PARASHAT BALÁK

Balak                   Numeri. 22:2 – 25:9

 

De profetie van Bil’am

 

 Shené Loechot Habrit, Rabbi Isaiah Horowitz

 

 Kabbala leert dat zelfs de negatieve krachten instrumenten zijn van het G’ddelijk Plan.

 

 Bil’am, die bereid was te komen om te vervloeken, was gedwongen om te zegenen; de engel die behagen schept in onheil werd gedwongen in te stemmen met zegeningen; de aanklager werd een pleitbezorger.

 

 Er was een kosmische noodzaak voor Bil’am om een instrument van God te worden. Hij was per slot van rekening de profeet van de niet joden en een spiritueel leider van de toenmalige beschavingen. Wanneer onze Wijzen het vers “En nooit stond er meer een profeet in Israël op als Mozes…” noemden (Deuteronomium. 34:10), zeiden zij dat omdat onder de andere volkeren niet iemand opstond in vergelijk tot Mozes. Ze hadden niet de intentie om Mozes te vergelijken met Bil’am o.a. ten aanzien van heiligheid, karaktereigenschappen en de verhouding tot G’D.

 

 De Zohar, Balak, p. 193b, is zeer expliciet in het beschrijven van Bil’am’s lage karakter, door het geven van veel voorbeelden van zijn optreden om eer te verschaffen met grote inzichten en daarbij degene die hem beschouwen als een grote ziener te misleiden. Enkele citaten van de passage van de Zohar: “Deze slechte man eigende zich veel trots en verwaandheid toe door te beweren alles te weten. Door dit te doen, misleidde hij de mensen in het geloof dat hij een zeer hoog niveau had bereikt. Hij accentueerde elke kleine verrichting die hij deed. Alles wat hij zei had betrekking op het domein van de krachten van onzuiverheid. Hij sprak de waarheid, letterlijk gesproken, want iedereen die naar hem luisterde kreeg de impressie dat hij de meest opmerkelijke en vooraanstaand profeet van de wereld was.  Wanneer hij zichzelf beschrijft als “ingewijde in de woorden van G’D, gewaar van de kennis van de Opperwezen”, vormde zich de impressie dat hij sprak over G’D in de Hemel. In feite was hij alleen gewaar van de woorden van “god” die in tegenstelling staan met de woorden van “G’D”.

 

 Hij communiceerde met de krachten van onzuiverheid, krachten die door de volkeren worden beschouwd als godheden.  Als hij sprak gewaar te zijn van de Hemelse Kennis, kreeg de luisteraar de indruk dat Bil’am beweerde een ingewijde te zijn van G’D’s bereik van kennis, terwijl hij in feite alleen een ingewijde was van de “hoogste” vorm van onzuiverheid, die G’D toestond, om te heersen als deel van de natuurlijke orde. Bil’am, was technische gesproken juist, omdat hij toegang had tot een macht die in zijn gebied werd beschouwd als het hoogst aanwezig. Echter de luisteraar wist niet dat deze macht op geen enkele wijze een onafhankelijke autoriteit had. Deze macht was slechts een instrument van G’D.

 

 SHABBAT SHALOM    

 

 

Geef een reactie