HFD. 4: DE STRUCTUUR VAN DE MONDELINGE LEER (I)

DE ORIGINE VAN DE MONDELINGE TRADITIE

Aanbevolen wordt in het archief “De Introductie tot de Talmoed” hoofdstukken 1, 2 en 3 van onze website te lezen.

HOOFDSTUK 4

DE STRUCTUUR VAN DE MONDELINGE LEER

 

DE CATEGORISCHE UITLEG OP DE SCHRIFTELIJKE THORA

Na het verzamelen van de opinies en verklaringen, begon Rabbaynoe HaKadosh met het samenstellen van de Mishna, waarin ook de uitleg van alle schriftelijke opdrachten in de Thora werden opgenomen:

(1) De basis verklaringen direct ontvangen van Mozes, moge hij ruste in vrede.

(2) De getrokken conclusies, aangaande de onderverdeling van gegeven informatie, door toepassing van de interpretatieve systemen ( welke eveneens zijn ontvangen van Mozes ), en waar geen meningsverschil over was.

(3) De getrokken conclusies, zoals boven, waar meningsverschillen over bestonden, gebaseerd op verschillende wegen van benadering van de gegeven feiten om theorema’s te vormen. Deze zijn opgenomen als meningsverschillen in de terminologie van : “die en die zegt dit, maar, die en die zegt dat…..”. Zelfs als een afwijkende mening van een individueel stond tegen de meerderheid, werden beide, het standpunt van de individueel en die van de meerderheid, opgenomen. Dit werd gedaan om zeer belangrijke redenen ( aangehaald in een mishna in Aid’yos 1:6 ) die zal worden geciteerd, maar eerst moet een ander fundamenteel punt worden behandeld:

 

MONDELING BEKEND ZIJNDE WETTEN MET SCHRIFTELIJKE INDICATIES- ZONDER MENINGSVERSCHIL.

Iemand zou zich mogelijke kunnen afvragen: “Als, zoals is bevestigd in Hoofdstuk 1, alle basisverklaringen van de Thorawetten waren ontvangen van Mozes, ( de algemene formulering van de wetten [geschreven in de Thora ] en evenzo de bijzonderheden detailleringen van al de wetten van de Thora waren gezegd op de Sinaï, waarom is er dan een speciale classificatie van wetten die verwijzen naar de term “Halacha L’Moshe Mi-Sinaï”,‘Wetten gegeven aan Mozes op de Sinaï’?”

Het basisprincipe is zeer duidelijk: geen van de verklaringen, die bekend stonden als originaliteit met Mozes, werden ooit betwist. Vanaf Mozes, tot aan heden treffen wij nimmer, in geen enkele periode van tijd, een meningsverschil onder de geleerden aan die zou zeggen dat als iemand het oog van zijn naaste uitstoot, in de zeer strikt genomen zin, zijn eigen oog moet compenseren, “Een oog voor een oog” ( Deut. 19:21 ), omdat het een vanzelfsprekendheid was onder de geleerden dat het hier ging om een financiële compensatie van het verlies. Evenmin hebben we ooit enig meningsverschil aangetroffen over de betekenis van het vers, “En je zult nemen op de eerste dag het fruit van de glorieuze boom”( Levit. 23:40) dat het verwijst naar een opinie van een enkele geleerde dat het een etrog is, terwijl anderen menen te zeggen dat het refereert naar een kwee, een granaatappel, of ander fruit.

Evenmin hebben we ooit enig meningsverschil aangetroffen over het feit dat “de tak van een dikke boom (ibid) een hadas betekent.

We hebben nooit enig meningsverschil aangetroffen over dat de woorden van het vers “En je zult afhakken haar hand” ( Deut. 25:2 ) dat het zou refereren naar een monetaire compensatie; en geen meningsverschil over het feit dat het edict in het vers “En als een dochter van een Kohen (Priester) zich zelf ontheilig aan prostitutie……zal zij overgeleverd worden aan s’rayfa ( een vorm van executie waarbij de beschuldigde een gesmolten vloeistof wordt toegediend welke de ingewanden verbrandt ) (zie executies) alleen zal worden geïmplementeerd als zij is in een gerespecteerde getrouwde staat verkeerd.

Nogmaals ter verduidelijking het vers Deut. 22:20, dat uitvaardigt sikeela ( een vorm van executie door een val van een grote hoogte resulterend in een onmiddellijke dood. ( zie executies.) voor een meisje waarbij geen tekenen van maagdelijkheid werden aangetroffen door haar echtgenoot, is nooit, sinds Mozes tot en met nu, iemand oneens met de gene die verklaart dat dit enkel is als zij in getrouwde staat verkeerd en als betrouwbare getuigen verklaren nadat de huwelijksovereenkomst was gesloten haar expliciet te hebben gewaarschuwd dat zij overspel pleegt en met de daaruit volgende consequenties.

Zulke feiten stonden niet ter discussie, omdat zij terug te voeren waren tot aan Mozes.

Met betrekking tot al deze feiten verklaarden de Rabbijnen,”De algemene uiteenzettingen en evenzo de details en de bijzonderheden van de gehele Thora, werden verteld op de Sinaï.” Echter, zelf als zij zijn verklaard door Mozes en daarom niet werden bediscussieerd, kunnen deze specificaties, daarnaast, worden onttrokken van de versen van schriftelijke Thora door het technisch systeem van Thora interpretatie zoals aan ons is gegeven. We kunnen deze bekend zijnde verklaringen van de Thora afleiden door één van de toepassingen van s’varot ( constructie van een grondstelling), door de asmatot ( mnemotechnisch en bonafide uiteenzettingen ), de bewijzen en de indicatie die zijn geplant in het Schrift ( Zie Talmoedisch Denken, interpretatiemethoden en interpretatieregels, Rabbijn Mr. Drs. R. Evers- Amphora Books Amsterdam 1999. ).

{ Hoe deze verklaringen van de Thoraverzen zijn af te leiden, kunnen een onderwerp van discussie zijn.}

Aldus, wanneer de Rabbijnen van de Talmoed met elkaar analyseren en discussiëren en bewijzen aandragen voor een van deze verklaringen of vergelijkbare, bediscussiëren zij niet de verklaringen. B.v., wanneer men geconfronteerd wordt met de suggestie dat het vers zegt, “het fruit van de glorieuze ( hadar ) boom” zou het kunnen betekenen dat men een granaatappel of een kweeappel, of een ander fruit mag gebruiken naast de etrog, en een schriftelijk bewijs voortgebracht door een geleerde verklarend dat de zin, “het fruit van de glorieuze ( hadar ) boom” indiceert dat het fruit moet zijn van een boom wiens schors hetzelfde smaakt als het fruit ( de esrog ); en een ander zegt dat het indiceert “het fruit welk blijft ( van het woord HaDar, de blijver ) aan de boom gedurende het hele jaar,” ( evenzo de etrog ).

Deze bewijzen werden niet aangevoerd omdat de Rabbijnen onzeker waren over de zaak, want we zien onomstotelijk dat sinds Joshoea tot aan heden, de etrog inderdaad zonder discussie met de loelav elk jaar samen werd genomen .

Integendeel, deze bewijzen werden later alleen aangevoerd als een resultaat van hun analytisch onderzoek naar de juiste indicatie die gestekt was in het vers vóór de reeds welbekende verklaring.

Dit is hun doel aangaande het bewijzen van de identiteit van de hadas, de bewijzen omtrent de monetaire wettelijke compensaties voor fysieke schade, evenzo het bewijzen met betrekking tot de wetten van een dochter van een Koheen, zoals boven is aangegeven.

Alle bewijzen zijn enig en alleen gebaseerd op dit principe.

Dit is de betekenis van het statement, “De algemene wetten en details ……zijn ons aangereikt door Mozes…….” B.v. die onderwerpen welke zijn afgeleid door de interpretatieregel van “de algemene referentie geschreven in de Thora gevolgd door een gedetailleerde referentie, of door een van de andere interpretatieregels, “die ons werden gegeven door Mozes { die het had ontvangen van G’D } aan de Sinaï.”

Volgende deel van hoofdstuk 4: ” Halacha L’Moshe MiSinaï ”

Geef een reactie