PARASHAT ÉKEV

Als gevolg                                          Deuteronomium. 7:12 – 11:25

 

Magie tijdens het Diner

 

Zohar, p. 271b

Onder de mitzwot van de parasha van deze week is een aanmaning om bewust van G’D te blijven zelfs wanneer we eten (Deuteronomiun.8:10-11). In de Zohar vertaling die volgt, leert de ziel van Mozes Rebbe Shimon op welke wijze de geëigende ambiance moet worden opgeroepen bij een maaltijd die gegeven wordt ter ere van het doen van een mitzwa, zoals een besnijdenis, of de voltooiing van een traktaat van de Talmoed enz.

Hij [de toegewijde herder Mozes] opent zijn verhandeling met het citaat: “Je moet een tafel maken van acaciahout [in het Tabernakel]…..”(Exodus.25:23)

Kom en zie [schilderend de rangschikking van de Boom van het Leven diagram van de sefirot], De Meesters van het diner demonstreren ter ere van de Koningin aanzienlijke en prachtige gebruiken. Dit laat zien dat zij de zonen waren [die aten aan] de Konings tafel.

De gewoonten van de Wijzen met betrekking tot een feestmaal had als doel het bewustzijn te verhogen en om de G’ddelijke zegen neerwaarts te halen en overvloed van het niveau van Zeir Anpin naar Malchoet.

Als eerste moet de meest geëerde [“gadol“in het Hebreeuws] van het eetgezelschap zijn handen wassen.

Gadol“is één van de namen van de sefira van Chesed; een persoon is alleen beduidend, afgemeten aan de mate waarin hij goed doet. Bovendien, de sefira van Chochma, die onmiddellijk boven Chesed is, geeft zijn gulheid alleen aan een persoon die deze eigenschap heeft verfijnd.

Het wassen van de handen voor het eten symboliseert de verbanning van de kelipot, het met water van de handen representeert chesed.

. Het is daarom passend dat de gene die de sefira van Chesedrepresenteert het eerst zijn handen wast. Hij heft zijn handen op om de zegen teweeg te brengen en zegt vervolgens zelf de zegen met betrekking tot het handen wassen. Hij wacht op de rest van het gezelschap, zittend op een sofa die speciaal voor hem is gearrangeerd op te rusten tijdens de maaltijd, totdat ook zij hun handen hebben gewassen.

En op het moment waarop allen de eetkamer zullen binnengaan, de meest geëerde als eerste [omdat hij een drager representeert om de sefira van Chochma te onvangen]. De tweede [in geleerdheid, representeert de sefira van Bina], zit naast [letterlijk,”lager” dan hem en de derde [representerend de sefiravan Da’at], zit naast hem. Zij worden de “drie de sofa’s” genoemd, om de drie aartsvaders en om bovendien de Priesters, de Levieten en de Israëlieten te ontvangen.

In Hooglied (3:7) wordt Koning Solomon beschreven als rustend op zijn sofa. De verwijzing is naar de Sefira van Malchoet, die als een sofa is waarop alle hogere Sefirot afdalen. De eerste van deze sefirot zijn de intellectuelen, dit is een toespeling op de verwijzing naar de “sofa” van Solomon, de meest wijze mens. Deze aanwezigen op de drie sofa’s representeren de sefirot van Chesed, Gevoera en Tiferet in Zeir Anpin.

Deze drie sefirot worden op hun beurt geactualiseerd in de drie lageresefirot van Netzach, Hod en Yesod, terug te voeren op de code “Priesters, de Levieten en de Israëlieten”.

Ten Tweede, de heer des huizes [zegt de zegen over het brood en] snijd het brood. Dit omdat hij het kan snijden met een goed oog en de zegen complementeert en het brood volledig op snijdt.

De gastheer weet de hoeveelheid voedsel hij nodig heeft voor zijn gasten. Hij moet overvloedig zijn, tonend een “goed oog” omdat dit een overvloedige zegen over het gezelschap neerwaarts laat komen. De frase “goed oog” is een code die verwijst naar het vers “Hij die een overvloedig oog heeft zal worden gezegend, want hij heeft zijn brood gegeven aan de behoeftige.”(Spreuken. 22:9) En de wijzen zeggen, “Lees niet dat hij zal worden gezegend, maar eerder dat hij degene is die de zegen moet maken.”(Sota 38b) De reden hiervan is dat zijn overvloedig oog een overvloedig reactie zal aanmoedigen in de spirituele wereld die allen aan zijn tafel ten goede komt. Hij zegt de zegen over het brood met overvloedige intentie en dan snijd hij het op een overvloedige wijze voor zijn gezelschap, als eerste bedienend de drie representanten van hoger bewustzijn.

Zoals we hebben uitgelegd bij de Meesters van de Mishna (Berachot 47a), hebben de genodigden geen toestemming om van het voedsel te eten totdat hij die de zegen heeft gesproken de eerste hap neemt en hij heeft geen toestemming om te eten totdat alle gasten “Amen”hebben gezegd (op zijn zegen).

De gastheer is parallel aan De Meester van het Huis (G’D) en als zodanig representeert hij het kanaal waardoor zegeningen op al de genodigden neerdalen. Tegelijkertijd is de respons van “Amen”van de genodigden een integraal deel van de zegen, dus hij moet wachten op hun antwoord om te kunnen eten. Door het zeggen van “Amen” bevestigt het gezelschap dat zij de zegen beamen en er deel van wensen uit te maken; dan worden zij een ontvankelijk reservoir, zij kunnen het ontvangen.

En als de gastheer wenst om [één van de aanwezigen te eren met het zeggen van de zegen over het brood en het aansnijden], heeft hij de autoriteit om dit te doen.

We hebben verder uitgelegd (Berachot 46a) dat de gast die de Zegen na de Maaltijd leidt omdat die de zegen van de heer des huizes bevat.

De verklaring in esoterische termen is dat de frase “de heer des huizes snijdt af” refereert aan de middelste lijn [van de sefirot in de Levensboom]. Deze middelste lijn [bevat de sefira van Tiferetin Zeir Anpin] en op Shabbat moet hij [één van] de twee broden aansnijden. Zij representeren de twee lettres hé, en de heer des huizes is de vav in het midden. Om de gasten niet te gulzig te maken, kan hij elke gast een portie ten grote van een ei geven.

De heilige naam van G’D wordt gespeld joet hé, vav hé. De herhaling van de letter  verwijst naar de samenhang tussen sefirot Bina enMalchoet. De vav representeert de zes sefirot van Chesed naar Yesoden specifiek naar de sefira van Tifiret die hen allen verbindt, brengend het hogere bewustzijn van Bina tot in Malchoet. Het deel wat dat de gastheer geeft representeert de joet van de naam dat altijd staat voorChochma.

Deze tafelgebruiken, die vandaag nog steeds gangbaar zijn tijdens de maaltijden ter ere van het doen van een mitzwa, hebben een diepe en betekenisvolle zin in het neerwaarts halen van overvloedige zegeningen op diegene die verdienen er te zijn.

SHABBAT SHALOM

 

Geef een reactie