PARASHAT BALÁK

Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar, parashat Balak, p.185a

In de Zoharvertaling van deze week verklaart een jong kind aan twee studenten van Rebbe Shimon, Rabbi Jehoeda en Rabbi Jitzchak, het mysterie over het uitspreken van de Zegen Na De Maaltijd over een beker wijn. Deze mysteries staan in contrast tot de magie van Bilaam, wiens enige intentie, met betrekking tot zegeningen en vervloekingen, eigenbelang was.

Zij zeiden tot hem: : Kom en zegen” {de oproep om de dankzegening uit te spreken Na De Maaltijd over een beker wijn wanneer er meer dan drie joodse mannen of meer, tezamen hebben gegeten}.
Hij zei tot hen: “Wat jullie hebben gezegd is zeer goed, omdat de Heilige Naam (de Shechina) alleen gezegend is, in een Dankzegging Na De Maaltijd, die vooraf is gegaan door een invitatie bij degenen die aanwezig zijn.”

De Sefardische rite, die het dichtst bij de bewoording van de Zohar staat, luidt: “Hav lan venavreech LeMalka Ila-ah”- “Kom en zegen de Hemelse Koningin”. De Ashkenasische rite begint met de woorden; “Rabossai nevareech”- “Mijne heren, laat ons de dankzegging uitspreken”.

Hij begint zijn verhandeling met het vers: “Zegenen wil ik de Eeuwige altijd weer; steeds is een lofzang voor Hem in mijn mond”. (Psalm. 34:2)
Wat bracht Koning David er toe, om te zeggen: “Zegenen wil ik de Eeuwige altijd weer”? {als hij G’D wilde zegenen, waarom dan niet onmiddellijk?}
David zag, dat bij het zeggen van Dankzegging Na De Maaltijd, een uitnodiging vereist was [aan de Shechina en aan het gezelschap om te reageren op de zegen].

De Rabbijnen hebben alle zegeningen, die we uitspreken t.a.v. G’D, vastgelegd, met uitzondering van één. Dankzegging Na De Maaltijd is nadrukkelijk vermeld in het Thoravers: “En als je dan genoeg gegeten hebt, dank dan de Eeuwige, je G’D, voor het goede land dat Hij je gegeven heeft.” (Deuteronomium. 8:10)

Hij zei: “Ik wil zegenen” [in de aard van een uitnodiging] aangezien op het moment, als een persoon aan zijn maaltijd zit, de Shechina daar eveneens aanwezig is.

“Daar” wachtend om de vonk van heiligheid te ontvangen die het voedsel in zich draagt, die door de zegening werd vrijgegeven en welke de persoon het vermogen geeft om Thora te leren en het doen van mitzvot.

De “Andere Zijde” staat daar evenzo.

Het fysieke voedsel en het cultisch genoegen van de eters ervan, maakt deel uit van de fysieke wereld en verwijdert elke vorm van heiligheid, vandaar dat het de “de Andere Zijde” wordt genoemd. Invitatie aan de eters is daarom vereist om de Dankzegging Na De Maaltijd te zeggen, en te laten zien dat de eters de intentie hebben om de spirituele bron van het voedsel te zegenen en niet de Andere Zijde.

Wanneer een persoon zichzelf en anderen uitnodigt om de Heilige, geprezen zij Hij [Zeir Anpin] te zegenen, dan brengt deze invitatie de Shechina naar een hoger niveau om zegening te ontvangen [van de sefira van bina]. Wat de “Andere Zijde” gedwee en meegaand maakt.

De uitnodiging verhoogt het bewustzijn van de eters om de bron van alle zegeningen te zegenen en zodoende eenheid tussen de spirituele en fysieke werelden teweeg te brengen.
De bron van de zegen is in het bewustzijn van het G’ddelijke vertegenwoordigd door de sefira van bina of Zeir Anpin de Hogere Moeder geheten, zoals boven vermeld in de Sefardische invitatie.
Dit alles verschuift het fysieke cultische genot van het voedsel en de lust geassocieerd met de jetzer hara (slechte inclinatie) naar een tweede plaats.
Anders gezegd, zonder de voeding van de heilige vonken, is de “Andere Zijde” beroofd van al zijn krachten.

De beker is een reservoir om wijn te ontvangen. Dit representeert de Shechina die als het ware als een reservoir dient om de zegen te ontvangen, gesymboliseerd door de wijn.

De Zohar stelt wijn altijd gelijk aan de sefira van bina. Het maakt een persoon gelukkig, zoals bina, “verstandelijk begrijpen”, welke de bron van geluk is. Het stimuleert ook het verstand, zoals in het gezegde “Wanneer wijn binnendringt, komen de geheimen te voorschijn”. (Rashi, Baba Batra 90b)

Dus wijn symboliseert het G’ddelijke van bina in Zeir Anpin dat neerkomt om de Shechina te dragen.
Dit is de reden waarom de vrouw des huizes de eerste zou moeten zijn om de beker te ontvangen, nadat de zegen er over is uitgesproken. Zij symboliseert de Shechina, zodat zij als eerste de beker ontvangt voor de rest van het gezelschap.

Daarom zijn [de woorden van invitatie] vermeld op een verhullende wijze, omdat de hogere wereld is verhuld.

De Shechina is relatief meer geopenbaard in de fysieke wereld. Daarom is het vasthouden van de beker als aanwijzing genoeg. Dit is niet het geval met de hogere, meer verhulde niveaus van de spirituele wereld. Juist zoals ons eigen bewustzijn en denkproces niet zichtbaar is, zo ook is het bewustzijn van het G’ddelijk niet “zichtbaar”.
Om die reden zeggen we, “Gezegend is Hij van Wiens voedsel we hebben gegeten”. “Hij” is verhuld, maar niet Zijn voedsel!

Er is geen andere specifieke invitatie tot Hem, dan de zegening beker.

De Zohar stelt een algemene regel, die niet de geaccepteerde Halacha (geldend joods recht) is. Het vereiste, dat de invitatie wordt uitgesproken over een beker wijn, is vanwege het mysterie dat het symboliseert.
De geaccepteerde Halacha echter, veroorlooft ons om de “invitatie” te maken zonder een beker wijn.
Een interessante voetnoot daarbij is, dat wanneer er een beker wijn wordt gebruikt in de Sefardische rite, de “invitatie” begint met, “Malka Ila-ah” (symboliserend bina) wat beantwoord wordt met “Shamajiem”, betekenis, “Hemelen” een verwijzing naar Zein Anpin.

SHABBAT SHALOM

Geef een reactie