HFD. 2: Beloften van Voorspoed (2) & ANSHAJ KNESSET HA-G`DOLA

Aangaande dit alles, als een profeet je zou zeggen om te overtreden de woorden van de Thora Gehoorzaam hem, uitgezonderd heidenisme.

Dit is echter alleen waar op die conditie dat het niet een permanente, eeuwigdurende decreet is. Hij mag niet zeggen dat De Heilige Geprezen Zij Hij heeft opgedragen een mitswa nietig te verklaren voor altijd. Hij mag alleen opdragen een tijdelijke suspensie van een mitswa als de situatie dit nodig acht.

Zoals het Beth Din zou doe in noodwetgeving, en zoals de profeet Elia deed op de Berg Carmel ( Koningen, 18 ) door het offeren van een offer buiten Jeruzalem, terwijl de Beth HaMikdash ( Heilige Tempel ) binnen haar muren stond, terwijl het ondernemen van zo een actie zonder de uitdrukkelijk opdracht van een profeet, zal leiden tot iemands kaurat ( hemelse straf oplegging, letterlijk vertaald, afgesneden, afgesneden in deze wereld en afgesneden van de komende wereld [Sanhedrin 64b]). We worden hier op geattendeerd in het vers,

“Pas er voor op dat je je in vlammen opgaande offers niet brengt op iedere willekeurige plaats die je ziet” [Deuteronomium 12:13], en we zijn gewaarschuwd dat iemand die dit verbod overtreed onderhevig is aan kaurat in het vers dat spreekt over iemand die offert buiten Jeruzalem: “die man wordt dat als bloedschuld aangerekend, bloed heeft hij vergoten en die man zal worden afgesneden van zijn volk” [Leviticus, 17:4] m.a.w. buiten de gemeenschap geplaatst.

Inderdaad had men Elia zelf, vrede zij met hem, gevraagd op het moment van zijn offering van zijn offer op de berg Carmel, ” Mogen wij zoiets doen vanaf nu?” zou hij hebben geantwoord, dat iedereen die buiten Jeruzalem offert is onderhevig aan kaurat en dat zijn eigen handelen enkel en alleen een gevolg is van een tijdelijk noodsituatie om bloot te leggen de bedrieglijkheid van de profeten van Baal en een einde te maken aan hun cult.

Een andere profeet die een tijdelijke suspensie van een bijbels verbod verordende als noodmaatregel was Elisha, in zijn opdracht een oorlog aan te gaan met Moab werd verordend het omhakken van vruchtdragende bomen:

“En je zult elke goede boom omkappen” (Koningen 2 3:19) ondanks het feit dat HaShem in de Thora ons dit heeft verboden (“Als je gedurende lange tijd een stad moet belegeren om die, door er oorlog tegen te voeren in te nemen, moet je de vruchtbomen ervan niet vernietigen door de bijl er in te slaan….” Deuteronomium, 20:19] ).Had men Elisha gevraagd of dit gebod vanaf nu teniet is gedaan, en dat het vanaf nu toegestaan zou zijn om vruchtdragende bommen om te kappen telkens wanneer we een stad zouden belegeren, zal hij geantwoord hebben, dat het niet zal worden toegestaan en dat deze handeling enkel en alleen was vereist voor exceptionele noodsituatie. In het volgende hypothetische geval zal ik aangeven als illustratie dit basis concept welke inhoud al de geboden: Als iemand die een profeet is, wiens authenticiteit van profetie duidelijk voor ons is, in een wijze zoals we hebben beschreven, ons zou zeggen dat wij op de dag van Shabbat allen moeten aantreden—vrouwen en mannen—een vuur aansteken, daarin wapens vormen, en elke man zijn wapen moet omgorden, om op deze dag ten streide te trekken, naar een bepaalde plaats, op deze dag, welke is de dag van Shabbat en dat we hun bezittingen moeten plunderen en hun vrouwen gevangen moeten nemen—dan zou het zijn een verplichting voor ons—-wij, die zijn onder het gebod van de Thora van Mozes—treden onmiddellijk aan en zonder enig uitstel, juist zoals is verordend doen wij alles wat de profeet ons oplegt met bereidwillige enthousiasme en speciale liefde, zonder enige bezorgdheid of schroom. En we moeten vertrouwen dat alles wat we doen op die dag, ondanks het feit dat het de dag van Shabbat is—het aansteken van vuur, het doen van m`lacha ( De collectieve term voor die activiteiten die verboden zijn op Shabbat ), het doden en de oorlogsvoering—het een mitswa is en dat we zullen verwachten te worden beloont door De Heilige Geprezen Zij Hij, aangezien wij uitvoeren het gebod van de profeet, welke is een “gij zult” gebod, zoals is gezegd door Mozes “Een profeet, uit je eigen kring, uit je broeders, zoals ik, laat de Eeuwige, je G`D, bij je opstaan, naar hem moet je luisteren” (Deuteronomium, 18:15).

En de mondelinge Wet formuleert (Sanhedrin, 90A): Betreffende dit alles, als een profeet je zou zeggen te overtreden de woorden van de Thora—gehoorzaam hem, uitgezonderd heidenisme. (b.v., als hij ons zou zeggen, “vereer vandaag, alleen, dit beeld,” of “Brandt wierrook voor deze ster alleen voor dit uur,” zal hij toch moeten worden geëxecuteerd, en niemand mag naar hem luisteren.)

We gaan nu verder met onze illustratie: Als een persoon die rechtschapen is en met Hemelse vrees, die ouderdom naderbij ziet komen zou denken bij zichzelf, “Zie, ik ben op een gevorderde leeftijd gekomen, het einde van mijn dagen komen naderbij en in mijn bezit heb ik zo en zo veel jaren waarin ik nooit heb overtreden een enkel gebod—hoe kan ik dan aan treden op deze dag, welke is de dag van Shabbat, een gebod overtreden wiens straf is sikeela ( een executievorm hoofdzakelijk uitgevoerd van een hoogte met dood als gevolg ) en ten strijde trekken? Terwijl ik voor mij zelf niet in staat ben slecht of goed te doen; anderen kunnen zeker gevonden worden en mijn plaats innemen; er zijn vele anderen die zulke dingen kunnen doen!”— dan is deze persoon een oproerling en overtreed de woorden van HaShem en hij is onderhevig aan dood door Hemelse handen, omdat hij niet gehoorzaamd de verordening van de profeet. Hij Die ons de Shabbat heeft oplegt is de zelfde Die ons gebied te luisteren naar de woorden van de profeet en dat wat hij uitvaardigt.

Iedereen die zijn woorden overtreed is schuldig en aansprakelijk voor straf, zoals is verklaard. Dit is wat het Schrift zegt Deuteronomium 18:19: En diegene die niet luistert naar Mijn woorden die hij uit Mijn naam zal spreken, van hem zal Ik zelf rekenschap vragen Niettemin, op deze zelfde Shabbat, als iemand, tijdens het uitvoeren van deze M`lachot (mv. van m`lacha activiteiten die verboden zijn op Shabbat.) dit ondermijnt en niet van plan is om gevolg te geven aan het geen wat de profeet oplegt, maakt diegene zich schuldig aan een zonde met als gevolg sikeela. En als deze zelfde profeet die ons dit heeft opgelegd en wiens woord wij gehoorzamen ons zou zeggen door bepaling dat de T`hoeme Shabbat ( De Shabbat Limiet: De maximale afstand die iemand mag afleggen vanuit zijn woonomgeving ) is een amoh minder dan twee duizend amohs (1 amoh = + 1 meter), of dat het een amoh meer is dan twee duizend amohs, en schrijft deze kennis toe aan de hem verleende profetie, eerder dan een conclusie bereikt door Thora analyse en rangschikking van feiten tot in een grondstelling, dan is het duidelijk dat hij een valse profeet is en hij zal geëxecuteerd moeten worden doormiddel van henek (zie noten executie, Sanhedrin).

Door de bovenstaande illustratie hebt je een methode van inzicht over alles wat een profeet je zou kunnen opleggen, en in het Schrift zal je vinden elke beschrijving met betrekking tot de Profeet die in contradictie is met de mitswot

of een facet daarvan. Dit basisprincipe is een sleutel tot het begrip van dit gehele onderwerp; Alleen in dit opzicht is de profeet eminent onder de andere stervelingen, zo ver als de mitswot betreft. Maar wat betreft Thora analyses, construeren van grondstellingen en afleiding van mitswot, is hij gelijk aan alle anderen geleerden, zij, die niet het vermogen bezitten van profetie, zijn gelijk aan hem.

Wanneer een profeet een grondstelling construeert welke vertoond een bepaalde halachische (wettelijke) conclusie en hij die niet een profeet is komt evenzo tot een bepaalde conclusie, maar de profeet verklaard, “De Heilige Geprezen Zij Hij heeft mij gezegd dat mijn redenatie van logica is de enige correcte”— dan moet je niet naar hem luisteren. Zouden duizend profeten, allen op het profetische niveau van Elia en Elisha één redenatie van logica hebben, terwijl duizend geleerden zonder het vermogen van profetie, plus nog één geleerde, behorend tot tegenovergestelde redenatie van logica,— “Volg het standpunt van de meerderheid!” ( Exodus, 23:2 ); de halacha is aan deze duizend geleerden plus één, en niet aan de duizend eminente profeten. Dit is wat onze geleerden verklaren: “Bij G`D!! Indien Joshoea ben Noen mij dit uit zijn eigen mond had verteld, zou ik niet luisteren en geen aandacht aan hem schenken!” (goelin, 124A). Nogmaals, “Als Elia zou komen en zegt dat Galietza ( zie Deuteronomium, 25:6 ) gedaan moet worden met een schoen, dan luister naar hem. Maar als hij zou zeggen,….met een sandaal, luister dan niet naar hem!” (Jawamot 102A)—betekenis, er is geen toestemming om iets toe tevoegen c.q. te verwijderen van een mitswa door middel van profetie. Evenzo als de profeet wil beweren dat De Heilige Geprezen is Hij hem heeft gezegd dat de praktische toepassing van een bepaalde mitswa is zo en zo, en dat de grondstelling van de ene autoriteit, juister is dan die van een ander en correcter, die “profeet”moet worden executeert , want hij is een valse profeet; zoals wij hebben vastgesteld (pag. 11-12) als een centraal principe: Er is geen Thora gegeven na de eerste profeet, Mozes en er is geen toestemming om er iets aan te amenderen noch om er iets van te verwijderen, zoals het zegt:” Het is niet ( langer) in de hemel” (Deuteronomium, 30:12). En De Heilige Geprezen Zij Hij heeft ons niet toegestaan om de Thorawetten te leren van de profeten [ in hun capaciteit als profeten], maar alleen van de geleerden, mensen met logische opinies en redenaties. Hij verklaarde niet: Wanneer er een probleem ontstaat……zul je gaan naar de profeet die er zal zijn in die dagen. Hij verklaarde, “je zult gaan naar de Kohanim-Leviiem (Priesters-Levieten), of naar de rechter die in die dagen de autoriteit is, vraag dan en zij zullen je de gerechtelijke uitspraak mededelen” (Deuteronomium, 17:9). De geleerden hebben dit punt zeer uitvoerig en omvangrijk behandeld, en dit is de authentieke presentatie.

noten;Sanhedrin, Executie, Kohanim, Levie`im, Mishna.

——

ANSHAJ KNESSET HA-G`DOLA, of DE MANNEN VAN DE GROTE VERGADERING

De Titel is verleend aan een zekere generatie van het Sanhedrin gedurende de Perzische periode. Het Sanhedrin was alleen werkzaam in het Heilige Land en na de eerste Babylonische verbanning, Nahemia kwam naar Jeruzalem en begon met het samenstellen van de Grote Vergadering zowel uit profeten en niet profeten, constitueerde de zeventig leden vereist voor een Groot Sanhedrin, plus functionarissen en de belangrijkste discipelen, tot een totaal aantal van 120. Gedurende hun eigen tijd werden zij gerefereerd als “Officieren,” (Ezra 8:29, 9:1, 10:8e.v.; Nehemia 10:1; 12:31).

Daar de natie niet langer onafhankelijk was en het niet voorhanden zijn van een Joodse Koninklijke macht om toe te zien op de naleving van Thorawetten, legde dit Sanhedrin grote nadruk op dit principe, “Maak een omheining (m.a.w. maak voorzorgsmaatregelen) rond de Thora.” Het was onder die omstandigheden nodig te reguleren, vastleggen en formaliseren alle facetten het Thoraleven om te verzekeren de wezenlijke comp leet georganiseerde, zelfnaleving en zelf functionerende entiteit. Daarom het:

1) Afsluiting van het Schrift

2) Completering van alle sociale instituties

3) Formulering en Formaliseren van de gebeden en de taal ervan

4) Formaliseren de taal van de Mondelinge Wet in zijn exacte permanente oorsprong: De Mondeling Mishna welke uiteindelijk later schriftelijk geredigeerd werd voor de eerste keer door Rabbi Jehoeda HaNasi.

Wegens haar grote verdienste is dit Sanhendrin later genoemd De Grote vergadering.

EXECUTIE: Sanhedrin is verplicht en heeft de taak voor uitvoering van iemand die verdiend de dood en is in overtreding van een gebod als zij zich daarvan onthoud, doodstraf is geen wraak, maar is bedoelt als vergoeding, juist zoals vasten op Jom kippoer betekend vergoeding en niet een bestraffing. Het is een extreme maatregel die genomen moet worden, en het Beth Din ( Sanhedrin ) vast de hele dag waarop de executie zal plaatst vinden. Toegevoegd aan de al bestaande nauwgezette voorzorgsmaatregelen nodig om te verzekeren dat geen onschuldig persoon wordt gevonnist door schuldig aan dood ( twee onberispelijke ooggetuigen moeten hebben gezien de gepleegde handeling en deze ooggetuigen moeten elkaar gezien hebben—indirect bewijs is ontoelaatbaar— zij verplicht de crimineel te waarschuwen in bepaalde termen voor de consequenties van zijn misdrijf, zijn onder ander het eerste vereiste ) zijn, scrupuleuze maatregelen om hoorzittingen toe te staan voor herziening van de zaak, als zich maar de geringste mogelijkheid voordoet van nieuw bewijs, ook die van de beschuldigde zelf.

Bovendien, moet al het mogelijke worden gedaan om de maatregelen onder deze pijnlijke omstandigheden te verzachten, hetzij fysiek, mentaal of emotionel, in overeenstemming met de eis van de Thora om “Heb je naaste lief zoals je zelf”. Aldus, in alle vormen van de doodstraf moet de veroordeelde voor zijn strafoplegging gedrogeerd worden. Bij het uitvoeren van sikeela, moet de gekozen hoogte vanwaar de veroordeelde wordt afgegooid verzekerd zijn van een snelle dood, terwijl het er niet toe mag leiden dat het lichaam mismaakt wordt, zoals niet het schenden van”het aangezicht van G`D”;dit is maar een summiere opsomming van gerechtelijke maatregelen in geval van executie, er was geen executie mogelijk als men niet aan deze gerechtelijke voorwaarden en maatregelen voldeed. De Talmoed vermeld; Een Beth Din die een doodvonnis velt in zeventig jaar, een bloedrechtbank kan genoemd worden.

Aangezien hoofdelijk zaken alleen mogen berecht worden in de Tempel met een geïnstalleerd Sanhedrin ( M.T. San. 14:1 )is de berechting van zulke zaken veertig jaar voor de verwoesting van de Tempel beëindigd, doordat het Sanhedrin was verbannen.

Koheen Gadol en Kohaniem: Alle nakomelingen van Aaron de Leviet (broer van Mozes), werden apart geplaatst van de andere Levieten om gekend te worden als Kohaniem, zoals het vers zegt: “Ook moet je je broer Aaron en met hem zijn zonen naar je toe laten komen vanuit de Kinderen van Israël om hen tot priester voor Mij aan te stellen….(Exodus 28:1). De functie van de Kohaniem was, uit te voeren de procedure van de verschillende types van offers aan HaShem, volgens de complexe eisen en details van de Thora. Wegens hun heilige positie werden zij overeenkomstig gebonden aan speciale leefregels, welke zijn beschreven in Leviticus 21. Zij waren ontvangers van een zeer bepalende bijdrage, bevoorrecht boven anderen in heilige zaken en werden door de natie als zodanig gerespecteerd ,van hun werd verlangt een nobel gedrag.

Koheen Gadol: De Koheen Gadol was het gezalfde hoofd over de Kohaniem, volgends de functie van Aaron, de eerste Koheen Gadol die presideerde over zijn Koheense zonen (Exodus 28:1, 38 e.v.). Na Aaron`s dood, was zijn zoon El`azar Koheen Gadol, van af die tijd werd de positie gevestigd door aanstelling van nazaten van El`azar (Numeri 20:25-9).

Oorspronkelijk werd de Koheen Gadol alleen benoemd door Opperste Beth Din (Sanhedrin) van zeventig leden, geschikt door zijn buitengewone wijsheid, er waren speciale wetten welke hem verzekerde van eerbewijs (M.T. Klay Beth HaMikdash, III). Zijn inzegeningsceremonie werd formeel verricht, door middel van het aantrekken van acht ambtsgewaden van De Koheen Gadol (Exodus, 29:29-30).

Het Beth Din van de Kohaniem (Ketoebot 12A) en de Oudsten van de Kehoena (Joma 18) hielden een zeer nauwkeurig oog op alle details van de dienst in het Heiligdom en verlangde een eed van de Koheen Gadol in functie om uit te voeren de leerstelling van de Geleerden zonder enige deviatie en de dienst van het Heiligdom voortdurend met uiterste nauwgezetheid te doen, in vasthoudend aan de Wet (Theocratische Thora Staat).

S`GAHN: De S`gahn was de Koheen benoemt als de tweede na de Koheen Gadol, vergelijkbaar als een vizier bij een koning. Gedurende de offergaven stond hij altijd rechts van de Koheen Gadol, en alle anderen Kohaniem vielen onder zijn autoriteit. Onder hem was een neergaande serie van acht andere Koheense posities, elke positie had autoriteit over degene onder zich. (Mishne Thora, Klé Beth HaMikdash,111)

Levie`im: Levie`im zijn alle nakomelingen van Levie (een van de twaalf zonen van Jakob en dus een van de broers van Jozef), geboren voor de tijd van Mozes (een achter kleinzoon van Levie). Zij waren apart geplaatst (“geheiligd”) voor de dienst in het Heiligdom. Gedurende het eerste jaar van de Exodus, toen sommige van Israël zondigden aan de affaire met het Gouden Kalf, was de stam van Levie de enigste stam waarvan niet èèn van de 22.000 leden (Numeri 3:39) zondigde. Zie Exodus 32:26-35.

Als beloning voor hun toewijding tot Hem, droeg HaShem de verdienste ten aanzien van de dienst in het Heiligdom over van alle eerstgeborene van Israël naar alle leden van de stam Levie (Numeri 3:11 e.v., 8:17, 40 e.v.)

“In die Tijd zonderde de Eeuwige de stam Levie af om de ark voor het verbond met de Eeuwige te dragen, om staande voor de Eeuwige de dienst voor Hem te verrichten en uit Zijn naam de zegen uit te spreken—tot vandaag de dag.” (Deuteronomium, 10:8).

De Functie van de Levie`im zo lang als de blijvende Tempel nog niet was gevestigd was, het transporteren van de draagbare componenten van de Mishkan (Tabernakel) met de omvattende heilige objecten, naar zijn verschillende lokaties (Numeri 3). Een andere functie van hun was, op te treden in dienst van de Koheen Gadol, om te bewaking de Mishkan ( en later de Tempel ) voor het binnenkomen van niet Kohaniem Hun functie bestond ook uit het begeleiden en bewaken van de offergaven van het volk namens hun in de Mishkan en later in de Beth Ha Mikdash (Tempel).

Werkend volgens een rotatie schema, waren sommige Levie`im poortwachters, belast met het openen en bewaken van de poorten, sommigen waren zangers die begeleidende psalmen zongen bij de verplichte gemeenschappelijke offergaven en de shalmay atserret gedurende de wijn plengoffer;

De trainingperiode van een Levie begon wanneer hij vijfentwintig jaar was en het continueerde voor vijf jaren. Zo lang als de Beth HaMikdash niet permanent was gevestigd op een vaste plaats was de maximale leeftijd vijftig jaar (Numeri, 8:25).

Toen de Beth HaMikdash eenmaal was gevestigd, zou een Levie alleen kunnen worden ontheven van zijn dienst, als zijn stem geschaad zou zijn door ouderdom (Mishne Thora, Klé Beth HaMikdash, 3).

De Levie`im zijn vooral zeer gerespecteerd voor hun enorme bijdrage aan de educatie van de natie. “Zij leren Uw rechtsnormen aan Ja`akov en Uw Thora-voorschriften aan Israël” (Deuteronomium 33:10). (Leerplicht werd ingesteld + 500 v.d.g.j. vanaf de leeftijd van 3 jaar).

Omdat zij uitsluitend waren bestemt in de dienst van G`D en de studie van ZIJN Thora, hadden zij geen aandeel voor zichzelf van het land. Voor die reden (Gids 3:39) waren er specifieke wetten betreffende bijdragen voor de Levie`im, “En laat de Levie, die binnen je poorten verblijf houdt niet in de steek; want hij heeft bij jou deel of erfgoed” (Deuteronomium, 14:27).

Het is in deze capaciteit van educatieven in welke de Levie`im zijn voorbestemd in de tekst Deuteronomium, 10:8, zoals aan het begin van deze uitleg over de Levie`im.

Het woord Mishna is afgeleid van de term mishna l`meleh (ondersteunend, bijstaan tot de Koning), de Schriftelijke Thora zijnde de “Koning,”aangezien het de verwoording van HaShem is, terwijl de schriftelijke Mondelinge Thora (de Mishna) ondersteunend is aan het. Het is ook afgeleid van het woord wat betekend te leren, zoals ook het woord Tanna (m.v: Tanna`iem) welke verwijst naar een spreker in de Mishna. Het woord Mishna komt uit het Hebreeuws, terwijl het woord Tanna (im) komt uit het Aramees.

De originele mondelinge uitleg en gedetailleerde behandeling van de Thora was niet toevertrouwt tot schrift, maar werd levend gehouden door een breed maatschappelijk systeem van studie. Echter omdat later in de verstoorde en onzekere dagen van de Ptolemies, de zonen van Tovia.

Antiochus Epiphanes, de Hellenisten, Jochanon Hyrcanus, Yannai, Aristobulos en Hyrcanus en vlak voor en na de verwoesting van het tweede heiligdom, er ontstonden talrijke controversen in de interpretaties, mineur van detail, van de fundamentele mondelinge Mishna in zijn vorm vastgelegd in de Bijbelse dagen van de Anshay Knesset HaGedola; de omstandigheden weerhield het bijeen komen van al de geleerden voor een stemming, zodat deze uiteenlopenden meningen levend bleven tot na de Verwoesting. Dan, in Javne, was een bijeen komen mogelijk en werden deze opinions en toegevoegde detail verklaringen geleid binnen het formele orgaan van de mondelinge Mishna. Dit gebeurde opnieuw in de dagen van Rabbi Jehoeda HaNasi, die de Mishna redigeerde en vastlegde voor de eerste keer in schriftelijke vorm. Deze maatregel was noodzakelijk omdat het nu extreem moeilijk was geworden de informatie vast te houden zoals het was gedaan tot aan zijn tijd. Coëxisterend met de woordelijk gememoriseerde mondelinge Mishna geformuleerd door de Anshay Knesset HaGadola , was de minder exact gememoriseerde commentaar genoemd Gemora.

Sommige minder belangrijke details veroorzaakte hevige beroering hoe deze gemora geïnterpreteerd moest worden in op welke wijze Uiteindelijk werd deze Gemora evenzo schriftelijk vastgelegd in de dagen van Ravina en Rav Ashi. De participanten in de Gemora die de Mishna analyseerden zijn Amoraiem.

Geef een reactie