HFD. 3: DE OVERDRACHT EN BEHOUD VAN DE TRADITIE

RELATERENDE BRONNEN HOOFDSTUK 3: Overdracht en behoud van de Traditie.

Vanaf de dagen van Mozes tot aan Rabbaynoe HaKadosh was er geen geschreven uitgave om de mondelinge wet openbaar te bestuderen; veeleer, elke en iedere generatie, het hoofd van het Beth Din ( Gerechtshof ) of de Profeet die leefde in die generatie schreef persoonlijke aantekeningen om zichzelf te laten herinneren aan het gene hij hoorde van zijn leraren, maar gaf in het openbaar mondelinge verhandelingen. Gelijktijdig schreef iedereen voor zich zelf, naargelang zijn eigen capaciteit, wat hij hoorde over Thora uitleg en zijn wetten, en nieuwe zaken en onderwerpen geïnstitutionaliseerd in elke generatie, van wetten niet impliciet geleerd aan de Sinai, maar afgeleid door het daar gegeven en uiteengezette Systeem van Thora Uitleg en met akkoord van het Grote Beth Din.

Dat deed de procedure continueren tot aan de tijd van Rabbaynoe HaKadosh.

Hij verzamelde alle lectuur en wetten en uiteenzettingen en verklaringen van Mozes, welke waren onderwezen door het Grote Beth Din in elke generatie op de gehele Thora, en stelde van daaruit de boeken van de Misjna samen. Honderdduizenden mensen en geleerden participeerden in het archiveren en het controleren van de traditie om blijvende fouten te voorkomen. Na opnieuw het gehele werk te hebben herzien, presenteerde hij het met de andere geleerden in het openbaar aan geheel Israël en allen kopieerden het.

Hij verspreidde het overal zodat de Mondelinge Thora niet zou worden vergeten door Israël. Wat was de rede dat Rabbaynoe HaKadosj dit deed , waarom liet hij niet de dingen zoals zij waren? Omdat hij zag dat de leerlingen in aantal terug liepen, door intensivering van de vervolgingen door de Romeinen en hun globale machtsuitbreiding en dat Israël voortdurend werd verspreid naar de uiteinden van de aarde. Daarom bracht hij dit verzamelde werk bijeen om een bezit te zijn voor iedereen, zodat men op een snelle manier kon leren en dat het niet vergeten zou kunnen worden.

HOOFDSTUK 3

DE OVERDRACHT EN BEHOUD VAN DE TRADITIE

Toen Jehoshoea zijn dood voelde naderden, instrueerde hij persoonlijk De Oudsten in wat hij had ontvangen aan verklaringen en wat was ontleend aan de wetten gedurende de periode van zijn leven. De zaken waar reeds beslissingen over waren uitgesproken, stonden niet meer ter discussie. En die zaken welke een onderwerp tot meningsverschil waren, werden met meerderheid van stemmen definitief door De oudsten afgesloten. ( Deze Oudsten zijn genoemd in het boek van Jehoshoea, Hfd. 24, vers 31: “En Israël diende HaShem in alle dagen van Jehashoea en in alle dagen van De Oudsten die Jehoshoea overleefden, die vanuit eerste hand alles kenden wat HaShem had gedaan voor Israël.”)

Daarna instrueerden deze Oudsten de Profeten in alles wat zij hadden gehoord van Jehoshoea; en elke profeet instrueerde de volgende –er was nimmer een periode van afwezigheid van analyse en van de gegeven wetten of van een afleiding van nieuwe wetten van de vorige.

De Geleerden van elke generatie behandelden de laatste woorden van de vorige generatie als vanzelfsprekend: Zij bestudeerden het en trokken er conclusies uit die er betrekking op hadden; maar zij zouden nimmer van mening verschillen.

Deze procedure continueerde zich gedurende de era van De Mannen van de Grote Vergadering : Haggai, Zecharia, Malachi, Daniel, Hannania, Mishael, Azaria, Ezra HaSofer, Nehemia ben Hahalya, Mordechai en Zerubavel ben sh’altial. Aangevuld met degenen die samen waren met de profeten resulteerde dat in een aantal van honderd twintig leden ( Megilla 17B ) ” van specialisten en artiesten of timmerlieden en sleutelmakers” ( Koningen 2, 24:16 )van de Thora, en gelijkwaardigen. Zij analyseerden eveneens de verklaringen van hun voorgangers zoals de generaties geleerden voor hen deden.

De laatste van deze oorspronkelijke groep was de eerste van de geleerden die genoemd werd in de Mishna– Shimmon de Rechtvaardige,–die Kohen HaGadol was van zijn generatie.

RABBI JEHOEDA HANASI

samensteller van de Mishna

Tenslotte brak de tijd aan van Rabbaynoe HaKadosh ( moge hij ruste in vrede ),

die uniek was in zijn generatie en uniek in zijn tijd; een man die geacht werd om zijn nobelheid en zuiver karakter tot op zo een hoogte dat zijn tijdgenoten hem de titel ” Rabbynoe HaKadosh” verleenden. Zijn naam: Jehoeda. Hij bezat ongekend hoge wijsheid en statie: “Sinds de dagen van Mozes hebben wij niet zo’n Thorageleerdheid en grandeur gezien, vereenzelvigd in een persoon ( Gittin 59A ).

Hij was het toonbeeld van piëteit, nederigheid, afstandelijk van alle onnodige luxe: “Sinds de tijd dat de Rebbe overleed, was nederigheid en de vrees voor zonde verdwenen” ( Sota 49A ).Hij gebruikte kristalheldere taal en overtrof iedereen in het gebruik van de Heilige Taal, zelfs zo dat de geleerden bijzondere woorden leerden van zijn bedienden en dienstmeiden, waar zij zelf onzeker over waren! Dit feit werd onsterfelijk in de Talmoed ( Rosh HaShana 26B ).

Hij bezat rijkdom, kapitaal en wijdverspreide eigendommen: “De stalmeester van de Rebbe was rijker dan de Shaboer de Koning van Perzië” ( Bava Metsia 85A ). Hij gebruikte deze rijkdom voor mensen op zoek naar wijsheid en verspreidde Thorakennis over geheel Israël. Hij verzamelde de wetten, de woorden van de geleerden, en de meningsverschillen die daaruit ontstonden sinds de dagen van Moshe Rabbynoe tot aan zijn eigen tijd. En hij zelf was een van de overleveraars van de Traditie. Want hij ontving het van zijn vader, Shimmon III, en Shimmon III ontving het van zijn vader, Gamliel II; en hij ontving het van Shimmon II, zijn vader ;en hij ontving het van Gamliel de Ouste; en hij van Shimmon I; en hij van Hillel; en hij van Shimaja en Avtalion, zijn docenten; en zij van Jehoeda ben Tabbai en Shimmon beb Sheta; en zij van Jehoshoea ben Peraja en Neetai Ha Arbajli; en zij van Antignos van Soho; en zij van Shimmon de Rechtvaardige,en hij van Ezra–want hij ( Shimmon de rechtvaardige )was een van de laatsten van de De Mannen Van De Grote Vergadering; en Ezra van Baroech ben Narja zijn docent; en Baroech van de profeet Jeremia. Idem, ontving Jeramia de traditie van profeet naar profeet ( van Jeramia terug naar Mozes was een lijn van twintig profeten ), teruggaande naar de Richteren, die ontvingen het van Joshoea ben Noen; en hij ontving het van Mozes.

Geef een reactie