PARASHAT ACHARÉ MOD

NA DE DOOD (LEVITICUS 16:1 – 18:30)

KEDOSHIEM (HEILIG 19:1 – 20:27)

DE DOOD VAN NADAW EN AWIEHOE

Onze Parasha begint met het vers ” De Eeuwige richtte het woord tot Mozes na de dood van de beide zonen van Aaron die, terwijl ze vóór de Eeuwige naar voren waren getreden, gestorven waren” ( met betrekking op Lev.10, in Parashat Shemini ).

De laatste woorden vormen echter een probleem. Waarom voegt de Thora “gestorven waren” toe wanneer het reeds had gezegd, “na de dood van de beide zonen van Aaron?” De verklarende Midrash over hun dood geeft de volgende verklaring: Zij betraden het Heilige der Heiligen; zij droegen niet de priesterlijke kleding die vereist is voor de dienst; zij hadden geen kinderen en zij waren niet gehuwd.

Er vormt zich nu een tweede probleem: Wat is de bron van Midrash uitleg? Waar in de Thora wordt op deze vier fouten gezinspeeld?

Vervolgens, waar vanuit moeten we veronderstellen dat Aaron’s zonen, Nadaw en Awiehoe zondigden? De Midrash relateert ( baserend op Leviticus 10:3 ) dat Mozes zegt tot Aaron, “Aaron mijn broer, ik wist dat het Heiligdom zou worden geheiligd door hen die geliefd en zeer dichtbij G’D waren. Nu zie ik, dat zij, Nadaw en Awiehoe, groter zijn dan ons beide.” Als dat zo was, hoe konden zij dan hebben gezondigd?

EEN FATALE VERVOERING

Er is een Chassidische uitleg dat Aaron’s twee zonen letterlijk gezien niet “zondigden”. Hun “zonde” was dat zij toegaven aan enorme hoge intensiteit van hartstocht om zicht te hechten aan G’D, zodat zij stierven. Hun lichamen konden hun ziel niet langer bevatten, met als gevolg, zegt de Thora “toen zij nader kwamen tot G’D ( met zo een hartstocht ) stierven zij”. En dit werd gezien als zonde! Want ofschoon een Jood zichzelf ontdoet van materiele aangelegenheden, op het moment wanneer hij de ultieme staat van vervoering van de ziel bereikt, moet hij opnieuw terug keren naar de opdracht en het werk dat de ziel moet doen in de fysieke existentie. Er staat geschreven in de Perké-Awod 4:22 ( Spreuken der Vaderen ): ” Tegen je wil leef je”. Verzet je tegen het verlangen van de ziel om boven deze wereld uit te reiken, het is zijn taak om in deze wereld een verblijfplaat te creëren voor G’D. Nadaw en Awiehoe bereikten deze vervoering, maar keerden niet terug. Dat was hun zonde en de reden voor hun dood. Zij “kwamen nader tot G’D en zij stierven”. Zij permitteerden zich hun spirituele passie om over hun aardse taak te heersen. Zij gingen boven deze wereld en het leven in deze wereld uit. Deze handeling ligt ten grondslag aan elk van de vier fouten welke de Midrash over hen beschrijft.

Zij “traden binnen het heilige der heiligen,” het meest innerlijke bereik van de geest, zonder over hun terugkeer naar uiterlijke wereld te denken. Zij “droegen geen priester kleding,” hun begaanheid was om zichzelf te ontdoen van de wereld en puur spiritueel te worden. Zij ontdeden zich van de noodzakelijke “Kleding” in welke het woord van G’D was gehuld, de Mitswot, de fysieke handelingen die het fysieke milieu heiligt. Zij “hadden geen kinderen” en “waren niet getrouwd.”

Dat houdt in, dat zij niet de wil van G’D vervulden om “Wees vruchtbaar en vermenigvuldig” en om nieuwe zielen in deze wereld te brengen. In tegendeel, zij trokken hun zielen van deze wereld terug. Al hun fouten stammen af van een enkele misvatting: dat de Jood nader tot G’D komt door terugtrekking in plaats van betrokkenheid. In feite zijn beide nodig. En dat is waarom, op het hoogtepunt van het jaar wanneer wij op de meest krachtvolle wijze afstand nemen van deze wereld—Jom Kipoer, dat wij de Thoralezing beginnen met de verzen die ons herinneren aan onze uiteindelijke taak in deze wereld, het creëren van een verblijfplaats voor G’D.

Geef een reactie