftig dagen tellen”(Leviticus 23,16) en het praktische feit dat we alleen maar negenenveertig tellen. Door de negenenveertig dagen op die manier te tellen, brengen wij de negenenveertig Poorten van Inzicht (Biena) teweeg en bereiden wij de opening voor van de vijftigste poort, de openbaring die kwam met het geven van de Thora. Want door de openbaring van de vijftigste Poort van Inzicht, werd het niveau van Anochie (de associatie met het geven van de Thora) teweeggebracht. (Talmoed, Rosh Hashana 6b)

Op elke dag van de omertelling, wordt er een andere Poort van Inzicht tot stand gebracht. Dit stelt ons in staat om de woordkeuze te begrijpen die wordt gebruikt tijdens de telling: “een dag…, twee dagen…, drie dagen…,” in plaats van “de eerste dag, de tweede dag, de derde dag.” Want elke dag bevat de vorige dagen en de G’ddelijke energie die zij teweeg hebben bracht. Op de eerste dag, hebben wij toegang tot de eerste Poort van Inzicht, op de tweede dag, hebben wij toegang tot twee poorten, etc.

Echter, de vijftigste poort kunnen wij niet op eigen initiatief openen, want het representeert een vermogen welk niet kan worden bereikt door de gewijde dienst van gecreëerde schepselen.
Desalniettemin, onze inspanning in het teweegbrengen van 49 Poorten van Inzicht creëert een fundering waarop de vijftigste zich op eigen initiatief kan plaatsen. Om die reden wordt het beschouwd als of wij de 50 dagen hebben geteld, want de vijftigste is toegankelijk gemaakt door onze telling van de “zeven perfecte weken.”

De boven genoemde concepten worden weergegeven in onze dienst aan G’D.
De passende dienst voor de omertelling is de verfijning van onze emotionele eigenschappen. We tellen zeven weken, corresponderend met de zeven emotionele eigenschappen en ook 49 dagen (7×7), want elke van deze eigenschappen is aan elkaar gerelateerd.
De doelstelling is, om deze weken, en de corresponderende emotionele eigenschappen, “te perfectioneren.”

Als dan een Jood de verfijning van zijn emotionele eigenschappen heeft beëindigd, wordt aan hem, als een geschenk van boven, de Thora verleend.
Dit hangt compleet van hem zelf af; wat gebeurt met de mensen om hem heen heeft daar geen invloed op. Wanneer hij zijn 49 emotionele eigenschappen heeft gezuiverd en verbeterd, wordt hem de Thora verleend, “de Vijftigste Poort van Inzicht”, zelfs als diegene om hem heen nog niet deze graad van voorbereiding heeft bereikt.

Tegenovergesteld, als zijn persoonlijke zuiveringproces langzamer is, moet hij wachten tot aan het punt dat hij zijn taak heeft volbracht, zelfs als diegenen om hem heen reeds de Thora is verleend.

Maar dit verwijst alleen naar de dimensie van het geven van de Thora welke afhangt van de menselijke dienst aan G’D.
Het ultieme aspect, van het geven van de Thora, overtreft elke menselijke connectie met betrekking tot de dienst aan G’D. De nieuwe dimensie, bij het geven van de Thora, bracht met zich mee, de verbinding tussen de hogere en de lagere sferen. ( Shemot Rabba 12:3 )
Dit niveau is geopenbaard voor iedereen op de zesde dag van de maand Sivan, “de feestelijke periode van het geven van de Thora.”

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie