PARASHAT BECHOEKOTAI

In Mijn inzettingen Leviticus. 26:3 – 27:34

Maar als jullie niet naar Mij luisteren en jullie al deze mitzwot niet doen. (Leviticus. 26:14)

Er zijn verschillende meningen onder Kabbalisten ten aanzien van beloning en straf die de Thora voorspelt voor het in acht nemen en het niet in acht nemen van de mitzwot.

Nachmanides (Rabbi Moshe ben Nachman) opinie is dat, “De beloning die een persoon ten deel valt voor het doen van een mitzwa, of de straffen vanwege overtreding, alleen komt door het boven natuurlijke. Wanneer een persoon is overgeleverd aan zijn natuur en natuurlijke lot, zou de rechtschapenheid van zijn daden hem niets geven, en niets van hem nemen. Daarentegen zijn de Thora beloningen en straffen in deze wereld allen wonderen. Zij komen verhuld, zodat de in acht nemende denkt dat zij hebben plaats gevonden door de normale gang van zaken van de wereld; maar zij zijn in waarheid G’ddelijk verordende beloningen en straffen aan een persoon.”

Andere Kabbalisten echter, houden staande dat dit een natuurlijk proces is. In de woorden van de Shaloh: “De boven natuurlijke werelden reageren op de handelingen van de lagere wereld en vandaar spreid de zegen zich uit naar de gene die het heeft veroorzaakt. Voor de gene die deze waarheid begrijpt, is het geen wonder, maar de aard van de avodah ( menselijk levenswerk in het dienen van G’d)”.

Met ander woorden, juist zoals de Schepper bepaalde wetten heeft vastgesteld van oorzaak en gevolg die de natuurlijke werking van de fysieke wereld karakteriseren, zo ook bepaalde Hij een spirituele morele “natuur”, door welk goed doen resulteert in een goed en voldoening gevend leven en kwaad doen resulteert in negatieve en conflictvolle gewaarwording.

Een derde benadering associeert lijden met zonde als een bijproduct van G’Ds rehabilitatie van de snode ziel. De analogie is het verwijderen van een geïnfecteerde splinter van iemands lichaam: de pijn die wordt ervaren is niet een “straf” voor de onvoorzichtigheid van de persoon als zodanig, maar een onvermijdelijk onderdeel van het genezingsproces zelf. Het feit dat een vreemde substantie zich heeft ingebed in levend vlees welke tot bederf leidt, veroorzaakt bij verwijdering een pijnlijke gewaarwording. Hetzelfde gebeurt wanneer iets dat vreemd is aan de verbintenis van de ziel met G’D wordt ingebed, het onttrekken van dit vreemde lichaam en helen van de verbintenis wordt als pijnlijk ervaren zowel voor het lichaam als voor de ziel.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie