PARASHAT BALAK

Numeri. 22:2 – 25:9


LIKKOETÉ SICHOT


VADERS EN MOEDERS

Onze Wijzen interpreteren (Zohar, Vol. III, p. 210b) het vers (Bamidbar 23:9), “Van de

Rotstoppen zie ik het en vanaf de Heuvels aanschouw ik het. Het is een Volk dat afgezonderd woont en zich niet rekent onder de volkeren,” als een allegorie, verklarend, dat “de Rotstoppen” refereert aan Patriarchen en de “de Heuvels” refereert aan de Matriarchen.

De significantie van deze uitleg kan worden begrepen door het verschil van verwantschap dat gedeeld wordt enerzijds de vader en anderzijds de moeder met het kind.

De verbinding van de vader is algemeen, het relateert niet aan het lichaam van het kind op een specifieke wijze, [Onze wijzen Nidda 31a, stellen dat het zaad van de vader verantwoordelijk is voor de spieren, beenderen en nagels. Niettemin, de eigenlijke existentie van deze delen van het lichaam zijn afhankelijk van de voeding die de foetus ontvangt in de baarmoeder.] Want het is de inbreng van de moeder negen maanden lang, die leidt tot de ontwikkeling van foetus tot kind en die zorgt dat de ledematen en organen die deel uitmaken van het lichaam van een kind worden gedefinieerd en ontwikkeld.

Om deze reden, zelfs na de geboorte van het kind, heeft zijn moeder een hechtere relatie met hem dan de vader, want het is zij die de bijzonderheden van zijn existentie vorm heeft gegeven. Dus een kind heeft een grotere liefde voor zijn moeder dan voor zijn vader en een grotere graad van ontzag voor de vader, [Het zelfde is van toepassing op de Sefirot van Chochma en Bina, die worden beschreven met de analogie van een vader en een moeder. Chochma veroorzaakt, en is, een manifestatie van ontzag, terwijl Bina veroorzaakt, en een manifestatie van liefde is.] Want liefde is afhankelijk van nabijheid en ontzag ontstaat door afstand.

Vergelijkbare concepten zijn van toepassing met betrekking tot de Patriarchen en de Matriachen van het Joodse volk. Om deze reden, wanneer gesproken wordt over de Patriarchen, gebruikt het vers de uitdrukking, “Zie ik het” wat staren van een afstand impliceert, terwijl met betrekking tot de Matriachen het de uitdrukking “aanschouw ik het”  sichisa gebruikt.

In het beeld van G’D

De conceptie van een kind op het fysieke vlak, zoals elke ander materiële entiteit, komt voort uit zijn spirituele oorsprong. Aan onze emoties wordt gerefereerd als “nakomelingen”, omdat zij voort zijn gebracht door ons intellect. Diep begrip en meditatie  over de grootheid van G’D brengt liefde en ontzag voor Hem voort. Meer in het bijzonder, ons conceptuele proces kan worden verdeeld in twee bewegingen, Chochma en Bina. Chochma is de rudimentaire kern van begrip. Daarom wordt het beschreven met behulp van de analogie van een vader. Bina representeert de ontwikkeling van een conceptueel raamwerk en daarom refereert het aan de analogie van een moeder.

Onze zielvermogens komen voort uit de hemelse Sefirot. Dus een gelijk patroon existeert met betrekking tot deze Sefirot. Zij zijn verdeeld in twee fundamentele categorieën die intellect en emoties weergeven, het zijn het hemelse intellect, Chochma en Bina, die de hemelse emoties voortbrengen. [In deze is er ook een parallel met de vermogens van de ziel. Want intellect is op zichzelf gericht, terwijl de emoties naar anderen wijzen]. En deze emoties brengen de spirituele werelden tot zijn. [Om deze reden wordt aan de emoties gerefereerd als “de dagen van de Schepping” (Tanya hf.3 )].

Meer gedetailleerd, de parallel weerspiegelt de werking van Chochma en Bina. Chochma dient als “de”vader”, want het is verwijderd van de emoties en zeker van de werelden die zij tot zijn brengt. Bina wordt als “de moeder” beschouwd, want zij staat nader tot de emoties en ook tot de werelden.

Omdat Bina nader tot de werelden staat, is het referentiekader dat de werelden karakteriseert significant. Daarom, de inwerking van Bina in de wereld, het bevattingsvermogen van G’ddelijkheid, cijfert niet dit referentiekader weg.

In plaats daarvan brengt het alleen bittoel hayesh, zelfnullificatie, die niet helemaal iemands eigenconceptie wegzet. De persoon draagt zichzelf op aan een hoger doel, maar bewaart toch zijn individuele identiteit.

Cochma daarentegen, begrijpt dat “Hij alleen existeert, er is niets anders”, alle andere existenties verbleken in het licht van Zijn aanwezigheid. Dit niveau van bewustzijn wordt inderdaad weergegeven in de naam Chochma wiens letters gearrangeerd kunnen worden tot het vormen van de woorden koach mah, wat compleet en totale bittoel weergeeft,bittoel bimetziut.

Streven naar een doel

De Patriarchen en de Matriarchen delen een connectie met elke Jood en begiftigen elk lid van het Joodse Volk met hun spirituele erfenis. Implicerend dat elke Jood twee algemene spirituele drijfveren bezit. De patriarchen begiftigden hem met een specifieke eigenschap van Chochma, het potentieel voor complete en totale zelfnullificatie, weergevend de sublieme eenheid, terwijl de Matriarchen hem begiftigde met een specifieke eigenschap van Bina, zelfnullificatie die een persoon toe staat om zijn identiteit te bewaren, weergevend het lagere vlak van eenheid.

Het uiteindelijke doel van de Schepping is, dat de wereld wordt getransformeerd in een verblijfplaats voor G’D. Dus onze G’ddelijke dienst zou niet moeten worden verwijderd van deze wereld, maar zou zich moeten richten op het aanwenden van de wereld als medium voor G’ddelijkheid zoals die bestaat binnen haar eigen context.

Om deze reden bezaten de Matriarchen, wier G’ddelijke dienst een intiemere betrokkenheid met de wereld weergeeft, een voordeel ten opzichte van de Patriarchen (ondanks het feit dat Bina de eigenschap die zij verpersoonlijkt, ontvangt van Chochma, de eigenschap belichaamd door de Patriarchen). En daarom werd Abraham geïnstrueerd, “Luister naar alles wat Sarah je vertelt.”.(Genesis. 21:12)

Beide drijfveren streven naar sublieme eenheid en lagere eenheid, die komt van de Patriarchen en de Matriarchen ( “de Rotstoppen” en de “de “Heuvels”) en die het Joodse Volk machtigen en hen in staat stellen om de staat te bereiken, beschreven (in de inhoud van) het vers Bamidbar. 23:9, “Het is een volk dat afgezonderd en verzekerd woont en zich niet rekent onder de volkeren”

Zelfs gedurende verbanning wordt deze profetie gecontinueerd en vervuld. Want de identiteit van de Joden is intact gebleven, zij zijn niet geassimileerd onder de volkeren. Inderdaad, de verbanning verheft de Joden naar een hoger niveau, zoals wordt aangegeven door de interpretatie van dit vers door de Targoem, aankondigend de Era van Verlossing, wanneer: “in de toekomst dit Volk deze wereld zal leiden naar de uiteindelijke Verlossing door Mashiach, moge het plaatsvinden in de nabije toekomst.

Een Vrouw in haar Huis

Elk Joods huis is een wereld op zichzelf waarin alle Tien Sefirot zijn gemanifesteerd.

[In deze context verklaart de Arizal (Likkoetei HaShas, Yevamot), waarom de mitzwa wees  vruchtbaar en vermenigvuldig u, is vervuld wanneer een vrouw bevalt van een jongen en een meisje, omdat dit de structuur van G’D’s Naam Y-H-V-H complementeert (die alle Tien Sefirot reflecteren). De vader representeert de yoed, de eigenschap van Chochma, de moeder de eerste hé, de eigenschap van Bina, de zoon, de vav, de middot van Zeir Anpin en de dochter, de tweede hé, de eigenschap van Malchoet.]

Juist zoals in de hemelse Sefirot en in de vermogens van onze ziel, is er een voordeel aan Bina boven Chochma (ondanks het feit dat Bina haar invloed ontvangt van Chochma), zo ook in een Joods Huis is er een dimensie van verhevenheid aan de positie van de vrouw.

En de positie van de vrouw in het huis reflecteert het functioneren van deze Sefirot. De Sefira van Bina ontvangt haar invloed van Chochma en transporteert deze invloed naar de emotionele eigenschappen. Zo ook ontvangt een vrouw aanwijzingen van haar echtgenoot, zoals wordt aangegeven door de stelling van onze Wijzen, “Wie is een passende vrouw? Die de aanwijzigen van haar echtgenoot verwerkelijkt.”

Desondanks, het werkelijk functioneren van het huis inclusief de educatie van de kinderen, gastvrijheid aan gasten, vrijgevige giften voor tzedaka en dergelijke, liggen allen in het domein van een vrouw.

Een man is de meeste tijd van de dag niet thuis. Hij is bezig met Thorastudie en gebed, of het verdienen van levensonderhoud. Omdat zijn wil zal worden “vervuld” en gemanifesteerd in actueel leven, moet hij zich kunnen verlaten op zijn “gepaste vrouw”.

Bovendien, het Hebreeuwse woord vertaald als “vervuld” oseh betekent ook “creëren”. Soms creëert, vormt, een “gepaste vrouw” “de aanwijzingen en wil van haar echtgenoot”. “Wanneer een man en een vrouw waardig zijn, rust de G’ddelijke Aanwezigheid op hen”. Wanneer een Joods Huis wordt geleid als een “Heiligheid in microkosmos”, rust de “G’ddelijke Aanwezigheid daar”, “geen kwaad zal onder jullie verblijven.” In tegendeel, Hij zal alleen maar goedheid verlenen, openlijke en evidente goedheid, zoals wordt gemanifesteerd in overvloedige zegeningen voor kinderen, gezondheid en voorspoed.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie