PARASHAT CHOEKAT

 

 De inzetting     Numeri. 19:1 – 22:1

 

 Likoetei Sichot, vol.4, p. 1058: Het overwinnen van de onzuiverheid van de dood.

 

 Geschriften van Rabbi Jitzchak Luria: Kabbala legt uit dat dood een afwezigheid is van G’ddelijk bewustzijn.

 

 “De Eeuwige sprak tot Mozes en tot Aaron zeggend: ‘Dit is de inzetting (Choekat-statuut) van de Thora die de Eeuwige uitvaardigde. Hij zei: draag de Kinderen van Israël op dat ze je een volkomen rode vaars brengen, zonder gebrek, waarop nog geen juk gelegd is.

 

Jullie moet die aan de priester El’azar geven en die moet haar naar buiten de legerplaats brengen en men moet haar slachten in zijn bijzijn. De priester El’azar neemt dan met zijn vinger iets van het bloed en spat iets van dat bloed zeven keer in de richting van de voorzijde van de tent der samenkomsten.

 

Men verbrandt de vaars voor zijn ogen;  men moet de huid samen met het vlees en het bloed en de mest verbranden.” (Numeri. 19:1-5)

 

 Om de grootste vorm van onzuiverheid te kunnen overwinnen, moeten we de logica te boven gaan.

 

Dit gedeelte van de Thoralezing met betrekking tot de wetten van de as van de Rode Vaars bevat de zinsnede: “. Dit is de inzetting van de Thora”. (Numeri. 19:1)

 

Alle variaties van onzuiverheid in de Thora en de corresponderende purificerende riten kunnen worden begrepen in termen van de relatieve nabijheid van de dood. Ongetwijfeld en niettegenstaande, is de meest fundamentele vorm van verontreiniging, de absolute volkomen verschijning van dood zelfaan het menselijk lichaam.

 

Dood is de antithese van heiligheid, want G’D is de herkomst, de bron en de vitaliteit van het leven. Daarom brengtelk contact met de dood of een potentiele dood die rituele onzuiverheid teweeg, weert iemand van het binnengaan van het Tabernakel of later, de Tempel. Het weert iemand van de sfeer van heiligheid.

 

Door confrontatie met de realiteit van de dood, worden we blootgesteld aan de besmettelijke invloed van de wet van entropie: de natuurlijke realiteit dat alles onderhevig is aan verval en sterfelijk is. De wet geeft richting aan vergetelheid en de zinloosheid van het leven, aan een ontaarding van al wat leven is.

 

Dit depressieve wereldbeeld is compleet het tegenovergestelde van onze G’ddelijke opdracht, die impliciet aangeeft dat er een doel is in het leven en verzekerd dat het vervullen van deze opdracht mogelijk is.

 

 Om opnieuw toegang te herwinnen in het rijk van het zuivere leven, moet iemand een purificatie proces ondergaan, die dient om zijn depressie (echt of in potentie aanwezig) te genezen en om zo iemand opnieuw terug te brengen naar het doel, het enthousiasme en vitaliteit van heiligheid voor het leven.

 

 Omdat de onzuiverheid van de dood de bron is van alle andere onzuiverheden, is de purificatie rite de meest extreme en de meest mysterieuze in de hele Thora. Zoals we al zeiden, dat de wetten van de natuur inderdaad uitmaken dat vroeg of laten alles en iedereen onderhevig is aan dood is deze wet te weerstaan in het tarten van de logica en daarom is de rite van purificatie van de dood van een niveau van existentie die logica te boven gaat; het is een “statuut”, een schijnbare eigenmachtige expressie van G’D’s Wil, verstoken van rationeel logisch begrip en zelfs strijdig met logica in het geheel.

 

                                     

Geschriften van Rabbi Jitzchak Luria: Kabbala legt uit dat dood een afwezigheid is van G’ddelijk bewustzijn.

 

 Betreffende de essentie van de rite van de rode vaars zei Koning Solomon, zaliger in gedachtenis, “Ik zei: ‘Ik zal wijs worden,” maar het was ver van mij verwijderd” (Prediker. 7:23).  Waarop onze Wijzen in Bamidbar Rabba. 19:3 nader verklaren: “Koning Solomon was de wijste van alle mensen, maar zelfs hij kon niet begrijpen dat, in de rite van de rode vaars, de persoon die de purificatie uitvoerde zelf verontreinigd raakt.

 

 Probeer te realiseren dat het volgende het fundamentele begrip is van de rite van de rode vaars:  namelijk dat Malchoet ontvangt van de achterzijde van de Heilige Namen en niet van de voorzijde.

 

 Aangezien de rite van de rode vaars een staat van realiteit illustreert waarin de G’ddelijke Naam zijn “gezicht” niet laat zien, maar eerder zijn “achterzijde”, ervaren we onszelf in deze context als zijnde verwijderd, of “ver” van G’D’s aanwezigheid. Dit is de reden dat Koning Solomon zijn onvermogen beschrijft; om de werking van de rode vaars rite te doorgronden met “ver” van wijsheid.

 

 Daarom moet de rode vaars rood zijn, om een staat van streng oordeel aan te geven [waar Malchoet onderhevig aan is].

 

 Rood is de kleur van Gevoera, strengheid, striktheid. Iemand die is verontreinigd door contact met de dood, is in een staat van een extreem gelimiteerd G’ddelijk bewustzijn.

 

De grimmige confrontatie met de realiteit van de dood draagt het zaad in zich van miserabele depressie, geboren uit een nihilistische, fatalistische heidense of absurde houding ten aanzien van leven. De persoon moet daarom zichzelf “purificeren” van deze verontreiniging.

 

 SHABBAT SHALOM

 

Geef een reactie