MITSWA 4

SEFER HAMITSWOT VAN DE RAMBAM (MAIMONIDES)

Een gedetailleerde studie van de 613 geboden en verboden opgelegd door de Thora aan het Joodse volk.

Aanbevolen wordt om ook, parallel aan deze STUDIE, “De Introductie tot de Talmoed” hoofdstukken 1 t/m 4 van VAN MAIMONIDES, RABBI MOZES ben MAIMON te lezen op onze website www.bethhamidrash.org onder studies en Archief.

MITSWOT ASE

DE POSITIEVE GEBODEN

MITSWA 4

OM TE GELOVEN IN DE VREESACHTIGHEID VAN DE VERHEVENE EN IN ZIJN ONTZAGWEKKENDHEID– niet om zich zeker en gerust te voelen, maar om bestraffing van de GEZEGENDE ogenblikkelijk te voorkomen. Zoals de VERHEVENE heeft gezegd (Deuteronomium 6:13) “Vrees de Eeuwige je G’D.”

Onze Geleerden (Sanhedrin 56a) onderzochten het vers (Leviticus 24:16) ” ‘Wie de naam lastert [nokev] moet gedood worden’– misschien verwijst ‘nokev’ alleen maar naar het noemen van Zijn naam, zoals is geschreven in het vers Numeri 1:17 ‘met name’ [nikvoe], de vermaning zou dan zijn ‘Vrees de Eeuwige je G’D’!”

Misschien refereert het vers simpel en alleen naar het noemen van de naam van de Eeuwige, zonder het te lasteren.

En als je je afvraagt wat is de zonde, zou het antwoord zijn, dat degene daardoor op den duur de vrees annuleert, waardoor een vreesloos gedrag zou kunnen ontstaat voor het niet zinloos noemen van de naam de Eeuwige.

Verder is het zo dit een ase (positieve) aanmaning is, een ase aanmaning wordt niet als een vermaning beschouwd. Je kunt niet “Vrees de Eeuwige je G’D”poneren, want het is een opdracht, een ase is niet hanteerbaar als vermaning.

Het is dus zonder meer duidelijk dat “Vrees de Eeuwige je G’D” een ase is.

Geef een reactie