HFD. 2: PROFETIE

Bron quotatie gerelateerd aan hoofdstuk 2 Profetie.

De Eeuwige zei tegen Mosje: “Zie, IK kom in een dichte wolk bij je opdat het volk horen zal als IK met je spreek, waardoor ze ook op jou zullen vertrouwen, voor altijd!” (Exodus, 19:9).

De Eeuwige zei tegen Mosje: “Zo moet je het zeggen tegen de Kinderen van Jisrael: Jullie hebt het zelf waargenomen dat IK van de hemel uit met jullie gesproken heb (Exodus 20: 19). Want dit gebod, dat ik je heden voorschrijf is niet iets bovennatuurlijks voor je en het is niet iets dat ver verwijderd is. Het is niet in de hemel, zodat je zou moeten zeggen: Wie stijgt er voor ons naar de Hemel, haalt het voor ons en laat en laat het ons horen, zodat wij het kunnen doen. Ook is het niet aan de overkant van de zee, zodat je zou moeten zeggen: Wie steekt er voor ons over naar de overkant van de zee, haalt het voor ons en laat het ons horen, zodat wij het kunnen doen. Integendeel, volkomen binnen je bereik is het gebod, zowel om het met je mond te belijden als om het met overgave van je hart te doen (Deuteronomium 30:11-14). Want al deze volkeren, die je nu verdrijft, schenken wel gehoor aan de voorspellers uit het wolkenbeloop en aan de wichelaars; maar jou staat de Eeuwige, je G`D, zoiets niet toe. Een profeet uit je eigen kring, uit je broeders, zoals ik, laat de Eeuwige, je G`D, bij je opstaan, naar hem moet je luisteren. Geheel in overeenstemming met wat je zelf van de Eeuwige, je G`D, bij de Chorew gevraagd hebt op de dag der samenkomst, toen je zei: Ik wil niet verder luisteren naar de stem van mijn G`D en dat grote vuur wil ik niet meer zien, opdat ik niet zal sterven. En toen zei de Eeuwige tegen mij: Ze hebben gelijk met wat ze daar zeggen. IK zal een profeet laten op staan uit de kring van hun broeders evenals jij bent en IK zal Mijn woorden in zijn mond leggen, dan zal hij tot hen spreken al wat IK hem gebied. En diegene die niet luistert naar Mijn woorden die hij uit Mijn naam zal spreken, van hem zal IK zelf rekenschap vragen. Maar de profeet, die de brutale opzet heeft iets uit Mijn naam te verkondigen wat IK hem niet heb opgedragen te zeggen of die uit naam van andere goden spreekt, die profeet moet sterven. En als je bij jezelf denk: Hoe kunnen we het woord onderkennen dat de Eeuwige gesproken heeft? Dat is het geval als de profeet in naam van de Eeuwige gesproken zou hebben en er gebeurt niets van dien aard en het komt niet uit, dan is dat het woord, dat de Eeuwige niet gesproken heeft. Met brutaal opzet heeft die profeet het dan uitgesproken; heb dan geen angst voor zijn persoon (Deut, 18: 14-22). Alles wat ik jullie voorschrijf, moet je nauwgezet in praktijk brengen, voeg er niets bij, en neem er niets af.
Wanner er een profeet of iemand die in zijn dromen visioenen heeft bij je optreedt en je een teken of een wonder aankondigt en dat teken of dat wonder, dat hij jou beloofd heeft komt uit en hij zegt: Laten we andere, jou onbekende goden volgen en die dienen, luister dan niet naar de woorden van die profeet of van hem die als dromer optreedt, want de Eeuwige, je G`D, stelt jullie op de proef om te weten te komen of jullie wel met heel jullie hart en ziel van de Eeuwige, jullie G`D houden. De Eeuwige, jullie G`D moeten jullie volgen, voor Hem moeten jullie ontzag hebben, Zijn geboden moeten jullie stipt nakomen, aan Zijn roepstem moeten jullie gehoor geven, Hem moeten jullie dienen en met Hem moeten jullie je verbonden voelen.
En die profeet of hij die als dromer optreedt moet ter dood gebracht worden, want hij heeft, met de bedoeling jullie af te brengen van de weg die de Eeuwige , jullie G`D, jullie had voorgeschreven te gaan, afval gepreekt van de Eeuwige, jullie G`D, die jullie uit het land Egypte heeft gevoerd en die jullie verlost heeft uit het slavenhuis; zo moet je het kwade bij je verwijderen.(Deut, 13:1-6)

Op de verklaring van twee getuigen of van drie getuigen kan iemand die ter dood veroordeeld zal worden, ter dood gebracht worden; hij kan niet ter dood gebracht worden door de verklaring van èèn getuigen.(Deut, 17:6)

Wanner het bij een rechtzaak te moeilijk voor je is om te beslissen, tussen het ene halsmisdrijf of het andere, tussen het ene proces of her andere, tussen de ene zaak over letsel of lichaamskwalen of een andere, of bij wat voor verschilpunten ook in je plaatselijke rechtbank, hef de zitting dan op en zoek het hoger ter plaatse, waarop de Eeuwige, je G`D, Zijn keuze zak bepalen. En als je komt bij de priesters, de Levieten en bij de rechter die in die dagen de autoriteit is, vraag dan en zij zullen je de gerechtelijke uitspraak mededelen. Handel dan ook naar de uitspraak die ze je vanaf de plaats die de Eeuwige zal uitkiezen, zullen mededelen en let er op het precies te doen zoals zij je zullen instrueren. Volgens de verklaring van de Thora die zij je instrueren en volgen het vonnis dat zij je zullen zeggen moet je handelen; wijk niet naar rechts noch naar links af van de uitspraak die zij je mededelen (Deut, 17:8-11).

Wanneer er verschillen zijn onder de autoriteiten, zal het oordeel zijn, volgen de meerderheid!( Exodus 23:2).

Wat verborgen is, gaat de Eeuwige, onze G`D aan, maar wat geopenbaard is betreft voor altijd ons en onze kinderen: alle voorschriften van deze Thora in praktijk te brengen! (Deuteronomium, 29:28).

HOOFDSTUK 2. PROFETIE IN RELATIE MET DE MONDELINGE THORA.

Profetie zou ineffectief zijn als een bestemming, om te komen tot de verklaringen van de Thora, of als een aanwending zoals het systeem van de dertien methoden van interpretatie, om te ontlenen de onderverdelingen van de Mitswot. Juister uitgedrukt, wat Jehoshoe`a en Pinchas (de twee leidende deskundige van hun generatie) deden betreffende analyse en redenering, is identiek aan wat Ravina en Raf Ashi (De Samenstellers van de Gemara wat is een analyse van de Misjna zie hoofdstuk acht) plachten te doen. Desalniettemin, werd in feite de unieke invloed, die de Profeet had over de Mitswot, de primaire en fundamentele principes waarop Judaisme zich berust en grondvest.

Om alvorens uitvoerig over te gaan tot de uitleg over de functie van de profeet, zou het vooreerst onmogelijk zijn zonder:

A. Het kwalificeren van de verschillende vormen van claims met betrekking tot het vermogen van profetie die gemaakt kunnen worden en

B. Het omlijnen van de methode waarop de persoons profetie wordt vastgesteld op authenticiteit (als eenmaal zijn claim geldig is), omdat deze informatie eveneens vormt een groot basis principe.

Hele massa`s van mensen zijn al eerder verdwaald met betrekking tot het tweede onderwerp, inclusief een kleiner aantal eminente autoriteiten: Zij veronderstelden dat iemands vermogen van profetie niet substantieel is, totdat hij die het claimt een miraculeus teken vertoond, zoals een van de tekenen welke Mozes onze leraar (z“l) heeft gedaan, de loop van de natuur wijzigen zoals Elia (z“l) deed in wederopstanding weduwe`s zoon (Koningen 1, 17:22), of zoals Elisha (o“h) deed in zijn fameuze miraculeuze wonderen (koningen 2:2-9). Dit is niet een correcte regel. Elia en Elisha en de andere profeten presenteerden niet de mirakels om te verifiëren hun claim op profetie; hun authentieke profetie had zich alreeds van te voren bevestigd. Hun verlangen om deze wonderen te uit te voeren in bepaalde situaties berusten alleen op het feit dat zij zichzelf geroepen voelden het te doen–en zij slaagden in hun doen alleen maar door de intens hechte relatie met De Heilige geprezen zij Hij, Die willigde hun verlangen in, in overeenstemming met Zijn belofte aan de rechtvaardige: “Je zult iets besluiten, en het zal verwezenlijkt worden voor jou” (Job, 22:28). Maar de procedure en discussie voor verificatie die een persoon kwalificeert te zijn, een authentieke profeet verloopt als volgt.

A. Het classificeren van diegene die aanspraak maken op profetie

Allereerst, echter, moet bevestigd worden dat de basis visie met betrekking tot profetie berust op de volgende feiten: diegene die aanspraak maken te bezitten het vermogen van profetie zijn verdeeld in twee groepen, bestaande uit:

(1) Diegene die profeteren uit naam van een vreemde godheid (De gebruikelijke vertaling ” afgoderij ” vanuit het Hebreeuwse avoda zohra is niet correct. Letterlijk betekend zohra zoiets als, vreemd, afwijkend, ongewoon en avoda werken, dienst aan. Dus, iemands handelingen of gedachten onderworpen aan geloof en machten of manifestaties, denkbeelden in plaats van G`D is Avoda Zohra).

(2) Diegene die profeteren uit naam van HaShem

Ad (1) Profetie aan een vreemde godheid is eveneens onderverdeeld in twee types:

(a) Dat van een profeet die optreed en verklaard ” Een bepaalde ster werpt zijn geest op mij en zegt tot mij het te vereren op een bepaalde wijze, zodat het mij kan redden.” of dat een profeet die een oproep doet aan anderen om te vereren iemands beeld of talisman en verklaard ” Een bepaalde existentie heeft zich aan mij geopenbaard in een zekere vorm, en zei tot mij zo en zo, met de opdracht jullie te bevelen te vereren het voor die en dat doel,”zoals de profeten van de Baal en profeten van de Ashera zouden doen. (koningen1,18:28.).

(b) Dat van een profeet die verklaard, “Het woord van Hashem kwam tot mij en Hij zei tot mij te vereren die en die een macht, voor die en dat doel,” en die dan relateert, bepaalde concepten van verering, uitgevoerd door de vereerders van die godheid. Zoals gevest is als een principe in de Thora ( Deuteronomium 18:20), het word eveneens gezien dat deze man profeteert uit naam van een vreemde godheid, ondanks zijn aanwending van de naam Hashem. Want de term vreemde godheidprofetie behelst beide, een die verklaard dat het object het zelf is die oplegt haar te vereren en de ander die verklaard dat het De Heilige geprezen zij Hij, het is, die oplegt om het object te vereren.

Dus, Wanneer op enigerlei wijze iets van deze twee begrippen wordt gehoord van een persoon die uitgeeft te hebben het vermogen van profetie en getuigen met legale confirmaties kan deze handeling bevestigen, zoals is voorgeschreven in de Thora (Deutonomium 17:6), is zijn vonnis executie door wurging. (“En die profeet of hij die als dromer optreedt moet ter dood gebracht worden” [Deuteronomium 13:6]). Het is niet onze aangelegenheid om onszelf bezig te houden hem te examineren en om vast te stellen enige associatie van zijn zijn tot profetie en we zullen niet verzoeken een teken van hem. En zelfs als hij de grootste wonderen en tekens verricht om te bevestigen het vermogen van profetie–Wonderen die nog nooit eerder gezien of gehoord zijn–zal hij desondanks toch moeten worden gewurgd en we mogen geen acht slaan op zijn wonderwerken; omdat de reden dat G`D deze wonderen laat uitkomen is, zoals het schrift vrij duidelijk verklaard: “Want de Eeuwige, jullie G`D, stel jullie op de proef……..” (Ibid., 4). Bovendien, het verstand welk verloochend zijn getuigenis, is veel betrouwbaarder dan de getuigenis van het oog welke ziet zijn wonderen: Het heeft zich alreeds overtuigend bewezen met betrekking tot het menselijk intellect, dat er geen toestemming is om te eren en te eerbiedigen dan alleen de Eeuwige, de Oorzakelijkheid van alle entiteiten, de Unieke en Absolute Enige Perfecte.

Ad (2) Diegenen die profeteren in naam van HaShem zijn eveneens onderverdeeld in twee types:

(a) Iemand die profeteert in naam van de Almachtige, de massa oproept HEM te vertrouwen en oplegt HEM te vereren, maar verklaard, “De Heilige Geprezen Zij Hij heeft toegevoegd een gebod aan de geboden maar die alreeds eerder was aangegeven in de Thora,” of, “….een Thoragebod te niet doet”.
Zo een persoon is een valse profeet. Dat houd eveneens in een profeet die of verhoogt of vermindert het aantal van een numerieke samengestelde mitswa (gebod) in een schriftelijk vers van de Thora, of iemand die toevoegt of vermindert de opinie en bedoeling van een modelinge wet. Een voorbeeld van verhoging of vermindering van het aantal van een numerieke samengestelde mitswa van een schriftelijke vers in de Thora zou door hem als volgt zijn, ” De Heilige Geprezen Zij Hij zei mij dat het Verbod om te Eten de vruchten van pas nieuw geplante bomen (Leviticus, 19:23) geldt vanaf nu voor Twee jaar, en daarna is men toegestaan te eten de vruchten van de bomen,” of, als hij zou zeggen, “De Heilige Geprezen Zij Hij zei mij dat het verboden is het te eten voor vier jaar,”in tegenstelling tot wat De Heilige Geprezen zij hij feitelijk had gezegd: ” Drie jaar zal het verboden zijn voor jullie, om te eten de vruchten van pas nieuw geplante bomen. ” ( ibid ). Alles gelijkend tot dit is opgenomen aan dit concept. Het veranderen of wijzigen in elk opzicht van de mondelinge staat evenzo gelijk aan een manifestatie van valse profetie, zelfs als de profeet ogenschijnlijk is gesteund door een letterlijke interpretatie van een vers, in tegenstelling tot zijn algemene mening. Als voorbeeld, de Thora verklaart (Deut, 25:11-12),

Wanneer mannen met elkaar vechten en de vrouw van de een komt er bij om haar man te helpen tegen de ander die hem slaat en ze steekt haar hand uit en pakt hem in zijn schaamdelen, dan moet je haar hand afkappen….

Als een profeet zou claimen dat dit vers refereert naar een letterlijke amputatie van een hand, eerder dan tot de figuurlijke uitspraak voor het opleggen van een boete voor de vrouw voor de vernedering van de man, zoals de Mondelinge Traditie uitlegt ( Sifra Ki Tatse ), en als hij ondersteun zo een bewering door het fenomeen van profetie, zegende, ” De Heilige Geprezen Zij Hij “heeft mij verteld dat dit gebod,…….haar hand afkappen, letterlijk moet worden begrepen” –eveneens moet hij worden geëxecuteerd door wurging, zo ook de andere valse profeten beschreven als hier boven; hij is een valse profeet en bovendien schrijft hij een uitspraak toe aan de Heilige Geprezen Zij Hij welke Hij nimmer heeft gemaakt. Er is geen enkele reden om aandacht te schenken aan een teken of wonder vertoond bij deze persoon, het zij, voor de Profeet [Mozes], wiens mirakelen de gehele wereld deed verbazen en ons overtuigd heeft van zijn authenticiteit en betrouwbaarheid “…..waardoor ze ook altijd in jou zullen geloven.” [Exodus, 19:9] hij zelf heeft ons verteld in naam van de Heilige Geprezen Zij Hij dat geen andere Wet ooit zal komen van de Schepper naast deze ene: ” Het is niet (langer) in de Hemel………Integendeel, volkomen binnen je bereik is het gebod, zowel om het met je mond te belijden als om het met overgave van je hart de doen (Deuteronomium 30:12-14). Het onderliggende idee “….met je mond…..” is expliciet de mondelinge Wet overgedragen door Mozes, en de ene liggend daaronder “……van je hart….”refereert naar de impliciete wetten afgeleid door Thora analyses, het intellect zijnde onder de vermogens de uiteindelijke verbondenheid met het hart. Wij zijn zelf eveneens vermaand om iets toe te voegen of te verwijderen van de wetten:” Alle woorden wat ik jullie voorschrijf moet je nauwgezet in praktijk brengen, voeg er niets bij, en neem er niets van af” [Deuteronomium, 13:1].

De Rabbijnen; vrede zij met hun, verklaren daarom: “Een profeet heeft niet het recht om te voorzien in nieuwe wetten” (Meggila 2b). Wanner we eenmaal hebben vastgesteld dat zijn claim valse beweringen bevat ten opzichte van de de Heilige Geprezen Zij Hij, dat hij aandraagt een verklaring ten opzichte van G`D welke Hij nimmer heeft gemaakt, dan is hij wettelijk onderhevig aan de doodstraf, in overeenstemming met het vers, ” Maar de profeet, die de brutale opzet heeft iets uit MIJ naam te verkondigen wat IK hem niet heb opdragen te zeggen of die uit naam van andere goden spreekt, die profeet moet sterven.” (Deuteronomium, 18:20).

(b) (VOLGENDE PUBLICATIE)

Geef een reactie