PARASHAT CHOEKAT

De inzetting (Numeri 19:1 – 22:1)

Rabbi Shimon bar Jochai
Zohar, parashat Choekat, p.180b

Dit is de wet van de Thora die de Eeuwige uitvaardigde. Hij zei: Draag de Kinderen Van Jisraël op dat ze je een volkomen rode koe brengen, zonder gebrek, waarop nog geen juk gelegd is. (Numeri. 19:2)

Deze vaarskalf werd buiten het kamp verbrand door de Sagan (onder-Hoge Priester) en het as werd gebruikt om de ritueel onreine persoon in staat te stellen deel te laten nemen aan de activiteiten van de Tempel. Vreemd genoeg, werd degene die werd besprenkeld, rein, terwijl degene die het water met de as sprenkelde onrein werd. Dit wordt een “inzetting, een ordinantie” genoemd (in het Hebreeuws, “chok” de naam van deze parasha) omdat het alle logica te boven gaat.

DEZE KOE KWAM OM TE ZUIVEREN, EN HET LOUTERT DE ONREINE

Het woord “vaarskalf”, in het hebreeuws “parah”, wordt gevormd door drie letters, , reesh, hee. en reesh, gespeld “par” vaarskalf, heeft een numerieke waarde van 280 (80+200). Het getal 280 representeert de 280 “deniem”, strikt oordeel, de numerieke waarde van de som van de vijf Hebreeuwse letters, die van vorm veranderen aan het einde van een woord, de zogenaamde sluitletters: mem, noen tzadie, en chaf. Daar zij het eind van een woord aangeven wat equivalent is aan eindigheid, het tegenovergestelde van oneindigheid. Daarom representeren zij “de afstand” van het oneindige licht.

Deze eindigheid wordt benadrukt door de letter hee in het woord “parah” welke de sefira van malchoet symboliseert. Als zodanig vertegenwoordigt het woord “parah” de sefira van malchoet, welke verwijderd is van de invloedsfeer van het oneindige. Deze staat veroorlooft de externe krachten onreinheid om te gedijen.

Rabbi Jitzchak Luria
Sefer HaLikoetiem, de geschriften van de Ari

Het as van de rode koe (vaarskalf) werd gebruikt om een persoon te zuiveren van rituele onreinheid door contact met een dode. Confrontatie met de “dood” is een spirituele staat van vermindering van het G’ddelijk bewustzijn naar een lager bewustzijn (of een gebrek eraan). Daarom bevat het gebod van de rode koe, in zich, de mythische uitleg van kwaad en van zuivering van onreinheid, kwaad/dood, m.a.w verlies van G’ddelijk bewustzijn.

De Eeuwige sprak tot Mozes en Aharon: “Dit is de wet van de Thora die de Eeuwige uitvaardigde. Hij zei: draag de Kinderen Van Jisraël op dat ze je een volkomen rode koe brengen, zonder gebrek, waarop nog geen juk gelegd is. Jullie moeten die aan de priester El’azar geven en die moet haar naar buiten de legerplaats brengen en men slacht haar waar hij bij is. De priester El’azarneemt dan met zijn vinger iets van bloed ervan en spat van dat bloed zeven keer in de richting van de voorzijde van de tent der samenkomsten. Men verbrandt de koe voor zijn ogen; men moet de huid, het vlees en het bloed ervan tezamen met het mest ervan verbranden.” (Numeri. 19:1- 5)

Wetend dat de vijf vormen van de sluitletters de vijf toestanden van gevoera aangeven, hun gecombineerde numerieke waarde is 280, en wanneer we de vijf toevoegen wegens de vijf letters zelf, hebben we 285, de numerieke waarde van het “parah”.

Vijf letters van het Hebreeuwse alfabet krijgen een andere vorm als zij aan het eind van een woord staan. Daar deze eindvorm een pauzesignaal indiceert in het lezen van de woordenstroom, geven zij de vijf staten van strengheid (gevoera), of zelfbeheersing aan. De letters met hun numerieke waarden zijn:

mem (40), noen (50), tzadie (90), (80), chaf (20). 40 + 50 + 90 + 80 + 20 = 280.

“Vaarskalf” in het Hebreeuws, “parah”– pé-reesh-hé = 80 + 200 + 5 = 285

Alternatief, [de extra , wiens numerieke waarde de vijf is, is noodzakelijk om gelijk te zijn aan de numerieke waarde van “parah”, en geeft aan dat de vijf staten van gevoera] door naar bina, welke een verwijzing naar de eerste letter van de naam Havayah – of door malchoet, welke verwijst naar de tweede letter (van de naam Havayah). Om die reden wordt het vaarskalf “parah” genoemd, m.a.w de koe (“par”) van de .

De twee eerste letters van het woord voor “vaarskalf” (“parah”) zijn simpelweg het mannelijke of genetische woord voor “koe”, “par”.

Het vaarskalf moet rood zijn, omdat (de vijf staten van gevoera aangeeft) het voortkomt uit bina, welke rood is. Rood is de kleur van bloed, gewoonlijk geassocieerd met gevoera, of de bron van gevoera, bina.

Daarom is het woord voor “rood” zonder de verwachte vav geschreven, zodat de numerieke waarde 50 is, een verwijzing naar de “vijftig poorten van bina” (Rosh Hashana 21b), “waardoorheen strikt oordeel komt” (Zohar II:175b).

“Rood” in het Hebreeuws “adoemah” — alev-dalet-mem-hé =1+4+40+5= 50.

Inderdaad, wanneer de spirituele stroming, [aangegeven door de rode koe] binnen de sfeer van heiligheid blijft, is het “puur, en heerst er geen besmetting”. Maar wanneer het verder gaat, in het domein van het kwaad, komt de oorzaak van onzuiverheid, met in zich, de staat van strikt oordeel, vrij.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie