PARASHAT DEVARIEM

Woorden Deuteronomium. 1:1 – 3:2

G’ddelijke ontmoeting in Egypte

Zohar, p. 84b

Dit zijn de woorden die Mozes sprak tot heel Israël in het Transjordaanse, in de woestijn, in de Atawah-vlakte, tegenover de Rode Zee, tussen Paran en Tofel, Lawan, Chatserot en Di’zahaw.” (Deuteronomium. 1:1)

Rabbi Eleazar opent zijn verhandeling met het citaat: “Maar Ik ben de Eeuwige, van het Land Egypte en je zult geen andere goden kennen buiten Mij; want buiten Mij is er niemand die je redt.” (Hosea. 13:4)….Merk op dat er niet staat geschreven “Ik ben je G’D die je uit het Land Egypte heeft genomen, maar eerder zegt de tekst “Ik ben je G’D van het Land Egypte“. Impliceert dit dat vanaf [hun verblijf in het] Land Egypte Hij hun Koning was, en niet er voor? Dit zou niet kunnen, want Jacob vertelde zijn huisgezin zijn schoonvader Lawan te verlaten, “Doe al het vreemde weg dat jullie bij je hebben, reinig je en trek andere kleren aan. Daarna maken we ons gereed en trekken naar Beth-El; daar maak ik een altaar voor de G’D die mij hoorde op de dag dat ik in nood verkeerde en met mij was op de weg die ik heb afgelegd.” (Genesis. 35: 2:3) De verhouding tot G’d hier is duidelijk van vóór dat het volk van Israël in Egypte was, en toch zegt de tekst “Ik ben je G’D van het Land Egypte“!

De verklaring is dat vanaf de eerste dagen dat Israël in de wereld existeerde zij niet de ware Majesteit van de Heilige, geprezen zij Zijn Naam, kenden. Dit gebeurde pas nadat zij slaven werden, en gedwongen werden om slaven arbeid te verrichten en zich schreiend van leed tot Hem wendde. Alhoewel zij slaven waren, veranderden zij hun gewoonten niet, en daar in Egypte werden onze voorvaderen getest, zoals goud wordt gescheiden van zijn afval in een smeltoven. Bovendien waren zij elke dag blootgesteld aan allerlei typen van tovenarij en kwaadaardigheid bestemd om het volk op een dwaalspoor te brengen. Maar toch dwaalden zij niet van hun weg af, noch naar rechts noch naar links.

Alhoewel zij niet werkelijk de glorie van G’D kenden, continueerden zij toch de gewoonten van hun voorvaderen. Het was alleen, nadat zij zo vele mirakels en machtige daden van de Heilige, geprezen zij Hij, zagen, dat hij hen aannam om Zijn dienaren te zijn. Het was in Egypte dat zij allen zo veel mirakels en wonderen zagen met hun eigen ogen en al die fameuze tekenen en machtige daden. Dit is de reden dat er is geschreven “Ik ben de Eeuwige, van het Land Egypte”; het Land waar Hij Zijn Glorie reveleerde!

Hij reveleerde Zichzelf ook aan hen toen zij werden achtervolgd aan de kust van de Rode Zee. Daar zagen zij de pracht van Zijn Hoogste Glorie van aangezicht tot aangezicht met het splijten van de zee en het doen verdrinken van hun vijand. Dit alles, zodat niet zou worden gezegd dat het een andere god zou zijn geweest die tegen ons sprak. Integendeel, “Ik ben Degene Die al deze 10 plagen over het Land Egypte heeft gebracht.” [ Dit betekent,] “Vanwege wat Ik deed voor jullie, zullen jullie geen andere goden kennen buiten Mij. Dit alles, zodat jullie niet zeggen dat het een of andere god is die tegen jullie sprak, maar dat Ik het ben voor alle tijden.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie