PARASHAT BEMIDBAR

In de woestijn Numeri. 1:1 – 4:20

Rabbi Schneur Zalman van Liadi

En de Eeuwige sprak tot Mozes in de woestijn Sinaí in de tent der samenkomsten…. [letterlijk] “Verhoog de hoofden [van het Joodse volk] naar hun schedel” [in het Hebreeuws, “ligoelgilotam”]…..

De eigenschappen van het fysieke lichaam weerspiegelen die van de ziel. Het fysieke hoofd bijvoorbeeld is analoog aan het spirituele hoofd, het “hoofd” van de ziel.

Een “schedel”, “gulgolet” in het Hebreeuws, omgeeft het fysieke hoofd, of brein. Op overeenkomstige wijze wordt het hoofd/brein van de ziel, omgeven door een “schedel”, gemaakt van de drie intellectuele vermogens, chochma, bina, da’at. De “schedel” van de ziel is “Radzon”, wil. Juist zoals de fysieke schedel het fysieke hoofd en brein omgeeft en bedekt, zo “omgeeft” de wil de ziel, met andere woorden, uitreikend boven het intellectuele aspect van de ziel.

Meer gedetailleerd, er zijn twee niveaus van de wil: één die het intellect vooraf en te boven gaat en de andere die ondergeschikt is aan het intellect en er uit voort komt.

Lagere Wil

Wanneer iemand de drie vermogens van zijn brein gebruikt om te contempleren en de ontzaglijkheid van de G’ddelijke realiteit te overdenken, ervaart hij een bewuste erkenning in zijn hart en een verlangen om zich aan Hem te hechten.

Alhoewel er is gezegd dat “geen gedachte Hem kan bevatten of vasthouden”, is dit slechts waar van de essentie van G’D. Iemand kan desondanks G’D’s uitstalling waarnemen. Sterker nog, het is compleet de bedoeling van de mens om G’D’s grootheid te over denken, dat Hij een aantal hemelse en lagere werelden heeft gecreëerd en dat Hij die aanhoudt en die elk moment opnieuw van uit het niets tot zijn brengt.

Deze meditatie varieert al naar gelang de persoon. Maar ieder persoon kan zijn capaciteit gebruiken om zijn gedachten te ontplooien, om zijn hart en ziel te ontbranden, om zijn ziel te binden aan G’D en zich aan Hem te hechten, al naar gelang zijn intelligentie, wijsheid en toewijding.

Deze meditatie leidt naar een verlangen en het doen om dichter tot G’D te komen en het mijden van het tegenovergestelde. Dit niveau van wils verlangen is ondergeschikt aan het brein, wat betekent dat het voortkomt vanuit het mediterende brein en zal variëren in intensiteit al naar gelang mate van meditatie.

Hogere Wil

Er is echter een hoger niveau van de wil, één die geheel boven het aangeboren intellect is. Dit wils- verlangen komt vanuit het niets, van zijn perceptie (en dat van alle creaturen) ten aanzien van de G’ddelijke essentie en Zijn oneindige opgetogenheid. Hier kunnen we zeggen dat geen enkele gedachte Hem kan bevatten. Hij is boven de categorie van het weten. De termen G’ddelijke immanentie en G’ddelijker transcendentie (in het Hebreeuws, “memalei” en “sovev“) zijn alleen betekenisvol in de context van G’ddelijke uitstraling. Maar Hij Zelf is boven zulke categorieën. De ziel is dus genoodzaakt zich te ontdoen van zijn beschermende omhulsel doormiddel van wils- verlangen en smacht ernaar zichzelf te storten in de boezem van haar Vader, de G’ddelijke essentie wie vóór alles niets is.

Dit wonderlijk verlagen werd gevoeld door de zielen van het Joodse volk op Shavoeot (Wekenfeest), gedurende het geven van de Thora. Hun ziel verliet hen na elke uitspraak van de Tien Geboden. Elk gebod was een communicatie van G’D’s essentie met hun ziel en resulteerde in hun ziels vlucht.

De Ziels Essentie

De mens is geschapen naar G’D’s evenbeeld. De essentie van de ziel, die afkomstig is van G’D’s essentie, daalt niet in het lichaam en dierlijke ziel af. Alleen een uitstraling van de ziel bereikt hem en komt in het bewustzijn van het intellect en emoties.

De ziels essentie is ver voorbij de categorie van het menselijke intellect. Het blijft samen met zijn Bron in de levende G’D als een eeuwige bond. Het heeft alleen maar één verlangen en dat is naar haar Vader in de hemel, voor altijd, onveranderlijk, in een staat van onbaatzuchtigheid en nullificatie tot Hem.

De ziels ervaringen veranderen alleen in de lagere aspecten van de ziel, welke het menselijke bewustzijn binnengaat. Maar de ziels essentie zweeft boven, “omgevend”, en uitreikend boven de persoon ( zoals de G’ddelijke essentie in relatie tot de wereld).

Op Shavoeot, door het geven van de Thora, werd dit niveau van de ziel gereveleerd op een krachtige wijze in het menselijke bewustzijn. Dat hun zielen na iedere uitspraak weg vloog betekent dat zij verheven werden boven het niveau van het intellect en gewikkeld werden in het G’ddelijke.

Het bovengenoemde idee wordt weergegeven in de eerste uitspraak op de Sinaï, “Ik ben Havayah jullie G’D die jullie uit het land van Egypte (“Mitzrajiem“) heeft genomen.

“Ik…” de naamloze “Ik”, de G’ddelijke essentie welke boven alle beschrijvingen is.

“…ben Havayah, jullie G’D”: de G’ddelijke vonk die in jullie zetelt, de essentie van de ziel welke boven het menselijk bewustzijn blijft.

´…. die jullie uit het land van Egypte heeft genomen”: alle werelden en niveaus die beneden dit niveau van de ziels essentie zijn worden Egypte (“Mitzrajiem“) genoemd, Mitzrajiem betekend “Limitaties”. Alle ander staten van interactie met het G’ddelijke zijn gelimiteerd tot bepaalde domeinen en grenzen.

Wanneer dit niveau van de ziel wordt gereveleerd, vervullen wij de Mishna uitspraak: “nullificeer je wil voor Zijn Wil” (Awot 4:2).

Laat ons een vergelijkbare uitspraak verklaren: “Maak jouw wil tot Zijn Wil”. Deze uitspraak verwijst naar een persoon wiens verlangen buiten de G’ddelijke sfeer is, maar door meditatie op G’D’s Grootheid, zijn wil wijzigt en vervolgens conformeert met de G’ddelijke Wil. Dit is de lagere wil zoals boven besproken.

“Nullificeer je wil voor Zijn Wil” aan de ander kant betekent dat je geen enkel ander verlangen hebt buiten het G’ddelijke. Je staat de hogere wil de essentie van de ziel toe, om je hele zijn te illumineren zodat jouw wil G’D’s Wil is.

Vandaar

“Verhoog de hoofden…. naar hun schedel….”

G’D beveelt Mozes de lagere ziels- wil te nemen, die is geboren in het ziels hoofd en brein en welke is gekleed in menselijk bewustzijn en het te binden en te verheffen tot grote hoogten, tot zijn bron en oorsprong: de ziels essentie welke boven zweeft, alles overtreffend. Anders verlicht de ziel niet het lichaam, vanwege negatief gedrag die de persoon afzondert van het G’ddelijke. Het lichaam is afgescheiden van het hoofd.

Mozes werd opgedragen om de “hoofden” te verhogen, de oorsprong van de lagere wil en te verenigen met zijn “schedel”, de essentie van de ziel, een niveau waarop de essentie van G’D volledig is gereveleerd.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie