PARASHAT CHOEKAT

De statuut (Numeri 19:1 – 22:1)

Er is een Midrash die de wetgeving van para adoema,de rode vaars, vergelijkt met een koning die geaccepteerd wordt door een land, waarvan de onderdanen stellen “alstublieft leg decreten aan ons op!” De koning antwoordde: Als je mij eenmaal als soevereine vorst accepteert, zal Ik beginnen met het maken van decreten. Evenzo zei G’D tot Israël: Aangezien je Mijn soevereiniteit hebt geaccepteerd toen Ik zei: “Ik ben de Eeuwige, je G’D, ……accepteer nu Mijn decreet om geen andere goden te hebben!” Wat hier bedoeld wordt is, dat de gehele Thora, met al zijn wetten en hun spirituele impact, de essentiële ziel is van Israël, zoals reeds eerder uitvoerig in andere verhandelingen is verklaard. Dit biedt ons de mogelijkheid om verschillende Midrashiem, op deze paragraaf te verklaren.

We lezen in Bamidbar Rabba 19:7 dat toen Mozes opsteeg naar de hemel, woordelijk hoorde hoe G’D de wet van de para adoema uiteenzette, citaat: “Mijn zoon Eliëzer zegt dat de para twee jaar oud moet zijn, (de uitdrukking para, vaars, betekent een minimum leeftijd van twee jaar), daartegen als de Thora de term ekla, kalf gebruikt, refereert dat naar een één jaar oud dier.”
Toen Mozes dit hoorde, zei hij: “hoe is het mogelijk dat U, G’D, die hemel en aarde bezit, hier zittend Uw Thora uiteenzet en een menselijk iemand aanhaalt en citeert als bewijs dat de Thora op de juiste wijze wordt geïnterpreteerd!”
G’D antwoordde, dat op een bepaald punt in de toekomst een rechtvaardig persoon met deze woorden een verhandeling zal beginnen over dit gedeelte en dat zijn naam Rabbi Eliëzer zal zijn, enz, enz. Daarop gaf Mozes te kennen dat hij wenste dat de persoon in kwestie één van zijn nakomelingen zou zijn.
Onmiddellijk zei G’D tegen hem dat zijn wens was ingewilligd. Dit is de betekenis van Exodus 18,4: “en de naam van de andere was Eliëzer” in beschrijvend Mozes’s andere zoon. De naam van deze bijzondere “zoon”,waarvan de Thora schrijft ha echad, de ene, is Rabbi Eliëzer die G’D citeerde. Hij is de gene die de verhandeling hield over de wet van para adoema, de rode vaars.
De betekenis van de wet para adoema, de rode vaars, is aan geen enkel levend persoon geopenbaard, met uitzondering van Mozes en Rabbi Akiwa.

We kunnen met zekerheid aannemen dat Mozes’s intellectueel bevattingsvermogen de diepere betekenis van para adoema, de rode vaars wetgeving te boven ging meer dan iemand anders na hem.Dit is ook de mening van Midrash Bamidbar Rabba 19:6, dat “al de rode vaarzen zijn gerelateerd aan Mozes; “als alle andere rode vaarzen zijn verdwenen, zal de gene die Mozes maakte als enigste over blijven.” Dit betekent dat alle rode vaarzen die ooit heilig werden door verbranding, enz,enz, alleen hun toegewezen functie konden uitvoeren, omdat Mozes het gouden kalf had verbrand en de as had gebruikt, net zoals de latere generaties de as gebruikten van de para adoema, de rode vaars. Een van de hoofdfactoren met betrekking tot alle geboden is, de betekenis te leren begrijpen van hun metafysische bijzonderheid, m.a.w het esoterische, Mozes was zich als geen ander bewust van al deze betekenissen. Nu kunnen wij begrijpen dat het de “para adoema, van Mozes was, die de heiliging over gaf aan alle anderen para adoema.”

SHABBAT SHALOM

2 reacties op “PARASHAT CHOEKAT

  1. Is er een relatie tussen de blauwe draad in onze tzitzit en de scharlakenrode draad in het verbanden van de para adoena?

Geef een reactie