PARASHAT BEMIDBÁR

In de woestijn Numeri. 1:1 – 4:20

SHELOSHA MACHANOT – DRIE KAMPEMENTEN

BEMIDBÁR, NASÓ, BEHA’ALÓTCHA

Deze drie parashot spreken hoofdzakelijk over één onderwerp, namelijk, het Tabernakel en diegene die zich er omheen hebben gelegerd, in totaal drie kampementen. Het eerste van deze kampementen is het machanè shechina, het Tabernakel zelf. Het tweede kampement is de levi machanè die het Tabernakel aan alle zijden omringd. Hier legerden de Levieten. Het derde kampement is de machanè jisraël, het kampement van de twaalf stammen met hun vier dekaliem, vlaggen. ( Drie stammen werden altijd samen gegroepeerd met het gezicht naar één richting ).
We richten ons commentaar op deze drie parashot samen, omdat de naam van dit hoofdstuk passend shlosha machanot, de Drie Kampementen wordt genoemd.

Er is een moeilijkheid aangaande de volgorde in welke de gebeurtenissen zijn opgetekend in deze drie parashot. De Thora begint met het beschrijven van de oprichting van het Tabernakel op de eerste van de maand Niesan. Dan verhaalt het dat G’D’s Aanwezigheid zich daar heeft gemanifesteerd op de eerste dag van de volgende maand, Ijar. Vervolgens verklaart de Thora dat het volk werd geteld.
Daarna, legt de Thora uit, dat van nu af aan de stam Levi de functies moet overnemen die in eerste instantie waren weggelegd voor de eerstgeborenen.
De Thora bericht verder over de telling van de stam Levi, m.a.w de Kehothieten, de Gershonieten, de Merarieten en hun respectievelijke taken worden eveneens vermeld.

Vervolgens lezen we, in Parashat Naso, over mensen die het kamp moeten verlaten wegens onreinheid. Tot aan dit punt is de orde waarin de gebeurtenissen plaatsvinden logisch. Echter nu voegt de Thora andere onderwerpen toe, zoals de stapsgewijze rehabilitatie van mensen die Thora geboden hebben overtreden. Gevolgd door de wetten over sota, een vrouw die wordt beschuldigt van niet bewezen ontrouw. Dan de wetten die het gedrag bepalen van een Nazireër. Pas hierna hervat de Thora opnieuw de aangelegenheden die handelen en betrekking hebben op het Tabernakel, zoals het verlenen van zegeningen door de Priesters aan het Volk van Israël.
Gevolgd door het verslag over de consecratie van het Altaar door de offers van de twaalf stamvorsten, nesi’iem en in Parashat Baha’alotcha de details over de kandelaber, menora, in het Tabernakel.
Nu, op dit punt, refereert de Thora opnieuw naar de Levieten (8,5) en hun consecratie. Maar waarom onderbreekt de Thora vervolgens de uiteenzetting over het kampement van de twaalf stammen en hun wijze van opbreken en opslaan, met de wetgeving over pesach shénie, pesach twee?
Gevolgd door de opdracht om twee trompetten te maken en het voorstel aan Jitro om permanent zich bij het Joodse Volk te voegen.
Dan horen wij hoe de Israëlieten zich beklagen over het manna, hoe zij smachten naar het eten van vlees en hoe zij werden gestraft voor hun gulzigheid en wellust. Miriam’s lasterlijke aanmerkingen over Mozes en haar straf door Tsara’at, huidziekte.

We zullen deze volgorde rechtvaardigen in parashat Naso en Beha’alótcha, door te laten zien hoe de Thora elk onderwerp afzonderlijk relateert aan het onderwerp dat volgt.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie