JERUZALEM – VERLEDEN EN TOEKOMST

 

“TEHILLIEM VOOR DE VREDE VAN JERUZALEM…”

 

Blij was ik toe men mij zij: “WE GAAN NAAR HET HUIS VAN DE EEUWIGE.” Reeds staan onze voeten binnen uw poorten.

JEROESJALAJIM. JEROSJALAJIM. Gebouwd als een stad waar in alles zich verenigt. Want daarheen zijn alle stammen getrokken . De stammen van GOD. Een wet voor JISRAËL om GOD te danken. Want daar zijn de Zetels van het recht gevestigd. De Zetel van DAVIDS huis. VRAAG OM VREDE VOOR JEROESJALAJIM. Rust voor wie van u houden. DAT ER VREDE MOGE ZIJN BINNEN UW MUREN. Rust in uw paleizen. Laat ik om mijn verwanten en vrienden toch mogen zeggen: “VREDE ZIJ ER BIJ U” om het huis van de EEUWIGE, ONZE GOD.

MOGE IK VRAGEN:”HET GA U GOED.”

PSALM 122.

 

OVERZICHT

Als heilige stad voor de drie monotheïstische godsdiensten, hebben honderden miljoenen gelovigen over de hele wereld een direct interesse

in Jeruzalem, evenzo vele buitenlandse regeringen. Drieduizend jaar hebben Joden gebeden ( en doen dat nog ) voor en richting Jeruzalem en hebben er hun leven voor gegeven. Uitgezonderd voor een korte periode in de tijd van Kruisvaarders, was Jeruzalem nimmer de hoofdstad–spiritueel en werelds–van een ander volk of staat dan van Israël. Bovendien vertegenwoordigden de Joden de grootste bevolkingsgroep van de stad sinds de eerste helft van de 19e eeuw. De huidige Joodse bevolking van Jeruzalem is bijna 75%. Israël verzekerde vrije toegang tot de heilige plaatsen in de stad. Het heeft eveneens voorzien– in de voordeel van alle Jeruzalemieten– substantiële economische en culturelen omwikkeling.

 

Vandaag echter zoekt de Arabische bevolking een grotere autonomie. Jeruzalem’s Arabieren en Joden leven grotendeels gesepareerd. Misschien dat in deze separatie, topografisch en sociaal, de beste weg voorwaars ligt voor vrede, groei en de vooruitzicht van een permanente verenigde stad.

Een redelijk idee, dat wordt aangevoerd door de historicus Martin Gilbert is, dat de voorstad Ar-Ram, even over de gemeentelijke grens, de zetel kan worden van de Palestijnse Autonomie. De Arabieren van Jeruzalem zouden de kans zeer toejuichen om een bredere nationale, religieuze en culturele expressie en de huidige instituties van de Palestijnse zelfbestuur zouden dichter gesitueerd kunnen worden tot het hart van Jeruzalem.

 

DE AUTEUR

Martin Gilbert is een universiteitsbestuur lid van het Merton College Oxford en de biograaf van Winston Churchill. Hij heeft verschillende boeken gepubliceerd over Europese en Joodse Historie en werkt momenteel aan de historie van Jeruzalem in de twintigste eeuw.

JERUZALEM VERLEDEN EN TOEKOMST

Op 18 augustus 1994, sprak Jasser Arafat, als hoofd van de Palestijnse

Nationale Autoriteit in Gaza en Jericho, tegen Arabische jongeren in een zomerkamp: ” diegene onder jullie die de Intifada hebben aangezet, moeten nu handelen als verdedigers van deze jonge staat, wiens hoofdstad is Jeruzalem. Het is Bir Salem { de Fontein van Salem }. Salem was èèn van de Kanaänitische koningen, èèn van onze voorouders. Deze stad is de hoofdstad van onze kinderen en van ons kind kinderen. Als deze innerlijke overtuiging en geloof er niet was geweest, zou dit volk allang zijn uitgewist uit de wereld geschiedenis, zoals menig andere volkeren.”

Koning Salem is een complete nieuwkomer op het historische toneel.

Geen zulke Kanaäniet, noch Jebusite of Filistijnse koning is historisch bekend. Geen wonder dat het meeste onderzoeken naar de status van Jeruzalem inclusief die van de Anglo – Katholieke schrijver Terence Prittie en de Israëlische publicist Elyahu Tal, beide auteurs van boeken met de titel Wiens Jeruzalem?, beginnen met de historische Joods, Moslim, Christelijke aard en verbintenis met de stad. Een veelvoorkomende associatie is, dit is “De Heilige stad voor de drie monotheïstische religies”.

Voor Moslims echter, zelfs voor diegene de stad als het hunne beschouwen vanaf de Kanaanitische tijd, is het niet Jeruzalem, maar de Saoedi-Arabische stad Mekka. Het is Mekka, niet Jeruzalem dat het doel is van de meest belangrijke pelgrimage die een Moslim moet proberen te maken, al is het maar een keer, in zijn leven.

Jeruzalem omvat voor Christenen sommige, maar niet alle van haar heilige

gedenkplaatsen. In Jeruzalem zijn de vermeende plaatsen van het laatste avondmaal en de kruisiging, de graftombe van Jezus, de graftombe van Maagd Maria en de plaats van de Hemelvaart. Maar er zijn evenzo andere heilige plaatsen in Israël, de geboorteplaats van Jezus ( Bethlehem), de lokatie van zijn jeugd (Nazareth), de plaats waar hij is gedoopt ( bij de rivier de Jordaan ), en de plaats van zijn belangrijke prediken en wonderen

( Galilea ).

Alle voornaamste Joodse heilige plaatsen zijn binnen de Jeruzalemse post-1967 gemeentelijke grenzen of zeer nabij zoals Bethlehem en Hebron.

Meest belangrijke van deze zijn de Tempelberg ( Moria ) en de Westelijke Muur, beide kwamen onder Jordaanse jurisdictie in 1949, en welke voor twee decenniën de toegang aan Israëlitische Joden werd geweigerd.

Sinds 1967 heeft Israël de toegang voor de aanbidders van de drie godsdiensten tot hun heilige plaatsen onbeperkt mogelijk gemaakt, ofschoon Joodse en Christelijke verering verboden is op de Tempelberg, om de Moslimse gevoeligheid niet te verstoren.

Joden in gebed over de hele wereld doen dit richting de Tempelberg.

Moslims, zelfs die bidden op de Berg, gaan vanaf, naar richting Mekka.

Inderdaad, wanneer zij bidden op de Tempelberg, hebben zij hun rug gekeerd naar het meest fantastische bouwwerk op die plaats, de RotsKoepel, terwijl diegene die bidden in de Al-Aqsa moskee dit eveneens doen vanuit de stad, richting Mekka. In de Hebreeuwse bijbel wordt Jeruzalem in 656 aangelegenheden genoemd; het welzijn van de stad is een hoofdbestanddeel in het Joodse gebed. In het nieuwe Testament is de stad een plaats van kritieke gebeurtenissen voor het Christelijke geloof. In de Koran wordt Jeruzalem compleet niet genoemd Latere Moslim traditie verbindt de Koranreferentie “al masjid al-aqsa ( verdere Heiligdom ) met de Al-Aqsa moskee in Jeruzalem. Maar er was geen gebouw op de Tempelberg in de tijd van de Profeet; het Heilige Land zelf wordt ergens anders in de Koran genoemd als ” het nabij”; en het vers refereert aan de Islam traditie van Mohammed’s nachtelijke opstijging naar een hemelsheiligdom.

De algemene Moslim overheersing begon in het jaar 638. Maar toen Suleiman heerser werd in het jaar 715 nam hij als zijn permanente residentie en als economisch en administratief centrum van het land, niet Jeruzalem , maar Ramla, een stad die hij stichtte enige jaren eerder speciaal voor dat doel. Een Mosliminwoner van Jeruzalem klaagde in die tijd over de teloorgang van de status van zijn stad: ” Jeruzalem was het gouvernement in de dagen van David en Salomon, nu is het een provinciale stad toegevoegd aan Ramla.” Voor Joden en voor Joden door geheel de Diaspora, was Jeruzalem nooit een provinciale stad noch enkel en alleen maar hoofdstad; het hield in de centrale spirituele en fysieke plaats in de geschiedenis van de joden als een volk. Het werd de hoofdstad van het eerste joodse koningrijk in + 1000 v.d.g.j. , drie duizend jaar geleden.

Met uitzondering van een kortstondige periode van de Kruisvaarders, heeft geen ander veroveraar Jeruzalem tot haar hoofdstad gemaakt. Verdreven tot in verbanning door Neboechanazar 586 v.d.g.j., keerden de Joden vijftig jaar later terug herbouwde Jeruzalem als hun hoofdstad. Het was ook hun hoofdstad onder de Maccabeeërs. Dit zijn klassieke precedenten welke onderstrepen het feit, zowel voor de moderne Israëlisch als voor joden wereldwijd, dat Jeruzalem altijd hun centrum was van religieus en politiek verlangen.

Geen andere natie of rijk beschouwde Jeruzalem als zodanig. Noch de Egyptische Mammelukken die heersten van 1260 1516, noch de Ottomaanse Turken 1516 tot 1917 maakten de stad tot hun hoofdstad en overwogen het zelfs niet.

 

VOLGENDE DEEL: HET BRITSE MANDAAT.

Geef een reactie