PARASHAT BEMIDBÁR

In de woestijn (Numeri 1:1 – 4:20)

The Lubavitcher Rebbe.

De Zonen van Levi.

Gebaseerd op Likoetei Thora 3:20b-21a-21b; Torat Levi Jizchak p.292, geschriften van de Lubavitcher Rebbe.

DIT ZIJN DE ZONEN VAN LEVI BIJ HUN NAMEN; GERSHON, KEHAT, EN MERARI. (NUMERI. 3:17)

De Levieten bestonden uit drie geslachten, de nakomelingen van de drie zonen van Levi. Deze families waren belast met de opdracht om de verschillende onderdelen van het Tabernakel op te richten, te ontmantelen en, wanneer het moest verplaatst worden, te transporteren. De Gershon familie was belast met de gordijnen en de versluiering van het afgesloten gebied van het Tabernakel. Merari was belast met de wanden en de pilaren van het gesloten gebied van het Tabernakel; en de Kahot familie vervoerde de voorwerpen die gebruikt werden in het Tabernakel en achter het voorhangsel.

Deze drie afdelingscomponenten van het Tabernakel, reflecteren de drie spirituele componenten van het spirituele Tabernakel die wij, voor G’D, hebben te construeren, in de context van ons eigen leven. De gedegen wanden en pilaren zijn het skeletachtige structuur en voorzien en geven het Tabernakel en haar binnenhof, de juiste vorm.

De gedegen structurele basisfundatie van ons spiritueel Tabernakel is ons onbaatzuchtige toewijding aan G’D’s wil. Deze toewijding is geboren vanuit de gramschap die we voelen ten aanzien van egocentrisme en haar lege beloften, waardoor wij ons richten op G’D als de ware realiteit. Dit facet van ons spiritueel leven wordt gepersonifieerd door Merari, wiens naam is afgeleid van het Hebreeuwse woord “bitter”, “mar”.

De vloeiende gordijnen en sluiers van het Tabernakel en haar binnenhof is de soepele huid die het skeletachtige bedekt.
Het vlees van ons spiritueel Tabernakel is onze emotionele betrokkenheid met G’D, welke een natuurlijke uitvloeisel is van onze groter wordende gerichtheid op G’D als de enige en ware realiteit.
Onze liefde, in deze emotionele relatie, krijgt zijn weerga in het doen van Mitzwot. Dit aspect van spiritueel leven wordt gepersonifieerd door Gershon.

De meubelstukken van het Tabernakel dienden als instrumenten voor de specifieke activiteiten waarvoor het Tabernakel was geïnstalleerd. In ons spirituele Tabernakel zijn de meubelstukken de voorwerpen van hoe onze verhouding met G’D ons leven verandert en ons in staat stelt om de realiteit te spiritualiseren. De karakteristiek van dit onderdeel van het Tabernakel was, de ark, welke de Tafelen van het Verbond huisvestte, de essentie van de Thora, die een gids is voor het transformeren van onszelf en de realiteit. Dit aspect van spiritueel leven wordt gepersonifieerd door Kehot.

Levieten Familie deel van het Heiligdom aspect van spiritueel leven
Gershon gordijnen en versluiering van het afgesloten gebied van het Tabernakel. emotionele betrokkenheid met G’D
Merari Wanden van het Tabernakel
en pilaren gesloten gebied
onbaatzuchtige toewijding aan G’D’s wil
Kehot Voorwerpen en voorhangsel transformeren van onszelf en de realiteit

In het Lied bij de Zee, wordt het Tabernakel aangehaald met de woorden “Het Tabernakel welke “Uw handen, O G’D, hebben gevestigd” (Exodus. 15:17). De uitdrukking “Uw handen” duiden op de manier waarop G’D’s hand in de Thora is beschreven, beschrijvend de drie grondprincipes van handelingen van G’D in deze wereld:

  • de “grote hand” (Ex. 14:31), aangevend G’D’s barmhartigheid (chesed), de origine van Zijn liefdadigheid.
  • De “sterke hand” (Deut. 7:19), aangevend G’D’s kracht en strengheid (gevoera).
  • De “verheven hand” (Ex. 14:8) aangevend G’D’s schoonheid (tiferet).

Op deze drie handen rust het Tabernakel.

In de spirituele zin geven deze drie handen de dienst aan van de drie Levieten families, die zij uitvoeren, in het Heiligdom.

  • Levi’s eerste zoon, Gershon, personifieert de “grote hand”, aangezien de sluitnoen waarmee zijn naam wordt gespeld, G’D’s gift van barmhartigheid weergeeft naar de lagere niveaus, welke is aangemoedigd door liefdadigheid.
  • Merari wiens naam relateert aan het woord van “bitterheid” personifieert de “sterke hand” die straf meet.
  • Kehot personifieert de “verheven hand”, aangezien de Kehotieten de ark en de tafelen dragen (of verheffen) op hun schouders, in tegenstelling tot de andere zonen, waaraan was toegestaan hun respectievelijke Tabernakel – delen te vervoeren met wagens.

Jochaved, de moeder van Mozes en de dochter van Levi, had drie kinderen: Miriam, Aäron, en Mozes.
Deze drie kinderen lijken op de drie broers van Jochaved, Gershon, Kehod, en Merari, aangezien, volgens de Talmoed, in het algemeen lijken op de broers van de moeder. (Bava Batra 110a). {Noot: De reden is dat vrouwen in wezen bescheiden zijn en niet met hun persoonlijkheid pronken; de karaktertrekken van een vrouw, geërfd van haar ouders, worden daarom meer zichtbaar in de mannelijke kinderen van haar ouders, haar broers, dan in haar.}
Dus, Mozes, Aaron, en Miriam corresponderen eveneens met de drie pilaren van G’ddelijke dienst:

  • Mozes, die de Thora ontving en daarom geassocieerd is met da’at, welk op zijn beurt aansluit met tiferet, lijkt op Kehot.
  • Aaron, de “man van goedhartigheid”, lijkt op Gershon.
  • Miriam, wiens naam “bitterheid” betekent, lijkt op Merari.

Aldus, de numerieke waarde van Jochaved is 42, welke 3×14 is, 14 is de numerieke waarde van het Hebreeuwse woord voor “hand” (“jad”), een verwijzing naar de drie “handen” die zij baarde.

Levieten familie Deel van het Heiligdom hand van G’D betekenis aanduiding Jocheved’s kinderen
Gershon gordijnen en versluiering “grote hand” barmhartigheid (chesed) sluit nun Aaron
Merari Wanden en pilaren “sterke hand” kracht (gevura) naambetekenis
“bitterness”
Miriam
Kehot Voorwerpen en voorhangsel “verheven hand” schoonheid (tiferet) dragen op schouders Moses

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie