PARASHAT BO

Kom, Genesis 10:1 – 13:16

Twee ongewone kenmerken onderscheiden de tiende plaag, het treffen van de Egyptische eerstgeborene, van de andere negen plagen die G’D bracht over de Egyptenaren.

De eerste: Mozes kondigt een specifieke tijd aan waarop het zou plaatsvinden (rond middernacht), De tweede: de Israëlieten kregen de persoonlijke opdracht om voorzorgsmaatregelen te nemen tegen de plaag; zij moesten binnenshuis blijven en een teken van bloed aan hun deurpost plaatsen. De Sicha ( bespreking ) verklaart waarom deze specifieke kenmerken aan deze plaag waren verbonden en hoe zij aanduidt welke weg wij moeten bewandelen om de komende Verlossing nabij te brengen – het Messiaanse Tijdperk.

1. DE TIJD EN DE VOORZORGSMAATREGELEN

Wanneer Mozes aan Pharao het komen van de laatste plaag aankondigt, het treffen van de eerstgeborene, noemt hij de tijd dat het zal plaatsvinden.

G’D had gezegd dat het zou plaatsvinden om middernacht.

Mozes zegt in Sjemot 11: 4 “omstreeks middernacht”, vrezend dat Pharao's astrologen bij machte waren om een fout te maken in hun calculaties omtrent het precies vaststellen van middernacht, om hem dan te beschuldigen van onzorgvuldigheid (Rashi Berachot 4a). Niettemin rijst er een probleem.

Waarom was de timing van de plaag ueberhaupt genoemd, louter het waarschuwen van haar nadering zou zeker genoeg geweest zijn, zoals in het geval van de andere negen plagen.

We zijn gedwongen te concluderen dat er een speciale betekenis en connectie bestaat tussen de plaag, het treffen van de eerstgeborene en de tijd van middernacht. En in twee andere opzichten was de tiende plaag uniek. Ten eerste, de Joden moesten een speciaal teken maken “aan de twee deurposten, en de bovendorpel” (Shemot 12:22) van hun huis , een teken van bloed van het Pesach lam zodat de plaag hun niet zou treffen. Ten tweede, zij moesten binnenshuis blijven gedurende de gehele nacht “en niemand van jullie zal gaan buiten de ingangen van jullie huis, tot de morgen” (Shemot 12:22), want wanneer eenmaal de permissie is gegeven aan de macht van destructie om zich te ontketenen, zal geen onderscheid gemaakt worden tussen de rechtvaardigen en de zondaren (Rasji Shemot 12:22).

Waarom waren deze voorzorgsmaatregelen zo nodig? De voorafgaande plagen waren direct en alleen gericht tegen de Egyptenaren, zonder dat de Israëlieten speciale voorzorgsmaatregelen hoefden te nemen om hun immuniteit te bewaren. Waarom was de tiende plaag verschillend in dat opzicht? en waarom waren de twee voorzorgsmaatregelen (het teken van het bloed en het kwartierarrest in hun huizen) ueberhaupt nodig?.

2. HET UNIEKE VAN DE LAATSTE PLAAG

Om tot een nader antwoord te komen moeten wij primair begrijpen dat de andere negen plagen niet van dien aard waren om de macht van de destructie te ontketenen”. Zij waren begrensd tot een bepaalde mate van schade. De hagel bijv. vernietigde “het vlas en gerst, maar tarwe en spelt waren niet getroffen, omdat zij niet volgroeid waren” (Shemot 9 31:32), maar het treffen van de eerstgeborene was niet gelimiteerd aan een specifieke aard van destructie; de macht welke “maakt geen onderscheid tussen rechtvaardigen en zondaars” was wijd open zonder onderscheid en daar tegen moesten de Israëlieten zich beschermen. Op een dieper niveau was het enige doel het treffen van de eerstgeborene en niet de manier waarop. De andere plagen waren niet primair gericht op destructie maar om bij de Egyptenaren een bewustwording te creëren van G’D “hierdoor zullen jullie weten dat IK de EEUWIGE ben” (Shemot 7:17).

Die les was niet nodig voor de Israëlieten, zij waren reeds bewust van G’D. Het betekende eveneens dat diegenen die getroffen waren door eerste negen plagen niet waren gedood, zodat zij nog enig voordeel hadden van G’D's openbaring, maar bij de tiende plaag, kon het doden van de eerstgeborene ( t.a.v. de slachtoffers ) niet educatief zijn. Het was om hen te straffen en te vernietigen.

In puur juridische zin kan men in dit geval claimen: wat is het verschil tussen de ontaarde Israëlieten en hun afgoderij en de Egyptische eerstgeborene?(Zohar 2 – 170b), allebei verdienen ze toch straf? Vandaar dat de Israëlieten zich moesten beschermen tegen zichzelf voor de macht van destructie – het instrument van strikte justitie – . Deze veiligheidsmaatregelen bestonden uit twee delen: de algemene permissie aan de macht van destructie was zich geheel te ontketenen, want zij is niet discriminerend en heeft geen beperkingen, geen teken is bestand tegen haar, daarvoor moesten de Israëlieten zich terugtrekken in hun huizen, binnenshuis was de plaag onderworpen aan een limitatie (aangezien zij voorbijgegaan werden door G’D, de betekenis van het woord Pesach) en vandaar de noodzaak van een teken om de Joden van de Egyptenaren af te zonderen .

3. MIDDERNACHT EN ESSENTIE

Maar wat nog steeds moeilijk te begrijpen valt is dit: “wat is het verschil tussen een G’ddeloos Egypte en een zondig joods volk”? Hoe kan een “teken”een antwoord claimen? Het antwoord is, dat de tiende plaag werd uitgevoerd door G’D zelf in al zijn glorie en essentie , als Hij uit gaat boven alle kenmerken en in het bijzonder als Hij verder gaat dan het attribuut van strikte justitie, op dat niveau zwijgt de aanklacht in naam van strengheid en justitie en is in-operatief. Dit is de connectie tussen de tiende plaag en middernacht. Want middernacht is het moment waarop het alles te boven gaande gezicht van G,D wordt geopenbaard. Middernacht verbindt de twee helften van de nacht, de eerste helft leidt van licht naar duisternis en is daarom het symbool van strengheid en terughoudendheid (Gevurah) en de tweede helft leidt van duisternis naar licht en staat voor goedheid en vergeving (Chesed). En, gedurende een moment, harmoniseren de twee tegenstrijdige tendensen, waardoor zij zich opheffen. Middernacht is de tijd waarop G’D zich openbaart in ZIJN ESSENTIE. Dus met de tijd van de tiende plaag spreidt G’D ZIJN innige liefde uit over Israël, een liefde die in zijn oneindigheid geen plaats heeft voor beschuldiging van de stem van Justitie.

Wanneer de stem claimt “was Ezau niet Jacob's broeder?” (zijn zij niet gelijk?). G’D antwoordt dan “vooralsnog hou ik van Jacob en ik haat Ezau” (Malachi, 1 2-3), want zijn liefde voor het Joodse volk is een diepe en een onkwetsbare liefde, zoals van een vader voor zijn kinderen “jullie zijn de kinderen van HASHEM, jullie G’D” (Devariem 14-1).

Dit is de rede waarom Mozes aan Pharao de tijd vertelde van de plaag (rond middernacht) hij zinspeelde erop dat het zou gebracht worden door G,D in de hoedanigheid van het bovenzinnelijke, want anders was Pharao en zijn hof ervan overtuigd dat de plaag wiens doel was om te vernietigen, niet educatief was, maar de Israëlieten ook zou treffen want zij waren ook niet vrij van zonden, alleen een openbaring van G’D's onvoorwaardelijke liefde (m. a.w. middernacht) zou hun kunnen redden.

4. TEKEN EN LIEFDE

Maar ondanks het bovengenoemde; waarom is het doen van een teken nodig voor de Israëlieten? Het antwoord is dat een openbaring van G’D in de materiele wereld een handeling van dienst vereist van de mens, handelingen die gespecificeerd zijn in de Thora. Zelfs GOD's onvoorwaardelijke liefde welke altijd aanwezig is en constant is, verlangt een actief respons van de Mens, als het ware dat zijn innerlijke, visueel naar buiten wordt gebracht als een openbaring. Maar in dit geval, aangezien de liefde onvoorwaardelijk is, moet het respons ook onvoorwaardelijk zijn en alle grenzen van het rationele te boven gaan. Beide tekenen, het offeren van het Pesach lam en het bloed van het lam aan de deurpost, waren in die tijd zo beladen met gevaar, dat deze handeling een onverbiddelijke daad van zelfopoffering was (we noemen da
t Mesirat Nefesh). Het lam was een Egyptische godheid en niet alleen moesten de Israëlieten het doden maar nota bene vier dagen op voorhand houden, volledig met kennis van de Egyptenaren.

Zelfopoffering is nooit rationeel, zo was het Pesach lam op zichzelf een teken van het joodse respons naar G’D, die alle reden te boven gaat, daarom werden deze twee tekenen beantwoordt door G’D met een daad van boven rationele liefde – de liefde van middernacht van G,D's essentie bij het toebrengen van de tiende plaag .

Nu kunnen we de ogenschijnlijke contradictie oplossen in de verklaringen van de Rabbijnen zoals “de deugdzaamheid van de Israëlieten om verlossing te verwerven van Egypte”. In de Mechilta (Shamot 14:31 ) vinden we dat het was, “hun vertrouwen” ( “het volk vertrouwde toen ze hoorden dat de EEUWIGE de kinderen van Israël voor de geest geroepen had en dat HIJ hun ellende had gezien, zij bogen en wierpen zich neer”.

Op een andere plaats in de Mechilta( Sjemot 12:6) ( ook Rasji) wordt verklaard dat het ten verdienste was voor het teken van het bloed . Maar de twee opinies zijn een. De tekenen waren een band tussen G’D en de Joden die alle redelijkheid te boven ging.

Voor de verlossing was er “geen enkele slaaf in staat te ontsnappen uit Egypte, omdat het land hermetisch aan alle kanten werd bewaakt” (Rasji Sjemot 18-9). Zoveel temeer lijkt het onvoorstelbaar dat 600.000 konden ontsnappen, een volk gebroken door keiharde onderdrukking en bedreigd met dodelijke ondergang door Pharao's uitvaardiging, dat elk mannelijk kind verdronken moest worden. Het pure vertrouwen van de Israëlieten in Mozes' missie en G’D's beloftes, die in feite ver boven het rationele uitgingen, resulteerden in een onconditionele liefde van G’D voor zijn volk, welke werd gegrondvest in hun onafscheidelijke band.

De tekenen bij welke zich dat manifesteerde brachten de openbaring van GD's liefde in deze wereld.

De toekomstige verlossing “zoals de dagen van jullie uittocht uit het land Egypte zal ik wonderen tonen” (Micha 7.15), betekent dat de toekomstige verlossing parallel zal zijn aan het verleden, de verlossing uit Egypte. De bevrijding uit Egypte was een verdienste voor het boven rationele vertrouwen welke in het innerlijke van de Israëlieten was.

Geef een reactie