PARASHAT CHAYE SARA

De leeftijd van Sara (Genesis 23:1 – 25:18)

ABRAHAM EN SARA, LICHAAM EN ZIEL

De Thoralezing van deze week begint met, “En Sara stierf in Kirjat Arba, dat is Hebron in het land Kana’an (Gen. 23:2), kwam Abraham om te weeklagen over Sara en om haar te bewenen.” Volgens de Zohar is “Sara”het symbool voor het lichaam en “Abraham” het symbool voor de ziel. (Zohar I: 122b)

In deze context interpreteert de Zohar het vers als volgt: De frase, “En Sara stierf” betekent “wanneer het lichaam sterft”; “In Kirjat Arba,” [let. De stad van de vier] refereert aan de vier basiselementen waaruit het lichaam is samengesteld (vuur, lucht, water, aarde, waarmee, de Heilige zij geprezen, de wereld heeft geschapen); “Dat is Hebron” refereert aan het feit dat tijdens het bestaan van het lichaam, haar vier elementen verenigd waren. (mechoebar)(Hebron [Chevron] is een idiomatische uitdrukking van chabar – te verenigen, samen komen)

Wanneer nu het lichaam sterft “En Abraham kwam”,m.a.w. de ziel kwam om te wenen “om te weeklagen over Sara”, d.w.z, de ziel weent, want zelfs na de dood, na haar vertrek, blijft de ziel verbonden met het lichaam.

Echter deze interpretatie van Sara als het lichaam en Abraham als de ziel, is moeilijk te begrijpen zonder verklarende uitleg over het vers, “…..al wat Sara je zeggen zal, daar moet je gehoor aan geven…..”. (Gen. 21:12)

Want normaliter, behoort het lichaam de ziel te gehoorzamen en niet andersom? Er is een zeer bekend commentaar van de Baal Shem Tov ( Stichter van de Chassidische beweging) op het volgende vers, “Wanneer je de ezel van je vijand, die je haat, onder zijn last ziet bezwijken, dan moet je je ervan weerhouden het aan hem over te laten, je moet hem helpen, (Ex: 23:5)”: “Wanneer je ziet de ezel” (ezel, in het Hebreeuws chamor, is gerelateerd aan het woord chomer, materialisme) betekent, wanneer je je eigen chomer, je materiële aangelegenheden, zorgvuldig onderzoekt, zal je je realiseren dat zij je vijanden zijn. Want in de initiale stages van iemand’s spirituele dienst aan G’D, aan het begin van zijn leven, zijn lichaam en ziel vijanden van elkaar. “Onder zijn last bezwijken”, refereert aan het juk van de Thora en mitswot. Het is “zijn last, omdat Thora en mitswot gegeven waren aan de ziel, gevestigd in het lichaam, om het lichaam te zuiveren en te sublimeren. Ondanks dit, ervaart het lichaam het als een ongewilde last, vandaar “onder zijn last bezwijken”.

Afgezien van het feit dat de mitswot uitsluitend zijn gegeven aan zielen in lichamen, zijn zij ook betrokken in fysieke oogmerken.

Dit is niet alleen van toepassing tot mitswot ma’asiyot ( mitswot met betrekking tot fysiek handelen ), maar ook tot die mitswot welke essentiële plichten zijn van het hart, d.w.z liefde en vrees voor G’D, of plichten van het verstand, d.w.z. het geloof in de eenheid van G’D. Zij betekenen eveneens een fysieke uitvoering door hart en brein. Neem bijvoorbeeld het voorschrift om G’D lief te hebben. In de fysieke sfeer noteren we dat “Een goede tijding verstevigt de beenderen” (Spreuken 15:30), de Gamara relateert dit aan een gelukkige gebeurtenis, ( gitin 56b )of een goede tijding, die een fysieke verandering teweeg brengt. Het zelfde is waar ten aanzien van lief hebben van G’D. Wanneer de mens beseft ” de nabijheid van G’D is goed voor mij “, moet dit ook waarneembaar zijn in zijn lichaam.

Evenredig is het met de vrees voor G’D. Een samentrekking van de geest en hart is niet voldoende. Het moet zich manifesteren in het fysieke brein en hart als ware angst.

Onze Nisi’iem (leiders) hebben alles aan ons getoond, incluis het principe van vrees. Er is een zeer bekend verhaal over de Alter Rebbe (Rabbi Schneur Zalman van Liadi), Op een keer, tijdens een gebed ( op Rosh Hashana of Jom Kippoer), komend aan de woorden “daarom leg op pachdecha (Uw vrees)”, viel hij rollend op de grond, zeggend pach, pach, zijn concentratie op deze passage vulde hem met zo’n grote vrees dat het voor hem onmogelijk was om het woord fatsoenlijk uit te spreken. Het nam enige tijd in beslag voordat hij het hele woord, pachdecha, kon prononceren.

Er is een ander verhaal van de Tzemach Tzedek, in de eerste jaren van zijn leiderschap, tijdens een farbrengen (samenkomst) met Chassiedim.

Er werd kavit (90% vodka) aangereikt en de Rebbe dronk een heel glas en nog een en vroeg vervolgens om een derde. Naderhand streek hij met zijn hand over zijn voorhoofd en men kon geen enkel effect meer waarnemen van de sterke drank. Op een latere gelegenheid legde de Tzemach Tzedek uit dat hij zijn gedachten compleet concentreerd had op de grootheid van G’D.

Deze bezinning veroorzaakte dat hij overvallen werd door een grote vrees, “vrees neutraliseert het effect van sterke wijn” ( Talmoed, Baba Batra 10a ).

Deze vrees had zo een effect op hem dat men een ware fysieke verandering kon waarnemen, de alcohol had geen enkele invloed.

De Baal Shem Tov vervolgt zijn interpretatie van het vers [“Wanneer je ziet de ezel…..”] aldus: “Wil je je zelf ervan onthouden om hem te helpen”? Iemand zou kunnen denken dat, aangezien het lichaam” onder zijn last bezwijkt” hij dit wil corrigeren door complete spiritualiteit, m.a.w. uitsluiting van het lichamelijke, of zijn lichaam minder belangrijk maken, door onthouding, vasten, zelfkastijding. Dat is absoluut niet de juiste manier van doen. Integendeel zegt de Thora ” hij moet hem helpen” m.a.w. hij moet zijn lichaam helpen door het te zuiveren en te verbeteren, in plaats van het te breken.

Dat is door het doen van mitswot.De reden om het lichaam een volwaardige partner te maken in iemand’s spirituele dienst aan G’D is als volgt: Zelfs wanneer een persoon de juiste spirituele intenties bezit en associeert met de uitvoering van een mitswa, maar tekort schiet door een niet juiste uitvoering van die mitswa, heeft hij niet alleen gefaald in het eigenlijke vervullen van de mitswa, maar deze in feite ook overtreden.

Maar als de daad is uitgevoerd zonder de juiste intentie, enerzijds omdat de persoon niet de juiste intentie weet, of hij weet het, maar hij dacht er niet aan, dan, ondanks dat hij verantwoordelijk wordt gehouden voor zijn gebrek aan intentie, heeft hij desalniettemin de mitswa vervuld.

Dit is de betekenis van “…..al wat Sara je zeggen zal, daar moet je gehoor aan geven…..”. (Gen. 21:12) in de context van de Zohar’s interpretatie van Sara als een symbool voor het lichaam. Het betekent dat het uiteindelijke doel van fysiek leven, zetelt in het fysieke lichaam en zijn spirituele zuiverheid.

Heden ten dage is het superieure spirituele aspect van het lichaam verhuld, maar met hopelijk een snelle komst van Mashiach zal dit worden geopenbaard.

SHABBAT SHALOM.

Geef een reactie