PARASHAT DEVARIEM

WOORDEN (DEUTERONOMIUM 1:1 – 3:22)

Shabbat 28 augustus 8 aw

EEN MOND VAN EEN STERVELING SPREEKT G-D’s WOORD.

HET UNIEKE VAN DEVARIEM

De Thora lezing begint met: “Dit zijn de woorden die Moshe sprak tot het gehele joodse volk”. Het opmerkelijke onderscheid tussen dit boek en de voorafgaande vier, die allen waren “het woord van G-D,” verklaren onze geleerden (magilla 31b.) dat Moshe het boek Devariem reciteerde “op zijn eigen initiatief”. Dit betekend niet dat het boek Devariem slechts een vinding is van een sterveling. Onmiddellijk verduidelijken onze Rabbijnen (Tosavot) dat de woorden die Moshe uitspreekt “Goddelijk geïnspireerd zijn” (Roeach HaKodesh). Evenzo als vergelijking, wanneer de Rambam definieert de categorie van “diegene die de Thora ontkennen” (mishneh thora, hilchot teshoewa 3:8), sluit hij in “een persoon die zegt dat de Thora –zelfs een vers of een woord– niet afkomstig is van G-D. Als iemand zou zeggen, Moshe doet deze uitspraken onafhankelijk, ontkent hij de Thora.”

Geen enkele commentator uitgezonderd, die beweert dat er verschil is tussen het boek Devariem en de vier voorafgaande boeken. Al is het boek Devariem meerendeels de woorden van Moshe, de vereenzelviging van Moshe met het G`ddelijke was zo groot, dat wanneer hij verklaard “Ik zal de regen geven op jullie land in haar seizoen” (devariem 1:13), spreek hij in de eerste persoon, maar niettegenstaande refereert “IK” duidelijk naar G-D. “De G`delijke aanwezigheid sprak uit zijn mond.” (zohar IIIp.232a; shemot rabbah 3:15)

Nochtans is het ook duidelijk dat Moshe’s eigen denkproces in het boek is betrokken. Om een voorbeeld te geven: Er is een verschil van mening onder onze geleerden: is de nabijheid van twee onderwerpen in de geschreven Thora van belang of niet (bt.berachot 21b)

Èèn mening steunt op dat het zo is, terwijl de andere uitlegt dat alhoewel stervelingen het logisch vinden om hun gedachten te structureren want orde is belangrijk, maar “aangezien de Thora is gegeven door de Almachtige, is de orde van precedentie niet van belang” (Raaban Rabbie Eleazar ben Nasan,sec.34). Maar met betrekking tot Devariem echter, zijn alle autoriteiten het eens over een belang in volgorde van onderwerp.

“Moshe ordende verloop na verloop met als enig doel rekening te houden met en toepassing van extrapolatie (uit bekende termen van een reeks daarbuiten gelegen termen afgeleid)”. Omdat Devariem was gereciteerd op Moshe’s eigen initiatief, is het, om dit boek te kunnen begrijpen, vereist om te considereren de regels van sterfelijke wijsheid.

BOVEN DE GRENZEN VAN DE SCHEPPING.

De uitleg van het bovengenoemd concept hangt af van de beoordeling van verhouding tussen Thora en onze wereld… Onze geleerden verklaren: “De Thora ging voor de wereld” (Bereshieth Rabba 8:2, Midrash Tehillim 90:2). Hier, is het concept van voorafgaande niet chronologisch, want tijd en ruimte is schepping en alleen relevant nadat G-D het bracht tot existentie, juister uitgedrukt, de Thora is op een niveau van spirituele waarheid die boven ons materieel kader van referentie uitstijgt .Ofschoon de Thora “afdaalt” en zichzelf “inkleed in onze wereld, sprekend over klaarblijkelijk gewone dingen zoals landbouwwetten, regels en codes voor eerlijk zaken doen en de zuivere structuren voor het huwelijk en familierelaties, is dit niet haar essentie. De essentie van de Thora is “G-D s wil en ZIJN wijsheid” verenigd met HEM in een perfecte eenheid. (Tanya hfd,4)

Daar de Thora fundamenteel boven ons wereldkader is, moet het zichzelf inkleden in deze wereld en een weg gaan via het intermediaire, die beide verbindt, het spirituele wezen van de Thora naar het onze, de sterfelijke natuur. Moshe Rabbynoe bezat deze eigenschap.

Enerzijds vertegenwoordigde Moshe het uiteindelijke in bittul totale onzelfzuchtigheid en toewijding aan G-D –een overtuiging welke het werelds denken te boven gaat. Gelijktijdig representeerde hij een perfect menselijk intellect, emotie en zelfs fysieke kracht en gestalte (shabbat 92a, nedariem 38a rambam =ishna sanhendrin 10:1.

Als zodanig was hij in staat de bovenzinnelijke spirituele waarheid van de Thora te vertolken in een norm die stervelingen kunnen begrijpen. (mishna pirke avot =:1.)

TWEE CONTRASTERENDE VORMEN

In detail zijn er twee wegen hoe een tussenpersoon functioneert:

a.) Derech ma avir: De intermediair fungeert slechts als een trechter, hij verandert of wijzigt niet de invloed die hij ontvangt, hij brengt het slechts over, zodanig zelfs, dat wanneer hij de boodschap naar een lager plan brengt, het superieur blijft.

b.) Derech hislabshut: de intermediair plaatst het concept in zijn eigen woorden. Dit verandert de vorm van presentatie van het concept, waardoor de ontvanger in staat wordt gesteld het te vatten en te begrijpen.

En zo is het met betrekking tot de Thora: De eerste vier boeken werden overgebracht door Moshe zonder enige inbreng van zijn kant; hij bracht het over zoals hij het had ontvangen (zie inleiding op de modelinge thora en dertien grondstellingen, rambam mishna thora, sanhedrin 10:1).

In contrast met het boek Devariem word G-D’s woord een deel en goed van Moshe’s eigen gedachte. Uitgaande van deze verklaring, kunnen we zien waarom alle autoriteiten het eens zijn dat het mogelijk is wettelijke punten te ontlenen en af te leiden van de orde van onderwerpen in het boek Devariem . Met betrekking tot de eerste vier boeken van de Thora, is de orde van Goddelijke wijsheid gestructureerd volgens een patroon boven sterfelijke gedachten .

Omdat de interpretatie van de Thorawet “niet in de hemelen is” (devariem 30:12; bava matzia 59b), maar juist is overgegeven aan het sterfelijk intellect, zijn er opinies welke handhaven dat de nabijheid van passages in deze boeken niet kunnen dienen als een leidraad.

Het boek Devariem echter, was gefilterd door het medium van Moshe’s intellect, de orde van zijn verzen komen overeen met de gedachte van een sterfelijke .Daarom kan de nabijheid van onderwerpen in zijn tekst dienen als een basis voor etymologie, een afleiding van Thorawet.

ZICH KENNIS EIGEN MAKEN.

Maar waarom is het boek Devariem nodig? De Thora inkleden naar het menselijk intellect doet toch schijnbaar niets anders dan het verlagen van haar spirituele inhoud. Welk doel is er mee gediend? Toch was en is het G-D s bedoeling bij het geven van de Thora: dat het doordrenkt de sterfelijk gedachte, en het menselijk denken verheft naar een hoger niveau. Telkens weer als een persoon Thora studeert, ongeacht zijn spiritueel niveau, maakt hij haar oneindige waarheid een deel van persoonlijk wezen.

Zouden er alleen maar vier boeken van de Thora zijn, dan was het onmogelijk voor de wil van ons denken om zich totaal te verenigen met de Thora. Het was alleen door het hebben van het boek Devariem, gepasseerd Moshe’s intellect, dat dit doel werd volbracht. Bovendien, Moshe’s herhaling van de Thora in het boek Devariem geeft ons de capaciteit te begrijpen de vorige vier boeken op een vergelijkbare wijze.

VERHEFFING VAN DE THORA.

Het inkleden van de Thora in het sterfelijk intellect verleent de mens niet enkel gelegenheid voor vooruitgang, maar het introduceert een hogere kwaliteit als het ware, naar de Thora zelf, want het kleden van ongelimiteerde spiritualiteit in het beperkt sterfelijk intellect representeert een fusie van twee tegenstellingen dat is alleen mogelijk door invloed van G-D’s essentie. (kabbala legt uit dat nummer vijf reflecteert een verbinding naar G-D s essentie. Het is Devariem het vijfde boek van de Thora, die deze dimensie weergeeft op de meest omvattende en begrijpelijke wijze.) Omdat ZIJN essentie boven beiden, het eindige en het oneindige uitreikt, kan het de twee samenvoegen en brengen de spirituele waarheid van Thora binnen het bereik van stervelingen.

AAN DE OEVERS VAN DE JORDAAN.

Moshe reciteerde het boek Devariem toen de joden stonden aan de oevers van de Jordaan, bereid om Eretz Jisrael binnen te gaan. Het doorgaan van de rivier de Jordaan was zowel een spirituele als een geografisch voortgang. Gedurende hun tochten door de wildernis waren de joden afhankelijk van de miraculeuze expressie van G`delijke genegenheid: zij aten manna, hun water kwam van de bron van Miriam en de wolken van glorie beschermde hun kleren. Na het binnen gaan van Eretz Jirael echter, moest het joodse volk leven binnen de natuurlijke orde, het bewerken van het land en eten de vruchten van hun arbeid (zie Bamidbar sjelachlega). Om deze overgang mogelijk te maken, wordt er van hen een benadering verlangd vanuit de Thora, de mens relateert aan zijn functie in deze wereld. Het was om die rede dat Moshe onderwees het boek Devariem.

Hierin ligt de verbinding naar het heden, omdat wij evenzo staan aan de oevers van de Jordaan in voorbereiding om Eretz Jisrael binnen te gaan samen met Mashiach. Het is door de wijze van benadrukking van het boek Devariem — het samengaan van het woord van G-D met de sterfelijke wijsheid — zodat wij zullen verdienen de leeftijd — wanneer “de bewoners van de gehele wereld uitsluitend G-D erkennen” De era van de verlossing. (rambam, mishna thora, hilchot malachiem 12:5).

Geef een reactie