PARASHAT EMÓR

Zeg          Leviticus. 21:1 – 24:23


Geschriften van Rabbi Jitzchak Luria


Broodkruimels in de Baard


Kabbala beschrijft de mystieke verbinding tussen brood en G’ddelijke barmhartigheid

Aan het einde van het Thoragedeelte van deze week wordt de opdracht gegeven om de “toonbroden” te bereiden. (Leviticus. 24:5:9)  Er waren twaalf exemplaren van dit speciale brood, die werden geplaatst op een speciale tafel in het Heiligdom voor Shabbat en een week later vervangen door nieuw gebakken broden..

 

[We zullen in het kort uitleggen] waarom er twaalf toonbroden waren en waarom zij [miraculeus] warm waren, zelfs een [week later] wanneer zijn vervangen werden.

 

Onze Wijzen stellen dat de toonbroden de hele week warm bleven. (Chagiga.26b). Dit wordt afgeleid uit de woorden: “om het te vervangen door warm brood op de dag dat het was weggenomen.” (Samuel I 21:7), verwijzend naar de toonbroden. Ofschoon de eenvoudige interpretatie van het vers niet inhoud dat de toonbroden de hele week warm bleven, is de Homiletische interpretatie gebaseerd op het feit dat de frase “warm brood” refereert aan het brood van de vorige week: “warm brood op de dag dat het was weggenomen”.

 

Ter verduidelijking: Er is verklaard dat een aantal verschillende koppelingen [tussen verschillende partzoefiem] boven [in de spirituele sferen] worden omschreven als “eten”.

De sefirot veranderden zodat zij op elkaar konden inwerken. Deze koppelingen of paringen kregen de term “eten”. Het doel van de transformatie (of metamorfose) van de sefirot in partzoefiem was dat zij daardoor in staat waren om op elkaar in te werken en elkaar wederzijds konden bevruchten. Deze vereniging produceerde “fruit” of “nakomelingen” in de vorm van G’ddelijk “Licht” dat in de lagere partzoefiem en de lagere werelden schijnt. De reden dat sommige van deze koppelingen de term “eten” kregen, wordt hieronder in het kort verklaard.

 

Dit is de mystieke betekenis van de frase “Eet, O geliefde metgezellen” (Hooglied.5:1).  Dit vers refereert aan de koppeling van Abba en Imma die werd veroorzaakt door de stroom van energie van de heilige mazal van de baard van Arich Anpin. (Sha’ar HaMitzwot, parashat Emor)

 

Willen Abba en Imma zich kunnen verenigen, dan moeten zij een beïnvloeding van hoger bewustzijn ontvangen van de partzoef boven hen, die van Arich Anpin. In een parallelle passage in de geschriften van de Arizal (Taámei HaMitzwot, parashat Emor)  wordt de frase “de mazal van de baard van de “Atika Kadisha” gebruikt, in plaats van “de heilige mazal van de baard van Arich Anpin”. Hoewel de term Atik Yomin specifiek refereert aan de hogere van de twee partzoefiem van Keter, wordt de term Atika Kadisha (“de heilige Oude”) een algemene term voor Keter.

De baard wordt gezien in Kabbala als de zetel van barmhartigheid (rachamiem). Kabbalistische werken identificeren de dertien componenten van de baard (hetzij plukken haar of delen van het gezicht die zijn verstoken van haar en dus de baard omlijnen), met G’D’s Dertien Eigenschappen van Barmhartigheid (Exodus. 34:3-7).  En inderdaad Arich Anpin suggereert “geduld”, een concept dicht gelieerd aan dat van barmhartigheid. De Dertien componenten van de baard van Arich Anpin worden mazalot genoemd (enkelvoud, mazal), wat  “oorspronkelijke uitstroming” of beïnvloeding betekent.

 

Zoals bekend bestaat de baard van Arich Anpin uit drie iteraties van de G’ddelijke Naam Havayah, die samen 12 letters verschaffen, corresponderend met de 12 delen van de baard [naast de 13e mazal]. De numerieke waarde van deze drie namen [3×26] zijn de zelfde als die van het woord [in het Aramees voor “mazal’] mazla[78].

 

Deze dertien mazalot waren verdeeld in twee groepen. Twaalf correspondeerden met de G’ddelijke vier letter Naam Havayah, drie keer herhalend (geeft 12 letters). De dertiende mazal staat op zichzelf en behelst tezamen of kapselt de andere twaalf in.

Dit wordt aangeduid door het feit dat de numerieke waarde van drie keer de G’ddelijke Naam Havayah, 3×26, gelijk is aan de numerieke waarde van het Aramese woord [de Zohar is geschreven in het Aramees] voor ´mazal”, “mazla” (78). Het is deze dertiende mazal die moet schijnen op Abba en Imma om hen te koppelen, te paren.

 

In Kabbala en Chasidoet wordt uitgelegd dat de dertiende mazal de hele reeks van mazalot in eigenschappen van barmhartigheid transformeert. Dit is omdat numeriek gezien, twaalf een gesloten streng perfect systeem is; gereflecteerd in de fysieke wereld door de twaalf maan maanden en de twaalf tekens van de zodiak; in het Joodse Volk door de twaalf stammen; in de spirituele sferen door de twaalf permutaties van de letters van de G’ddelijke Naam Havayah enz. In elk van deze reeksen echter is [soms verborgen] een dertiende element dat flexibiliteit en een aanpassende kwaliteit toevoegt, die de reeks levend en buigzaam en uitvoerbaar maakt. Dit is misschien het meest zichtbaar met betrekking tot de twaalf maan maanden. In de Joodse kalender wordt een dertiende maand toegevoegd in 7van elke 19 jaar om het maanjaar op één lijn te brengen met het zonnejaar. Hier maakt de dertiende maan maand de twaalf oorspronkelijke tot een krachtig systeem, dat kan samenwerken met zijn zon “maat”. Het zelfde gaat op voor de dertiende stam Levi, dienend in de Tempel, de twaalf stammen van het Joodse Volk verzoenend met hun “maat” G’D.

 

Deze passage betekent dus, dat om Abba en Imma om te koppelen, zij eerst een stroom van barmhartigheid of meedogend bewustzijn moeten ontvangen. Dit is natuurlijk ook een relevante les ten aanzien van echtelijke verhoudingen en zelfs voor alle typen van intermenselijke communicatie: het onderliggende bewustzijn en benadering naar de andere partner toe, moet er een zijn van barmhartigheid, empathie en goedhartigheid.

 

…..en van het woord voor “brood” [“lechem”, dat een numerieke waarde heeft van 78].

Dit indiceert de afhankelijkheid van koppeling (eten van brood) op de stroom van bewustzijn van de mazal.

 

Corresponderend met deze twaalf letters zijn de twaalf toonbroden. Dit omdat de heilige dertiende mazal het concept van de dubbele vav uitdrukt, die gelijk is aan 12 [aangezien de numerieke waarde van vav 6 is].

 

[Dit is waarom de toonbroden werden gerangschikt in twee stapels] zes aan de ene zijde en zes aan de andere zijde.

SHABBAT SHALOM

 

Geef een reactie