JOM KIPPOER (GROTE VERZOENDAG)

HET IS DE DAG, DIE VERGOEDING BRENGT.

Er is een meningsverschil in de Gemara (Shavoeot 13a) over, hoe vergoeding, verzoening, wordt bereikt op Jom Kippoer. De meerderheid van de geleerden zijn van mening dat “Jom Kippoer alleen vergoedt voor diegenen die ‘Teshoewa’ doen”; Rebbe (Rabbi Jehoeda HaNasi) behoudt de mening dat vergoeding, verzoening wordt bereikt vanwege de dag van Jom Kippoer “of hij nu teshoewa doet, of niet,” het is deze “specifieke dag [Jom Kippoer] die vergoeding brengt.” De halagische beslissing (het geldende recht in joodswettelijke zin) is ten gunste van de geleerden.

De geleerden argumenteren niet Rebbe’s standpunt dat “de specifieke dag vergoeding brengt”; zij zijn het er volledig over eens, dat een individuele teshoewa onmogelijk de hoogte van vergoeding en verzoening van de dag van Jom Kippoer zelf kan bereiken en volbrengen.

Eerder richt het dispuut zich meer op de wijze waarin iemand zich plaatst op de “specifieke dag [Jom Kippoer] die vergoeding brengt.” De Rebbe behoudt de mening dat, zodra Jom Kippoer begint, de heiligheid van de dag vergoeding en verzoening verzekert voor iemands individuele zonden, zelfs als hij faalt teshoewa te doen. De geleerden zeggen echter, om de vergoeding, verzoening te verkrijgen die Jom Kippoer met zich brengt, is het noodzakelijk om eerst teshoewa te doen. Na teshoewa, is een mens in staat om de hoog verheven vergoeding te ontvangen welke alleen de dag van Jom Kippoer in zich heeft.

Wanneer een Jood oprecht zijn zonden berouwt, door teshoewa, wist hij op dat moment uit, het genot dat hij daarbij had ondervonden, wat een zuivering van kwaad dat aan hem kleefde ten gevolge heeft. Maar hoe is het mogelijk dat iemands zonden zijn uitgewist en uitgebannen simpel en alleen om de dag van Jom Kippoer?

De verbondenheid van een Jood met G’D, bestaat uit verschillende niveaus. Bijvoorbeeld, een Jood is verbonden met G’D door het doen van de Mitzwot, de geboden en verboden, het hemelse juk op zich te nemen en bereid alles te doen wat G’D van hem verlangt. Er is ook een dieper niveau van verbondenheid, dat tot uiting komt in het doen van teshoewa. Als een Jood de geboden van G’D overtreedt en zichzelf ontdoet van het hemelse juk, verzwakt hij zijn relatie met G’D. Verontrust hier door, doet hij teshoewa. Omdat teshoewa voort komt van een zielsniveau dat veel dieper ligt dan een niveau welkesimpel aanmoedigt om G’D’s geboden te gehoorzamen, heeft het de mogelijkheid om alle smet te verwijderen, die was veroorzaakt door de zonden en de geopenbaarde relatie had verzwakt.

Echter, het hoogst verheven niveau in de relatie van een Jood met G’D is de fundamentele en intrinsieke band tussen de essentie van de ziel en G’D’s Essentie, aangezien de ziel een waarlijk deel van G’D is. Deze verbintenis kent geen limieten en kleineert elke uitingsvorm, zelf zo een als teshoewa. Want elke uiting van een sterveling is van nature gelimiteerd, terwijl deze verbintenis waarlijk zonder enige beperking is.

Juist zoals deze band alle voorstelling te boven gaat en niet beïnvloedt of verbeterd kan worden door menselijke dienst aan het G’ddelijke, zo ook blijft het onaangetast door gebrek aan menselijke dienst aan G’D, of zelfs door zijn zonden. Op dit niveau van verbondenheid, hebben zonden simpel geen invloed. Op de dag van Jom Kippoer is deze verhouding met G’D geopenbaard in elke Jood, en vervolgens al zijn zonden verdreven als een gevolg van deze dag. Het debat tussen de geleerden en Rebbe is meer over het feit of iemand eerst teshoewa moet doen om voor dit niveau, geopenbaard te worden; allen zijn het er echter over eens dat wanneer eenmaal het niveau van Jom Kippoer is geopenbaard, “de dag zelf vergoeding, verzoening brengt”, het volbrengt veel meer dan louter teshoewa alleen.

Dus, aangaande die niveaus in een mens die beïnvloed en bevlekt zijn door zonde, moet vergoeding, verzoening gebracht worden door teshoewa, want teshoewa heeft de capaciteit om zijn band met G’D te versterken en de zonden, welke zijn relatie met Hem beladen, weg te cijferen.

De vergoeding, verzoening van Jom Kippoer komt echter voort, uit de openbaring in de Jood van het suprème niveau van verbondenheid met G’D. Zonden missen het vermogen om deze verbintenis, op geen enkel niveau, te bezoedelen.

GOED JOM TOV

Geef een reactie