SHABBAT (1)

HET UNIEKE KARAKTER VAN SHABBAT

WAT IS HET SPECIALE KARAKTER VAN DIE DAG? WAT BETEKEND SHABBAT VOOR ONS, EN WAT IS HAAR UNIVERSELE BOODSCHAP?

DEEL 1

1. De shabbat bruid

De Thora vertelt ons , in het beginne, dat G`D de wereld schiep in zes dagen, en dat aan het einde van de zesde dag de hemel en de aarde met al hun menigten waren voltooid. Toen ruste G`D met alle creatieve activiteiten, “en G`D zegende de zevende dag en maakte hem heilig.” (Genesis 2:1-3)
Dus direct vanaf het begin van de schepping, heeft G`D de shabbat apart geplaatst van de andere dagen van de week, als een heilige dag.
Maar voor wie was de Shabbat bestemd? Wie was om te accepteerde, te waarderen en heilig te houden? Het antwoord is te vinden in de volgende zeer betekenisvolle Midrash:

Rabbi Shimon ben Jochai leerde: Toen G`D de heilige Shabbat schiep, zij het tegen de Heilige Geprezen zei Hij: “Elke dag die U creëerde had een levensgezel. Zal ik de enige zijn die alleen blijft, zonder levensgezel?”. Antwoordt G`D, “Het Joodse Volk zal je levensgezel zijn.” En zo, terwijl het Joodse Volk aan de voet van de Berg Sinai stond om de Thora in ontvangst te nemen en een natie te woorden, verklaarde G`D (in de tien geboden): ” Vergeet niet om de Shabbat te heiligen!” Anders gezegd, “Herinner Mijn Belofte aan de Shabbat dat zij de levensgezellin zal zijn van de Joodse Natie.” (Bereshieth Rabba 11:9)

De Zohar (Tikkoenei Zohar 69a) spreekt over het Joodse Volk en de Shabbat in termen als Bruid en bruidegom, daarom wordt de Shabbat verwelkomd met de woorden, bo`i kalla, bo`i kalla– “Welkom bruid; welkom bruid!” (Bavli, Shabbat 119a). De herhaling, bo`i kalla, verwijst naar de twee grote eigenschappen van de “bruid”, zijnde “gezegend” en “Heilig”, zoals is geschreven, “En G`D zegende de zevende dag en maakte hem Heilig.” (Genesis 2:3 )
Inderdaad, volgens Rabbi Jitschak Arama in zijn Akedat Jitschak, (Bereshit, Shaar 4) het woord L`kadsho– “het heilig houden” — mag vertaald worden als “het verloven”, in de zin van heiliging.
Vanuit deze weg vertellen onze Wijzen dat de Shabbat uniek Joods is, nog exacter, dat het Joodse Volk en de Shabbat niet te scheiden zijn; zij zijn vanaf hun “geboorte” bestemd voor elkaar. Zonder de Shabbat is het Joodse Volk eenvoudig niet denkbaar, juist zoals het Joodse Volk zonder Thora ondenkbaar is. Dit is een van de redenen waarom de Shabbat gelijkgesteld is met al de Mitzwot van de Thora. (Jerushalmi. Bereshit Hfd. 1:5; Shamot Rabba 25:16.)

2. SHABBAT VAN DE SCHEPPING

Zoals al eerder vermeld, is de origine van de Shabbat, aangeduid als Shabbat van de Schepping, aangegeven in het vers beginnend met Wajechoeloe, (Genesis 2:3) welke ook is op genomen in de eerste Amida ( Achttiende gebed ) van de avond van Shabbat (vrijdagavond). De Shabbat wordt niet meer expliciet genoemd in de Thora, tot aan, na de uittocht van Egypte, in verband met het manna. Dit hemelse brood daalde niet neer op Shabbat, maar in plaats daarvan, ontvingen de kinderen van Israël een dubbele hoeveelheid op vrijdag voor Shabbat. Toen vertelde Mosje Rabbijnoe de kinderen van Israël: ” Zie in dat de Eeuwige jullie de Shabbat heeft gegeven.” (Exodus 16:29) De Shabbat was niet iets nieuws voor de kinderen van Israël, want, zoals onze wijzen ons vertellen, zij wisten het al traditioneel vanaf de tijd van Abraham en onderhielden het zelfs in Egypte. Maar bij deze gelegenheid ontvingen zij de eerste Halachische instructies (het geldende recht in joods- wettelijke zin) en enkele weken later ontvingen zij formeel de instructies van Shabbat in de Tien Geboden aan de Berg Sinai. (Exodus 20:8)
Nadat de Thora was gegeven aan het volk, werden de instructies om de Shabbat te onderhouden vele keren herhaald met grote nadruk. De ochtend Amida van Shabbat (het achttiende gebed) bevat een zeer bekende passage over Shabbat:
De Kinderen van Jisrael moeten de Shabbat houden als een eeuwig verbond, door de Shabbat te vieren tot in hun verste geslachten. Tussen Mij en de kinderen van Jisrael is het eeuwig een teken, dat de Eeuwige in zes dagen hemel en aarde maakte, maar op de zevende dag ophield en herademde. (Exodus 31: 16-18)

Hier verteld de Thora de essentie van Shabbat als een levend teken van G`Ds schepping, dat het Joodse volk, door het houden van de Shabbat, hardop proclameert dat G`D de schepper is van hemel en aarde en dat zij bevestigt het eeuwigdurend verbond tussen G`D en het Joodse volk. G`D heeft Zijn schepping gekroond met de Shabbat en heeft deze kroon gegeven aan het Joodse volk. De Geleerden van de Talmoed drukken het zo uit: “Een waardevolle gift– zegt G`D– heb IK in Mijn schatkamer: zij heet Shabbat en IK geef het aan jullie.” (Shabbat 10b) Het dragen van deze kroon is natuurlijk een groot privilege: het maakt het Joodse volk G`Ds getuigen in deze wereld. Maar het plaatst ook op hen een zeer grote verantwoording.

DEEL 2 VOLGENDE PLAATSING.

Geef een reactie