PARASHAT BESHALACH

En hij had laten gaan (Exodus: 13:17 – 17:16)

HET MAGISCHE WOORD

Parashat Beshalach behelst een van de grootste mirakels van onze historie, DE SPLIJTING VAN DE RODE ZEE.

Ongelukkigerwijze is deze spectaculaire gebeurtenis niet de verdienste van het joodse volk. Uit angst voor de naderende Egyptenaren keerden zij zich tegen Mozes: “Hebt gij, omdat er geen graven in Egypte waren, ons meegenomen om te sterven in de woestijn?”: (Shemot 14:11). Dit was de inleiding van een lange lijst van klachten. Verder in de Parasha protesteert het volk dat er geen water is “wat zullen wij drinken?” (Shemot 15:14); dat er geen brood en vlees is, “ware het ons gegeven te sterven in Egypte toen wij zaten aan de vleespot en wij brood aten tot verzadiging” (Shemot 16:2-3); En opnieuw, toen er geen water was “geef ons water om te drinken” (Shemot 17:2). Verder, op diverse andere plaatsen in de Thora, heeft het Joodse volk ook nog andere klachten. De Talmoed haalt deze zaken aan als “TESTEN VAN HASHEM”, (HaShem, bet. letterlijk de Naam, G'D) van Bné Israel (Arachin 15a).

Afgezien van de vraag wat “TESTEN van HASHEM” betekent, is het in eerste instantie moeilijk te begrijpen waarom zij niet zouden mogen klagen. Aangenomen, dat vlees niet een essentiële levensbehoefte is, kunnen we daarom enigszins begrijpen waarom HASHEM zijn afkeuring toonde, door het te geven bij avond, want dan blijft er weinig tijd over om het te bereiden. Maar wat is er verkeerd het vragen van brood en water? De argumentatie dat deze protesten niet gepast zouden zijn voor een volk met zo’n spiritueel niveau en hechte ervaring met HASHEM is ongegrond.

Hoog spiritueel formaat of niet, brood en water zijn ongetwijfeld noodzakelijkheden, en mopperend gedrag kan daarom niet als fout worden beoordeeld. Het verzoek om water was simpel, klagend, dus waarin ligt het eigenlijke probleem?

Het antwoord is dat de fout lag in de manier waarop zij spraken, nogmaals zij hadden recht om deze dingen te vragen, er was zelfs niets verkeerd aan de bewoordingen die zij gebruikten: “wat zullen wij drinken?”. De fout lag in het gedrag achter de vraag.

In de eerste situatie, met de op handen zijnde Egyptische aanval, noteert de Ramban dat er twee groepen van mensen waren. Één groep bevatte de lagere elementen van de natie, klagend naar Mozes over het probleem. De andere groep, de nobelen, huilden in gebed tot HASHEM.

Al deze problematische protesten zijn omschreven door de Thora als Teloenot, klagen. De gepaste benadering bij de nobelen onder het Joodse volk en Mozes, bij overbrenging van hun woorden, was, Tze'akah, uithuilen naar HASHEM. Het essentiële verschil tussen een dringend verzoek en een beklag, hoeft niet noodzakelijk te liggen in de woord keuze. Reb Jeroecham Levovitz zl. verklaart dat het afhangt van de houding, is het een verzoek of is het een eis.

Als ik het gewoon vraag vanuit een gevoel dat ik het nodig heb en ik doe een beroep aan jou om het mij te geven, of ik vraag het omdat ik voel dat ik er recht op heb en je bent het mij verschuldigd. Het eerste is correct, het laatste niet.

Het magische woord “alstublieft” heeft inhoudelijk niet het absolute bewijs van de intentie, maar is desondanks vaak een goede indicatie. Het is interessant bij het observeren van kleine kinderen, te merken hoe zij doorgaans weigeren “alstublieft” te zeggen tegen hun ouders. Ze schijnen te begrijpen dat door zo te doen het een bevestiging is van het feit dat de ouder hen een vriendendienst bewijst, meer dan hun ideaal van een ouder die nederig aan hun opdracht gehoor geeft.

We behoren niet alleen maar op onze rechten te staan, waar wij denken recht op te hebben. Dat leidt naar een samenleving van “NEMERS”. Wij zijn gebonden om ons te focussen op onze verantwoordelijkheden naar anderen en niet om onze eisen en vorderingen aan hen op te leggen. Het is arrogant en zelfzuchtig te denken over wat andere mensen ons verschuldigd zijn. Verder, een vorderend en eisend gedrag leidt tot een gebrek aan verplichting. Als ik simpel vraag om iets, zal het geen verschil maken voor de een of de ander, wanneer het geweigerd wordt. Maar als ik eis dat het aan mij verschuldigd is en aan mijn eisen niet voldaan wordt, betekent dat voor mij een verbeurd verklaring van wat ik verschuldigd ben aan jou. Dit, verklaart de Ramban, is wat “TESTEN” door Bne Israel van Hashem betekent.

Natuurlijk twijfelden zij niet aan Zijn bekwaamheden om hen te voorzien in hun behoeftes, iemand die plagen kan brengen van leeuwen, tijgers en beren, kan zeker een zwerm kwartels regelen.

Zij hadden wellicht een zekere twijfel over zijn welwillendheid om hen te voorzien in hun behoeftes, maar zij hingen hun verplichtingen er aan op.

De commentatoren bespeurden een zekere mate van eisen in hun protest. Er was een bijgedachte in hun loyaliteit aan HASHEM, een loyaliteit, die afhing van Zijn instemming met hun eisen.

De midrash vat het kort en bondig samen: “Zij zeggen, dat als hij onze eisen inwilligt zullen wij Hem dienen, zo niet, dienen wij Hem niet” (Machilta). Deze houding werd veracht door de profeet Malachi “jullie hebben gezegd het is nutteloos om HASHEM te dienen: welk profijt is aanwezig om Hem aan Zijn opdracht houden? (3:13). Hij zag dat het dienen van het volk ontaardde in een soort businessdeal. Zo’n houding is onaanvaardbaar.

“Weest niet als de knechten die de baas dienen alleen maar om loon te ontvangen” (Pirke Awoth 1:3). Onze verplichting aan HASHEM moet absoluut, totaal en onvoorwaardelijk zijn. Het mag niet zo zijn dat wij het overboord gooien wanneer wij het gevoel hebben dat het niet genoeg oplevert. Bovendien, hebben wij al genoeg om dankbaar voor te zijn, zonder dat wij onze dienstbaarheid afhankelijk maken van extra eisen. De gepaste benadering is gebed: “Hashem natuurlijk sta ik er niet op dat u dit doet voor mij, ik weet dat het mij niet noodzakelijkerwijze toekomt, maar ik voel echt dat ik het nodig heb en ik weet dat alles rust in uw hand, alstublieft willig mijn verzoek in“.

Als een persoon zo voelt dan zal zijn loyaliteit ten aanzien van HASHEM niet in gevaar komen, zelfs wanneer zijn verzoek niet wordt ingewilligd. In feite, de handeling van gebed, versterkt zijn besef van het nodig hebben van HASHEM en dit was het eigenlijke punt van het tekort aan water, in de eerste plaats. Elk gebrek dat wij ervaren is een vorm om de relatie tussen het volk en HASHEM te verstevigen en in orde te brengen. Verlies van onze meest fundamentele behoeftes dwingt ons, ons te realiseren dat HASHEM de verschaffer is van onze benodigdheden. Wij wenden ons tot HASHEM in gebed, en vestigen een beter kader om onze relatie.

Door HEM om water te vragen erkennen wij dat HIJ Koning is en wij Zijn loyale dienaars.

Geef een reactie