PARASHAT BALÁK

BALAK           Numeri. 22:2 – 25:9


Expressies van Kwaad


De Lubavitcher Rebbe


Likoetei Sichot vol. 23, p.166

Balak zoon van Tzippor was in die tijd Koning van Moab. Hij zond afgezanten naar Bil’am, zoon van Be’or, zeggend: Kom alstublieft en vervloek voor mij dit volk……(Numeri. 22:4-6)

 

Waarom zou een hele parasha van de Thora Balak genoemd worden? De nauwkeurige lezer zal opmerken dat de Thora negatieve bewoordingen en idiomen waar mogelijk schuwt (Bava Batra 123a;Pesachiem 3a). Bovendien gelast de Thora ons alle sporen van kwaadaardigheid en afgodenrij uit te wissen (Spreuken. 10:7; Yoma 38b) Waarom dan vereeuwigt de Joodse traditie de naam van een slechte afgodische koning, die zeer duidelijk wenst om het Joodse Volk tegen elke prijs uit te wissen en er in feite in slaagt om een honderdduizend van ons de dood in te jagen? (zie Rashi op Numeri. 25:5)

 

Bovendien schijnt de echte slechterik Bil’am te zijn, wiens vermogen om te vervloeken ongetwijfeld een echte bedreiging voor de Joden vormde. Om precies te zijn, Balak is de gene die Bil’am inhuurde, maar de handeling concentreert zich meer op Bil’am.

 

Voordat het Joodse Volk het Beloofde land kon binnentrekken en de Thora’s autorisatie kon beginnen te vervullen in de fysieke wereld, met als uiteindelijk doel het inleiden van de Messiaanse toekomst, moest er een handeling van transformatie plaatsvinden. De fundamenten moesten gelegd worden voor de transformatie  van alle realiteit, dat zou uiteindelijk het doel zijn en resulteren in het leven van het Joodse Volk in hun Land.

 

De haat en vervloekingen van de vijanden van G’D’s Volk moesten worden getransformeerd in zegeningen en niet in zomaar zegeningen, maar in de profetieën van de uiteindelijke zege van G’D’s Volk over de vijanden die trachtten hen te vervloeken. In de Messiaanse Era, zullen de niet Joodse Volkeren al hun macht gebruiken om het Joodse Volk bij te staan, in plaats van hen te bevechten, zoals is geschreven, “Koningen zullen zorgdragers worden en hun prinsessen je verzorgsters” (Jesaja. 49:23). “Vreemdelingen zullen opstaan en je schapen leiden en de zonen van de vreemde zullen je land en wijngaard bouwers worden” ( Jesaja. 61:5-6) .

 

Want de Messiaanse verlossing zal de volledige vernietiging en transformatie van kwaad aankondigen, het moet nu duidelijk zijn waarom de profetieën betreffende deze Era voortkwamen uit de mond van de afgodische Bil’am. Alleen op deze wijze kon de volle kracht van hun transformationele aard worden uitgedrukt.

 

Om dezelfde reden is deze parasha genoemd naar Balak, aangezien hij het idee belichaamt dat de Messiaanse Toekomst volledig zal worden getransformeerd van kwaad naar goed. Ten eerste, hij haatte het Joodse Volk meer dan wie dan ook( met inbegrip van Bil’am, die niet zou hebben geprobeerd de Joden te vervloeken, had Balak hem niet ingehuurd dit te doen, zie Midrash Tanchoema, Balak 2), toch was het resultaat van zijn haat dat de Joden gezegend werden met de verzekering van hun triomf. [ Volgens anderen echter (zie Rashie op Numeri. 22:1),  haatte Bil’am de Joden meer dan Balak.]

 

Vergeet niet dat de parasha met opzet genoemd is naar Balak, want hoewel de namen van de Thora gedeelten meestal worden ontleend aan de eerste woorden, wordt het woord Balak in deze parasha voorafgegaan door het woord “En hij zag”. Dus de parasha kon genoemd worden naar dit woord, net zoals, bijvoorbeeld, de Thoragedeelten Wajerá en Wa’erá genoemd naar hun eerste woorden en naar het onderwerp van deze werkwoorden [G’D, in Genesis. 18:1; Abraham, Izaak en Jacob, in Exodus. 6:3.]

 

Ten tweede, Balak was een directe voorloper van Mashiach. Koning David, de voorvader van Mashiach, was de achterkleinzoon (vierde generatie zoon) van Ruth, de Moabitische bekeerling (Roet. 4:16-21)  en Ruth was een nakomeling van Balak (Sota 47a). In feite veronderstelde Balak dat Mashiach in directe familie lijn zou zijn en hij vond dat als hij de Joden kon vervloeken, deze grootsheid onder zijn eigen volk zou blijven. De transformatie van kwaad in heiligheid was exact wat hij vreesde. (Shnei Luchot Habrit, Balak, 363b ff., aangehaald in Or HaThora, Balak, p, 902)
Het is vanwege Balak’s personificatie van kwade, alles omvattende haat tegen heiligheid en zijn uiteindelijke transformatie in heiligheid, dat de parasha naar hem is genoemd en niet naar Bil’am. Zijn haat was de katalysator die de hele episode aanspoorde.

 

Het idee dat Balak de aanstichter was, galmt na in de haftara:  “Ben je vergeten Mijn Volk wat Balak, de Koning van Moab besloot en wat Bil’am, de zoon van Beor, hem antwoordde” (Micha. 6:5)  Bil’am beantwoordde alleen de initiatieven van Balak.

 

Het woord “Balak” betekent in het Hebreeuws “opgehouden” of “dood” (Jesaja. 24:1)

Allegorisch dan, beschrijft Parashat Balak een dodende spirituele staat waarin een Joodse identiteit op zijn laagste punt is.

 

Inderdaad gebeurt het soms dat juist wanneer we een groot doel hebben verwezenlijkt in ons leven, we net op het punt zijn om ons “beloofde land” binnen te trekken, dat onze inspiraties worden bevangen door het gevoel van waardeloosheid en neerslachtigheid, ons het gevoel geven van niet opgewassen zijn tegen de taak. Een oprechte zelfschatting laat ons bewust zijn van onze tekortkomingen en zwakten. Hoe kunnen we veronderstellen te voldoen aan de oproep van grootsheid wanneer we zo grondig verdorven en de acute eigenschappen missen die nodig zijn om de uitdaging te zien? We voelen ons “afgesneden”ons leven lijkt op een vloek.

 

In dergelijke tijden, moeten we ons herinneren dat Balak een voorvader van Mashiach is: dat als we onze verbinding met ons uiteindelijke doel vernieuwen, we de vervloeker in ons kunnen transformeren in een bron van zegeningen. We kunnen onze innerlijke vijand en neiging om onze opdracht te vervloeken, omzetten in een zegen door G’D’s droom tot de onze te maken. Elk van ons bezit een messiaanse vonk, een potentieelvermogen om een rol te spelen in de verlossing van deze wereld. Concentratie op onze innerlijke messiaanse noodzaak, stelt ons in staat om boven onszelf uit te reiken en onze ware innerlijke grootsheid te realiseren.

 

SHABBAT SHALOM

 

 

 

 

 

Geef een reactie