PARASHAT CHOEKAT / BALÁK

De Inzetting / Balak (Numeri 19:1 – 22:1 / 22:2 – 25:9)

De Eeuwige sprak tot Mozes, ” Neem de staf en breng de gemeente in vergadering bijeen , jij met je broer Aharon en spreken jullie dan, voor hun ogen, tegen de rots dat die het water dat hij bevat afgeeft… (Numeri, 20:7-8).

De Thoralezing van deze week beschrijft de tragische overtreding van Mozes, die hem gezegd is, door de Almachtige, om tegen de rots te spreken in plaats van te slaan. Omwille van dat is, hij de grote profeet van de Exodus, in een mate bestraft dat hem het binnengaan van het Beloofde Land werd verboden, welke zijn levensdoel was.

Waarom zo’n extreme bestraffing voor een schijnbare onbelangrijke overtreding? Waarom was het zo belangrijk voor G’D dat Mozes spreekt tot de rots? Bovendien, water dat uit een rots stoomt nadat er op is geslagen is, is ook miraculeuze gebeurtenis!

Rabbeinoe Tzadok van Lublin, bekend als de Pri Zadik, suggereert een interpretatie die relevant is voor alle leiders van het Joodse Volk. In bijna Freudiaanse termen van droominterpretaties, verbindt deze grote Chassidische geleerde de symbolische betekenis met de G’ddelijke opdracht. De rots ( sela ) representeert het Joodse volk, een volk dat reeds eerder enige malen door de Thora werd beschreven als een “hardnekkig volk”( am k’shei oref ) hard als een rots. Deze beschrijving is zowel positief als negatief, hardnekkigheid resulteert in eigenwijsheid, maar ook in doorzettingsvermogen. Het doel van een leider van Israël moet zijn om de Thora uit dit unieke volk te ontlokken, te winnen, de Thora is haar geboorterecht en uiteindelijke zending–en water symboliseert Thora. Water wordt door de Thora gedefinieerd als ” levenswater” water dat leven voortbrengt, de Thora is eeuwige boom van het leven.

Bovendien leren onze wijzen dat juist zoals een mens drie dagen niet zonder water kan leven, zo ook kan het Joodse volk niet drie dagen zonder Thora leven.

Het is om die reden dat er op z’n mist drie keer per week een publieke Thoralezing plaatsvindt, en wel op Maandag en Donderdagmorgen en Shabbat. In het licht van de symbolische verklaring van Rabbeinoe Tzadok wordt de boodschap van de G’ddelijke opdracht zeer duidelijk.

G’D zegt tegen Mozes zijn staf van leiderschap en koningschap te gebruiken om inschikkelijk te spreken tegen zijn hardnekkig volk, te speken tot hen en hen niet te slaan, hen te overtuigen en niet hen te overweldigen. Dit is een bijzonder scherpe boodschap voor Mozes na de zonde van de verspieders, waar hij faalde in het overtuigen van zijn volk met betrekking tot de importantie van het Land Israël en om hen voor te bereiden op de noodzaak van veroverring.

Maar de Almachtige sprak niet alleen tegen Mozes, Hij sprak ook tegen elke toekomstige leider van Israël.

Het Hebreeuwse woord voor leider is dabar, welke voortkomt uit de stam lidaber, wat spreken betekend. Het Hebreeuwse woord midbar normaal vertaald als wildernis, betekend eigenlijk “plaats van het woord,” de plaats van waar het woord van G’D –deThora–werd doorgegeven aan Israël.

G’D zelf sprak tot Israël met woorden, een model voorziening voor modelinge beïnvloeding in tegenstelling tot fysieke macht.

De Pri Zadik gaat nog een stap verder. Spreken is het medium van de Mondelinge Wet, de Thora shel bál pé ( de Thora van de mond ), in contrast met de Geschreven Wet, de Thora shel b’ktav.

De heilige Zohar, de mystieke interpretatie van de Thora, noemt de Mondelinge Wet, de wet van zachtheid en begaanheid ( dina d’takfa).

Vandaar dat de Gescheven Wet vaak voorziet in de doodstraf als een gepaste bestraffing voor veelvuldige misdaad, terwijl de Mondelinge Wet er op staat dat indirectbewijs in geen geval mag worden geaccepteerd in hoofdgerechtszaken: twee getuigen moeten niet alleen de misdaad zelf gezien hebben, maar moeten ook de misdadiger in wording waarschuwen voor de ruwheid van de handeling die hij wil gaan plegen. Dit leidt in de Mishna ( Mondelinge Wet ) tot de uitspraak dat, elke Israëlische rechtbank die eens in de 70 jaar een crimineel veroordeeld tot de doodstraf, een bloedrechtbank wordt genoemd, Rabbie Akiva en Rabbie Tarfon beide verdedigden dat zij nooit iemand de doodstraf zouden opleggen. ( Babylonische Talmoed Makot:7a )

In een vergelijkbaar geval : ofschoon de Gescheven Wet aangeeft “een oog voor een oog”, voorziet de Mondeling Wet in een financiële compensatie, en zeker niet zoals niet joodse bronnen verklaren, wraak.

Vanuit dit perspectief is G’D’s opdracht aan Mozes, dat hij spreekt en niet slaat, een G’ddelijk dictaat dat de Joodse leider zijn volk tegemoet treed met de liefde van de Mondelinge Wet, in plaats hen te dwingen met de striktheid van de Geschreven Wet.

Er is een ander beslissend element die karakteristiek is voor de Wet van het Woord, de Mondelinge Wet. De Geschreven Wet is gegeven door G’D; het is het G’ddlijke mandaat, een uitvloeiing van bovenaf.

De Mondelinge Wet mag G’ddelijk geworteld zijn, maar het behelst de menselijke commentaren en interpretaties en bepalingen van de legale religieuze leiders van elke generatie. Het representeert een partnerschap tussen het G’ddelijke en het menselijke, de betrokkenheid en toewijding van het Joodse Volk binnen het proces van ontwikkeling van jurisprudentie. De Almachtige zegt tegen Mozes dat hij gebruik moet maken van het woord van de Mondelinge Wet zodat het volk zichzelf betrokken voelt bij het smeden van deze wetten, rituelen en gewoontes die de unieke Joodse levenswijze en eeuwige waarden vormen.

Zoals elke goede ouder en leraar weet dat wanneer kinderen en studenten betrokken worden in beslissingen en ontwikkeling van ideologie en de levensstijl waaraan zij zich aan verbinden om te volgen, dan pas nemen zij bezit en verantwoording en worden oprecht toegewijd. Toen Mozes op de rots sloeg, in plaats van ertegen te spreken, demonstreerde hij droevig dat hij dit volk niet langer kon leiden naar de volgen stap van noodzakelijke ontwikkeling, een partnerschap met G’D in het scheppen van een Thora van liefde, die verlossing zal brengen voor Israël en de wereld.

Geef een reactie