PARASHAT ACHARÉ MOT – KADOSHIEM

Na de dood – Heilig   Leviticus.16:1 – 20:27

RABBI SHIMON bar JOCHAI

ZOHAR. P 82b

De Zohar onderwijst frequent over de vereiste gedragnorm m.b.t. tot de vervulling van het gebod om ‘heilig” te zijn, zoals voorkomt in de Thoralezing van deze week. In de onderstaande passage zien we hoe onderscheid wordt gemaakt tussen ingetogen bescheiden gedrag en dat van hoogmoed en zelfingenomenheid, waarvan de westerse levensstijl zo gemakkelijk van doordrongen is.

Het is in de eer van G’D [Elo-hiem] om dingen te verbergen.” (Spreuken. 25:2)

Degenen die zichzelf niet engageren in deze eer [door het doen van Thora en mitzwot, die G’D ons heeft gegeven] veroorzaken dat dingen [de Shechina]  voor hen verborgen zullen zijn.

De Goddelijke Aanwezigheid kan niet verblijven in plaatsen die steunpunten zijn voor egoïstische macht en zelfverheerlijking, gekenmerkt door arrogant gedrag. Deze drang wordt ” chitzoniem” genoemd, de uiterlijke toestand van oppervlakkigheid, omdat ze veraf staan van de innerlijke essentie van heiligheid in iemand en in het universum. De Zohar verklaart dat G’D Zijn essentie beperkt om een diverse wereld te scheppen. Echter, hoe meer het Oneindige Licht wordt samengetrokken, des te meer de krachten van duisternis kunnen floreren. Door eigen gerichtheid en opzichtig  fysiek optreden, worden mensen een voertuig voor deze duistere krachten en verliezen contact met het G’ddelijke. Het wordt een verborgen iets voor hen, verdrongen door hun eigen egoïsme.

Over deze mensen is geschreven, “Dwazen bewerkstelligen schande.” (Spreuken 3:35) Dezen zijn de onontwikkelde mensen die de “lomperds” worden genoemd, omdat zij geen moeite doen om zich te engageren in de eer van Thora.

Bij de Berg Sinai deed het volk van Israël de fameuze uitspraak, vóór het ontvangen van de Thora, “Wij zullen doen, en we zullen horen” een uiting van bereidheid om de geboden te vervullen, zelfs vóór horen wat deze inhielden. Iemand die onontwikkeld is in Thora, maar moeite doet om uit te vinden door leren, wat het juiste gedrag is in elke situatie, wordt als zeer waardig beschouwd, ondanks het feit dat hij niet voor zichzelf kan leren.

Desalniettemin is er een groot verschil tussen iemand die zijn onderricht niet direct verkrijgt van zijn Meester (door de geboden zelf te leren) en iemand die onderricht ontvangt van zijn boodschappers [Wijzen en de Rabbi’s]. Wat is het grote verschil tussen hen? Er is geschreven dat Mozes de Thora ontving op de Berg Sinaï en naderhand overdroeg aan Joshoea. Ik [de ziel van Mozes, die dit gedeelte van de Zohar beschrijft] ontving de Thora [direct van G’D]. nadien gaf ik het door aan de Wijzen.

Hier zien wij dat als iemand voor zichzelf Thora leert, om het te vervullen, wordt beschouwd alsof hij zelf de Thora heeft ontvangen van G’D, op de zelfde wijze als Mozes!

Zo is het dat iemand die [onderricht] ontvangt van een ander [en niet voor zichzelf leert], is als de maan en de planeten die hun licht alleen ontvangen van de zon en door het verkregen licht, zelf verlicht worden [zonder iets van zichzelf er aan toevoegen]. En iemand die alleen ontvangt het risico loopt dat zijn lichtbron kan wegvallen. We zien dit met betrekking tot de zon en de maan, wanneer het licht verdwijnt bij nacht.

Als hun licht verdwijnt [maan en planeten], zijn zij als een lichaam zonder ziel. Dit toont aan dat er een meester over hen heerst die hun licht verduistert. De essentie van het licht is de plaats waarvan het uitkomt welke onophoudelijk schijnt [G’D], en er is geen andere mogendheid boven Hem die Zijn licht kan stoppen.

SHABBAT SHALOM       

Geef een reactie