PARASHAT BEMIDBAR

 In de woestijn     Numeri. 1:1 – 4:20

 

 

Rabbi Shimon bar Jochai

 

Zegen van het Hart

 

Zohar p. 117b

 

Westerlingen zijn niet gewend om een ander te “zegenen”en soms mensen van andere culturen te prijzen, zonder zich te realiseren dat zij het gevoel van die kunnen kwetsen! Het Zohar gedeelte van deze week verklaart de wijze waarop mensen elkaar eigenlijk zouden moeten zegenen.

 

Rabbi Jitzchak opent zijn verhandeling met het vers: “De Eeuwige dacht steeds aan ons, moge Hij zegenen. Moge Hij zegenen het Huis Israël, moge Hij zegenen het Huis Aharon.” (Psalm 115:12) De term voor “dacht steeds aan ons” [in het Hebreeuws , “zachreinoe“] deelt de zelfde letters als het woord “mannelijk” [“zachar“]  er kan worden gelezen “G’D zal onze mannen zegenen”. De mannen werden verheven om te worden geteld in de woestijn en De Heilige, gezegend zij Hij,  zegende hen en voegde aan die zegen voor altijd continuïteit.

 

Kom en zie: Degene die zijn vriend looft, zijn kinderen of zijn eigenschappen, moet hem zegenen en dan de zegen bevestigen.  We leren dit van Mozes vanuit het vers “Nu de Eeuwige jullie G’D jullie zo talrijk heeft gemaakt zodat jullie heden zoveel in aantal bent geworden als de sterren van de hemel.” (Deuteronomium. 1:10) Wat is naderhand geschreven? “Moge de Eeuwige, de G’D van jullie voorouders, er voor jullie nog duizend maal zoveel aan toevoegen en jullie zegenen, zoals Hij jullie beloofd heeft! (Deuteronomium. 1:11) Er zijn twee zegeningen hier; de eerste relateert aan het grote aantal mensen van het volk, de tweede  “Moge jullie worden gezegend om zelfs nog talrijker te worden, welke de eerste zegening bevestigt en een zegen op zegen is.

 

Als iemand de lof van zijn vriend verhaalt en niet bevestigt dat deze lofspraak  een zegen is, dan is die persoon verstrikt [in zijn nadeel] in de spirituele sferen. Echter als hij hem zegent, dan is hij zelf gezegend van bovenuit. Bovendien  moet hij zegenen met een goed oog en niet met een kwaad [jaloers] oog. In elk geval wenst De Heilige, gezegend zij Hij, dat de persoon die zegent liefde in zich heeft voor zijn vriend. De Heilige, gezegend zij Hij, wil dat de persoon zegent met goede intenties, een overvloedig hart en met barmhartige liefde.

 

Hoeveel meer geldt dit voor iemand die G’D zegent! Wanneer hij een zegening doet moet hij een goed oog en een goed hart en een gevoel van liefde in zijn hart hebben. Om die reden staat er geschreven, “Je moet van de Eeuwige, je G’D, houden met heel je hart, heel je ziel en met alles waartoe je bij machte bent.” (Deuteronomium. 6:5)

 

SHABBAT SHALOM     

       

Geef een reactie