PARASHAT BO

Kom                    Exodus. 10:1 – 13:16

 Kabbala en de Kalender

Rabbi Jitzchak Luria

In deze Thoralezing van de week sprak G’D tot Mozes:

 “Deze maanvernieuwing geeft voor jullie de aanvang van de maanden van het jaar aan. De eerste van de maanden van het jaar zal zij voor jullie zijn” (Exodus. 12:2)

 Aangezien deze mededeling twee weken voor de Uittocht gebeurde (Ibid. 12:6), stelt dit vers dat de maand van de Uittocht, Nissan, moet worden geteld als de eerste van de twaalf maanden. Dus dit vers vestigt de basis van de Joodse Kalender:

“[G’D] liet [Mozes] de nieuwe maan zien en zei, Wanneer je de maanvernieuwing ziet, zoals nu, beschouw die dag als de eerste van de maand.∫” (Rashi op Exodus. 12:2)

Voorts, moet Nissan altijd vallen in het voorjaar. (Rashi op Deuteronomium. 16:1)

Aangezien de Joodse kalender is gebaseerd op maanmaanden,(daarom heeft elke maand een aantal van 30 dagen) is het noodzakelijk een schrikkelmaand in te voeren wanneer het maandjaar geen gelijke tred houdt met het zonnejaar[1].

Weet dat alle maanden manifestaties zijn van Malchoet, met andere woorden, Noekva van Zeir Anpin. Er zijn twee aspecten ten aanzien van deze relatie: de eerste is de wijze waarop Malchoet innerlijk relateert aan de maanden en de tweede is de wijze uit hoofde van de relatie met de mannelijke Partzoef, Zeir Anpin.

De Joodse Kalender is, zoals we al zeiden, een maankalender en de maan is één van de fysieke manifestaties van het vrouwelijke principe, Noekva van Zeir Anpin. De maan reflecteert het licht van de zon, net zoals Noekva haar inspiraties ontvangt van Zeir Anpin. Doorgaans wordt Zeir Anpin geassocieerd met de drie dimensies van ruimte [de zes Sefirot waaruit het is opgebouwd, correspondeert met het begrip van de zes richtingen] en Noekva wordt geassocieerd met het begrip tijd.

De verhouding tussen Malchoet en de maanden vangt aan met de maand van Nissan. Weet nu, dat alle maanden “Rosh Chodesh” worden genoemd “hoofd maanden”, omdat ze allen op een bepaalde wijze een begin zijn.

SHABBAT SHALOM        

[1] In het Jodendom hanteert men de maankalender. Een ‘synodische’ maand duurt ca. 29,5 dagen waarbij de ene maand 29 en de andere maand weer 30 dagen duurt. Omdat er 12 joodse maanden zijn komt men hierdoor uit op 354 dagen oftewel men loopt 11 dagen achter op de zonnekalender met 365 dagen.

Dit lost men op door een schrikkelmaand in te voegen. De naam van de schrikkelmaand is tweede adar of kortweg adar 2.  Deze indeling begint zodoende in het voorjaar:

  1. nisan      valt in maart/april
  2. ijar-           valt in april/ mei
  3. siwan      valt in mei/ juni
  4. tammoez  valt in juni /juli
  5. Av             valt in juli/ aug.
  6. eloel         valt in aug/ sept.
  7. tisjri         valt in sept/okt.
  8. chesjwan  valt in okt/nov.
  9. kislev     valt in nov./dec
  10. tewet       valt in dec/jan
  11. sjevat       valt in jan/feb
  12. adar          valt in feb/mrt
  13. 13   adar 2       valt in mrt/ april in schrikkeljaren

Geef een reactie