PARASHAT BEMIDBAR

IN DE WOESTIJN (NUMERI 1:1 – 4:20)

Onze Sidra opent met G`Ds opdracht dat er een telling moet plaatsvinden onder de Israëlieten. Feitelijk vonden er drie zulke tellingen plaats in de eerste dertien maanden na de uittocht van Egypte. Wat is de spirituele betekenis van de door G`D opgelegde telling? Waarom waren er drie tellingen in zo een kort tijdsbestek en wat waren hun onderlinge verschillen? En wat is de relatie tussen dit gegeven en Shawoe`ot, wat altijd valt rond het lezen van Bemidbar? Deze vragen vormen het thema van de Sicha.

1. Bemidbar en Shawoe’ot

De Sidra van Bemidbar heeft een bijzondere relevantie met het feest van Shawoe`ot. In het algemeen heeft elke Sidra een relatie met de tijd van het jaar waarin het gelezen wordt, en Bemidbar wordt gewoonlijk gelezen op de Shabbat voor Shawoe`ot (Tosefot Megilla, 31b.). En in het bijzonder Shavoe`ot, welke viert het geven van de Thora door G`D aan Israël, waarin het heet de bruiloft van Israel met G`D (Taanit, 26a); en op de Shabbat voor de bruiloft, als de bruidegom opgeroepen wordt voor de Thora als een voorbereiding op de bruiloft. Dus Bemidbar is als het ware, een voorbereiding op die unieke verbintenis tussen G`D en zijn volk die tot stand kwam met het in ontvangst nemen van de Thora. We kunnen deze verbintenis vinden in de openingswoorden van de Sidra, waar G`D oplegt, ” Neem op het aantal van heel de gemeenschap van de Kinderen van Israël. ” De verbintenis is verhuld tot aan het punt dat we werkelijk begrijpen de ware aard van de handeling, tellen.

2. Tellen

Rashi geeft het volgende commentaar op de opdracht: ” Omdat zij (de Kinderen van Israël) Hem dierbaar zijn, Telt Hij hun altijd : toen zij uit Egypte trokken , telde Hij hun ; toen zij vervielen aan de zonde van het Gouden Kalf, telde Hij hun, Hij telde hun , toen Hij Zijn Aanwezigheid manifesteerde onder hun ( o.a. in het Tabernakel ). Want op de eerste dag van Niesan was het tabernakel opgericht, en de eerste dag van Ijar ( de volgende maand ) telde Hij hun”.

In eerste instantie, roept dit commentaar drie problemen op:

[1] wanneer iemand dingen heeft die dierbaar voor hem zijn, en neemt hun vaak uit om ze te tellen, is dit als het ware , om steeds meer vertrouwd te worden met hen. Maar G`D weet het aantal van de Kinderen van Israël zonder te verordenen een telling. Waarom gaf Hij dan deze publieke opdracht?

[2] waarom was er een vertraging van een maand tussen de derde telling en het gebeuren met waar het mee verbonden was (de oprichting van het Tabarnakel)?

[3] Waarom was er een verschil tussen deze drie tellingen? Thora verteld ons niet door wie de eerste telling (bij de uittocht van Egypte) is ondernomen De tweede werd gedaan door Mozes. Maar de derde werd opgedragen aan beide Mozes en Aaron. Waarom werd Aaron hierin betrokken en niet de anderen?

3. Tellen als een gebaar van liefde

Laat ons proberen te begrijpen wat het inhoudelijke van de telling is. Wanneer schepsels zijn geteld, staan zij in relatie van gelijkheid; de grootste en de kleinste zijn geteld als een; niet meer niet minder. En zoals Rashi ons verteld, was de telling een teken van G`Ds liefde, het moest hebben een inhoudenlijk gebaar dat elke jood gelijk is. Niet zijn intellect , niet zijn morele reputatie, maar zijn essentie: zijn Joodse ziel. Nu is dit iets dat we normaal gesproken niet kunnen waarnemen. Dus het cruciale punt van de telling was om elke Joodse ziel te verheffen tot een staat van bewustzijn.

Nu kunnen we èèn van de problemen in de Rashi oplossen: hij schrijft dat G`D zijn volk altijd telt; doch, zoals Rashi zelf benadrukt, zij waren maar drie keer geteld in het eerste jaar en een maand na de uittocht van Egypte; en dan nog weer een keer 38 jaar later gedurende hun omzwervingen in de woestijn; en nadien alleen maar op zeer zeldzame interval (volgen een Midrash Tanchuma, Ki Tissa, 9; Bamidbar Rabba 2, in het totaal negen keer tot heden, en de tiende keer zal zij wanneer de Mashiach komt.)

Je zou Rashi kunnen interpreteren als “op speciale tijden”; en toch gebruikt hij nadrukkelijk de formulering “altijd” een implicatie waar we niet omheen kunnen. Maar nu wij in de positie om te begrijpen, dat als het punt van de telling was om te onthullen de essentie van elke Joodse ziel, dan heeft deze onthulling in zich een diepzinnigheid wat zich plaats boven de erosie van tijd– het is praktisch, letterlijk, al-(de) tijd.

4. De drie tellingen

Nu kunnen we begrijpen de onderlinge verschillen tussen de drie tellingen die Rashi vermeld: zij waren evolutionaire fases in een revelatieproces. In de eerste, werd de Joodse ziel zich bewust van de liefde van G`D; in de tweede, kreeg de invloed affect op het externe leven van de Israëlieten; en in de derde doordrenkte het uiteindelijk al hun handelingen.

De eerste telling was bij de Israëlitische uittocht van Egypte, het wekte zo een mate van moed en zelfopoffering op dat, zij bereid waren om G`D te volgen naar een onleefbare en onvruchtbare wildernis.( Jeremia 2,2.)

De Tweede was voorafgaand aan de constructie van het Tabernakel. Het reikte veel verder dan het intellect en de emoties van de Israëlieten, omdat zij zichzelf aan het voorbereiden waren voor het werk om de Shechina–G`Ds aanwezigheid– in hun midden te brengen (” En zij zullen MIJ een Heiligdom bouwen, en IK zal verblijven in hen”). Maar nog altijd kwam de impuls van buiten af: het was G`Ds opdracht die hen aan het werk zette, geen innerlijke drang.

Maar met de derde telling kwam de eigenlijke dienst aan het Tabernakel, waardoor de Israëlieten, door hun eigen handelen, G`D in hun midden hadden gebracht. Toen waren al hun handelingen een getuigenis van vereniging van de Joodse ziel met G`D.

Het wordt nu duidelijk waarom er een vertraging had moeten zijn van een maand tussen de totstandkoming van het Tabernakel (in Nissan) en de derde telling (Ijar). Want Nissan is de maand van Pesach, de tijd dat we erkennen de openbaring die kwam van boven–het was niet ter verdienste van de Israëlieten die aanleiding gaf dat G`D hen uit Egypte voer, maar alleen door G`Ds goedheid en barmhartigheid.
Maar Ijar is de maand van de Omer, de tijd van speciale offers; en door het offeren ” brengen wij de revelatie die komt van beneden “die aan onze verdienste beantwoord en niet louter aan G`Ds goedheid. Een vergelijkende verklaring leid ons naar het begrijpen van het waarom Aaron alleen in deze telling werd betrokken. Want Mozes was de overbrenger van G`Ds openbaring–een kanaal van boven naar beneden. Maar Aaron de priester was de gene die het volk van Israël verhief van beneden naar boven. En bij deze derde telling had Israël uiteindelijk de staat bereikt waarin hun eigen handelen was doordrongen met het bewustzijn. Nu en alleen maar nu konden zij overbrengen de “openbaring” die komt van beneden.
Vanuit deze weg wordt de connectie tussen Bemidbar en Shavoe`ot duidelijk. Toen de Thora werd gegeven waren Israël en G`D op een zodanige wijze met elkaar verbonden dat G`D Zijn openbaring van boven neerwaarts zond.

Zodat, als we de betekenis ten harte nemen, dat een telling een gebaar van liefde is van G`D voor Israël, dan kunnen we overbrengen die verbintenis welke was gehouden bij het geven van de Thora, toen G`D Zijn Volk Israël ten huwelijk nam.

Geef een reactie