PARASHAT BEMIDBAR

In de woestijn     Numeri. 1:1 – 5:26


Heilige Hoofd Telling


Hoger Bewustzijn Wordt Zeer Gewaardeerd Door Het Joodse Volk


De Leringen Van De Lubavitcher Rebbe, Likoeté Sichot, Vol.8, p. 231-2

De Eeuwig sprak tot Mozes in de woestijn Sinaï in de Tent der Samenkomsten………neem een volkstelling [letterlijk, “verhoog de hoofden”] van heel de Gemeenschap van de Kinderen van Israël. (Bemidbar. 1:13)

“…in de woestijn Sinaï”: De dorre woestijn is een metafoor voor de overweldigende dorst naar G’ddelijkheid die we voelen en weergeven in gebed. Koning David verwoordt deze beeldspraak in het vers: Een lied van David toen hij in de Judea woestijn was: “G’D, U bent mijn G’D, ik zoek U in de ochtend, mijn ziel is dorstig naar U.” (Psalm. 63:1-2)

 

De Tent der Samenkomsten duidt op de revelatie van G’D in de Thora en de mitzwot. Een tent is een omhullende bedekking, beschutting, aanduidend de transcendente G’ddelijkheid [makief] die wij binnentreden bij het uitvoeren van mitzwot, terwijl het woord “samenkomst “ de intieme ontmoeting met het G’ddelijke [penimi] aanduidt, die wij ervaren bij het leren van Thora.

 

Dus de woestijn is een metafoor voor ons opwaarts streven naar G’ddelijkheid, terwijl de Tent der Samenkomsten verwijst naar de neerwaartse stroom van G’ddelijkheid in ons leven.

 

Onze verhouding met G’D moet deze beide tegenovergestelde en tegelijkertijd complementaire dynamische krachten belichamen, de opstijging van gebed en de neerdaling bij het leren van Thora en het doen van mitzwot. Dan kan het “onze hoofden verhogen”, ons verheffen naar de hoogste expressie van onze ziel, de revelatie van onze oorsprong. “

 

“….neem een volkstelling”: Het tellen van iets is soms een manier om de waarde ervan te laten zien. Door te tellen hoeveel we van iets bezitten, geven we weer hoeveel elke eenheid van het totaal toevoegt aan de waarde van het geheel en hoe essentieel en onmisbaar elke eenheid is in het geheel.

 

In deze volkstelling, het feit dat elke Jood als een wordt geteld, niet meer en niet minder, indiceert dat elke Jood even dierbaar is voor G’D, als individu. Elke Jood bezit deze onschatbare waarde krachtens zijn of haar unieke zielsoorsprong. Krachtens deze essentie, die de eenvoudigste Jood bezit, niet minder dan Mozes, zijn alle Joden op gelijke wijze G’D’s kinderen. Wanneer we dit herkennen, zullen we dit ook koesteren en nooit en te nimmer een Jood afwijzen of over het hoofd zien.

 

“….neem een volkstelling”, [letterlijk. “verhoog de hoofden”] : Om de verlatenheid van de spirituele woestijn te overwinnen, moeten wij altijd er boven uit reiken. Dus de eerste fundamentele aanwijzing van de Shoelchan Aroech, de Code van Joods Recht is, dat wanneer het aankomt op Joodse inachtneming, we ons niet bezorgd moeten maken over spotters . Dit houdt ook in externe spotters, diegenen die proberen ons te bespotten voor onze toewijding aan onze idealen en de interne spotters, de kwade inclinatie.

 

Ofschoon de ziel neerdaalt in een fysiek lichaam, blijft het “hoofd” van de ziel, de spirituele essentie, afstandelijk en onafhankelijk van het lichaam. Desalniettemin wordt het “hoofd” van de ziel beïnvloed door wat de rest van de ziel doet hier beneden. Door het uitvoeren van G’D’s opdrachten, de mitzwot en het vervullen van zijn missie vanuit het lichaam, verheft de ziel zijn “hoofd” in de hemelse sferen. Door de G’ddelijke oorsprong en intentie te reveleren in de materiële realiteit, bereikt de ziel een hoger besef van G’D.

 

SHABBAT SHALOM

 

 

 

Geef een reactie